Sportfeiten stapelen

Hans van Wetering ,

Wie denkt dat de EK-verslaggevers al die feitjes en anekdotes ter plekke uit de mouw schudden, heeft het mis: op bezoek bij sportdatabedrijf Gracenote Sports in Nieuwegein.

Ooit had je John Frederikstadt. Wie wilde weten wanneer een bepaalde club voor het laatst zesmaal op rij verloor of welke spelers twee wedstrijden achter elkaar een hattrick scoorden, moest in Bussum bij deze voetbalstatisticus langs. Frederikstadt is niet meer, maar zijn papieren archief werd overgenomen door Infostrada Sports – tegenwoordig Gracenote Sports – in Nieuwegein, en heeft zich daar voortgeplant in de vorm van ontelbare bits en bytes die, bij de hand genomen door algoritmes, inmiddels wereldwijd mediabedrijven van achtergrondinformatie voor hun artikelen en reportages voorzien.

‘Het is in essentie nog steeds handwerk,’ zegt managing director Guido Bouw, ‘we halen het allemaal uit publieke bronnen: tv, kranten, webstreams enzovoort. Dat wordt vervolgens gevalideerd, er worden algoritmes op losgelaten. We coveren tegenwoordig 250 sporten, in de hele wereld, waaronder dus voetbal. We registreren uitslagen, opstellingen, doelpuntenmakers, kaarten, opstellingen, overtredingen, maar niet hoeveel meter een speler per wedstrijd aflegt en hoe snel hij loopt of hoe hoog hij springt. Wij richten ons op sportmedia, dus op een breed publiek. Maar we doen wel steeds meer. Het publiek is meer data-friendly aan het worden, wil steeds gedetailleerder informatie.’

Dat geldt voor het EK dus ook. Weten ze inmiddels alles wat er te weten is, over Albanië bijvoorbeeld; hebben ze Albanië in de vingers?

‘We weten wie de spelers zijn,’ zegt Bouw, ‘en we kennen de resultaten, dat hebben we al die jaren bijgehouden. Je moet wel alles bijhouden, want je kunt niet voorspellen wanneer iets nodig is, en alles hangt met elkaar samen. We volgen vierhonderd competities wereldwijd, en ja, dus ook die van Albanië.’

Bouw haalt een boek uit de kast. Het Media Statbook voor het WK van 2006. Een pil van 492 dikbedrukte pagina’s met informatie over landen en spelers: statistiekjes over van alles en nog wat, persoonsbeschrijvingen, anekdotes. ‘Journalisten willen gewoon kunnen bladeren, zo’n boek maken we voorafgaand aan elk groot toernooi: allemaal achtergrondinformatie over iedereen en alles.’ Monnikenwerk, benadrukt ‘Head of Analysis’ Simon Gleave, ‘dit heb ik nog met tien mensen gemaakt, wekenlang opgesloten in een kamer. Tegenwoordig komt het zo uit de computer. Ook voor het EK komt er zo’n boek, maar nu in digitale vorm.’

Op grond van de statistiek kunnen we ook een voorspelling doen,’ zegt Gleave: ‘We maken een ranglijst gebaseerd op resultaten, doelsaldo in wedstrijden, enzovoort, waarbij recente resultaten natuurlijk zwaarder wegen. Frankrijk krijgt bovendien een ‘thuisland-boost’. Met deze ranglijst, kunnen we elk toernooi simuleren, kunnen we de landen laten spelen.’

Op de computer verschijnt een kleurig schema met in percentages aangegeven hoe groot de kans is dat een ploeg de poulefase doorstaat, en, in de knock-outfase de kans dat een ploeg de betreffende wedstrijd wint. Voor Albanië ziet het er niet goed uit (36% kans om de poule te overleven). Grote verrassingen zijn er niet, of het moet zijn dat Engeland tot in de halve finale raakt. De andere halve finale wint Frankrijk van Duitsland. Dat laatste lijdt volgens de statistiek geen twijfel (67%), zomin als de uitkomst van de finale: mocht die finale tussen Spanje en Frankrijk daadwerkelijk plaatsvinden, dan wint het thuisland het EK (62%).

Elders in het gebouw, de live-ruimte. Vanachter computers kijken werknemers met headsets op naar een schermenwand. Hier wordt een veelheid aan sportevenementen gemonitord, en tijdens grote evenementen als de Tour de France en ook het komend EK wordt vanaf deze plek live-info verstrekt aan verslaggevers ter plekke, die de weetjes en verhalen opgediept uit de database real time van hun computerscherm aflezen en direct kunnen doorgeven aan de kijker.

'Genieten kan pas achteraf'

Jeroen Elshoff (1977) doet voor de NOS verslag van het EK.

