Genieten zonder Oranje!

Steven van der Gaag ,

Nederland is niet van de partij op het EK in Frankrijk, maar met Oranje ontbreken ook onze nationale sentimenten en kunnen we ons geheel concentreren op de kwaliteit en schoonheid van het vertoonde spel.

Overal steken nu geluiden de kop op dat andere sporters de leegte van een EK zonder Oranje opvullen. Max Verstappen wint als eerste Nederlander een Grand Prix Formule 1, Steven Kruijswijk schreef bijna de Giro d’ Italia op zijn naam en Dafne Schippers kan tijdens de Olympische Spelen in de voetsporen van Fanny Blankers-Koen treden. Maar ook als deze nieuwe helden niet waren opgestaan, is een EK zonder Oranje een feest voor de liefhebber, zo bleek in de jaren 1982-1986, toen het Nederlands elftal op drie achtereenvolgende eindtoernooien ontbrak.

Ik liep naar beneden om te vertellen dat Spanje met 12-1 van Malta had gewonnen en Nederland niet naar het EK ging. Waarschijnlijk met tranen in mijn ogen, maar niemand die het zag. Gelach in de huiskamer waar Freek de Jonge op televisie was, die niet veel later hetzelfde vertelde: 12-1, hahaha. Nog steeds kon de rest van de familie het niet geloven. Ze hadden gekozen voor de conference van Freek op het enige andere net. De Spanjaarden zouden Malta echt niet met elf doelpunten verschil verslaan, en dat gevoel werd alleen maar versterkt door de 3-1 ruststand. Als jongen van dertien ging ik op die bewuste decemberdag in 1983 naar boven om naar de radio te luisteren. Blijkbaar was ik er toch niet helemaal gerust op. Elke vijf minuten een goal in de tweede helft. Dat kon toch niet. Het kon wel. En dat besef drong ook door in huize Van der Gaag toen Harmen Siezen na de show van Freek met een uitgestreken gezicht het Journaal opende met de mededeling dat Nederland niet naar het EK in Frankrijk ging.

De kiem voor een jeugdtrauma leek gezaaid. Maar een half jaar later bleek dat de kindergeest zich snel had aangepast. Het EK 1984 ging beginnen, toen nog met acht landen. Nederland was er niet bij, maar de beelden van het toernooi staan nog op mijn netvlies gegrift. Hetzelfde geldt voor de WK’s van 1982 en 1986. Dat heeft natuurlijk voor een groot deel met de leeftijd te maken. Maar het verdwazende gedoe rond het Nederlands elftal vertroebelt het zicht op de andere landen.

Om bij het EK te blijven. Er was in 1984 veel om je op te verheugen. Ik schrijf dit zonder stiekem te googlen. Frankrijk was mijn favoriet. Twee jaar eerder werden Les Blues op misdadige wijze van de WK-finale beroofd door de Duitse keeper Toni Schumacher die Patrick Battiston torpedeerde. Het Franse middenveld was werkelijk magnifiek, met de veldheer Michel Platini, de hinde Jean
Tigana, de schoffelaar Luis Fernandez en de kleine regisseur Alain Giresse. Achterin herinner ik me vooral Maxim Bossis, zo weggelopen uit een film noir. Ze speelden in de halve finale tegen Portugal waarin Chalana op het ritme van zijn dansende bos zwarte krullen fijnbesnaarde balletjes gaf op de druistige spits Jordão. Het was de mooiste wedstrijd van het toernooi. Frankrijk won vlak voor tijd in de verlenging met 3-2 door een goal van Platini.

En dan had je nog de Denen. Søren Lerby, Frank Arnesen en Ivan Nielsen waren toch eigenlijk halve Nederlanders. Voorin sleurde de onberekenbare Preben Elkjær-Larsen en om hem heen dartelde een ontluikende Michael Laudrup. Ze droegen Feyenoord-achtige shirts van Umbro met een rood en een wit vlak. Danish Dynamite ging als een wervelwind door het toernooi. Frankrijk-Denemarken was de gedroomde finale, maar ‘onze’ Denen verloren de andere halve finale van het gehate Spanje. Opgebrand en niet opgewassen tegen het intimidatievoetbal dat in niets leek op het Spanje van nu. De finale viel tegen. Frankrijk won gelukkig wel omdat de Spaanse doelman Arconada blunderde bij een vrije trap van Platini. De 12-1 bleek toch niet vergeten.

Nu, 32 jaar later, doen er 24 landen mee in Frankrijk. En Nederland is er weer niet bij. Dit keer zijn er geen excuses van een onwaarschijnlijk geachte score van de concurrent. Oranje heeft hopeloos gefaald in de kwalificatiereeks waardoor Tsjechië, IJsland en Turkije wel gaan. Dat is vervelend voor een kind dat voor het eerst bewust een eindtoernooi zou meemaken. En ook voor de wortelman die inmiddels gewend is geraakt aan zijn tweejaarlijkse voetbaluitje. Maar de liefhebber verlangt naar dit EK. Vooral omdat die diarree aan meningen over het Nederlands elftal nu aan ons voorbijgaat.

De blik kan op de andere landen. Er is zelfs ruimte in het hoofd voor Albanië-Roemenië, waar zomaar een nieuwe ‘Maradona van de Karpaten’ kan rondlopen. Krijgen we een superfinale tussen de regerend Europees en wereldkampioen, Spanje tegen Duitsland, niet alleen de beste maar ook mooist voetballende ploegen van het afgelopen decennium? Lost België de belofte in? Verrijkt Zlatan het voetbal met een nooit vertoonde actie? Neemt Cristiano Ronaldo eindelijk Portugal bij de hand? Wat kan gastland Frankrijk? En lukt het de Engelsen om de aandacht te verschuiven van de WAG’s [vrouwen en vriendinnen van voetbalspelers] naar de schoffies in de spits: Vardy en Kane in de rug gedekt door de man die alles in zich heeft om een superster te worden, al is het maar vanwege zijn naam: Dele Alli.

Het wordt een EK om nooit te vergeten.