Hoeveel voetbal kijkt u per week?
‘Ik zit doorgaans in het stadion, maar even rekenen… Studio Sport op zaterdag en zondag, als ik zaterdag thuis ben twee wedstrijden, nog twee à drie in de week. Bij elkaar zo’n tien uur, meer niet; ik heb ook nog een gezin. En het is ook wel eens fijn om gewoon Netflix aan te tikken. Zo vlak voor het EK kijk ik natuurlijk meer, je moet toch iets weten van Albanië; streams van erbarmelijke kwaliteit vaak, met onverstaanbaar commentaar. Wat wel grappig is: als ik tegenwoordig op tv een wedstrijd kijk zegt mijn dochter van twee "voetbal, voetbal", dat zijn zo’n beetje haar eerste woordjes.’

Geniet u van het spel als u zelf commentaar geeft?
‘Je bent zo gefocust: alert zijn, geen fouten maken, taalgebruik. Ik deed vorig jaar de Champions League-finale. Geniet ervan, zei iedereen. Maar dat komt pas achteraf, als je weet dat het goed is gegaan.’

Heeft u warme herinneringen aan wedstrijden uit vroeger tijden?
‘Nederland-Duitsland, het EK van 1988. Ik was een broekie, wilde zelf commentator worden, oefende met VHS-opnames van Studio Sport, en als ik zelf voetbalde gaf ik hardop commentaar bij mijn eigen spel, niet té hard, want ik schaamde ik me ook wel een beetje. Ik deed commentatoren na, dat is allemaal in mijn hoofd blijven zitten. Ja, echt, even denken hoor, ehm…"Van Basten… is dit de beslissing? Ja, Ja! Marco van Basten, 2-1, vlak voor tijd… ooooh, 2-1… en dit is niet anders dan gerechtigheid, het Volksparkstadion is van Oranje.” Dat was Evert ten Napel.’

Ergert u zich wel eens als voetbalkijker?
‘Als het lang niet over de bal gaat ja. Maar mensen ergeren zich ook aan mij. Als je op een schild gehesen wilt worden moet je geen voetbalcommentator worden. Je bent vaak de boodschapper van het slechts nieuws. Het ligt aan de spelers, maar vooral ook aan de scheidsrechter en de commentator.’

Op welk team moeten we letten bij het EK?
‘Op Frankrijk. Er is nogal wat gebeurd daar, er hangt een spanningsveld omheen, gaat het allemaal wel goed, er kunnen zo merkwaardige krachten loskomen.’

Anders kijken

Zes schermen Giro d’Italia vandaag. De zestiende etappe. Kruijswijk en Valverde getweeën samen, vlak voor de top. Het is spannend, wie gaat de rit winnen? Maar in de live-ruimte is van enige opwinding weinig te merken. Omdat het succes van Kruijswijk na een paar dagen in het roze alweer gewoon is? Omdat ze dit nu eenmaal de hele dag doen en je niet de hele tijd door opgewonden kunt blijven? Omdat een statisticus nu eenmaal anders kijkt?

‘Het ligt er ook aan om welke sport het gaat natuurlijk,’ zegt Gleave: ‘Ikzelf weet waarschijnlijk te veel over voetbalstatistiek om nog op een gewone manier naar een wedstrijd te kunnen kijken. Van een grote afstand schieten is vrij zinloos, uit een corner scoor je bijna nooit. Als je hoofd vol zit met dat soort statistische feitjes kijk je toch anders. Bij een corner bestaat trouwens ook nog eens een redelijke kans op een countergoal.’ Hij lacht: ‘Ja, eigenlijk kun je een corner maar het best direct terugspelen naar de eigen helft.’

Dan is de etappe afgelopen. Valverde wint. Klassementen worden opgemaakt en doorgegeven, verschijnen vrijwel gelijk op teletekst. Terug bij de receptie. In een vitrine schaatsen van Atje Keulen-Deelstra, een foto van Cruijff. ‘Ik zal je onze Euro 2016 Forecast nog even toesturen,’ zegt Bouw. Achter hem op het raam een vel papier met een handgeschreven ranglijst van tijden her, uit Frederikstadts archief allicht; naast Ajax, Feijenoord en PSV figureren Elinkwijk, GVAV en FC Twenthe, met een ‘h’ nog. Doen ze bij Infostrada eigenlijk nog een EK-poeltje, of is daar met die databasevoorspelling geen lol meer aan? Ze lachen: ‘Nee natuurlijk wel.’

‘Statistiek is objectief, maar voorspellen blijft lastig,’ zegt Bouw, verrassingen zijn er altijd, dat maakt sport zo leuk’. Ok, dus wie gaat er winnen? Statisticus Gleave blijft achter het model staan: Frankrijk wint. En Bouw? ‘Ik hou het op Duitsland, dat land heeft nu eenmaal iets met eindtoernooien.’