De laatste videotheek

elja looijestijn ,

De laatste videotheek van Utrecht en omstreken staat opvallend genoeg in een nieuwbouwwijk: Filmclub Leidsche Rijn. Een familiebedrijf met een schat aan filmkennis. ‘Ik kijk naar alles, ook de horrorfilms, terwijl ik daar echt een hekel aan heb.’

Het eerste wat Harro Trouwborst tegen ons zegt als we zijn videotheek binnenlopen, is dat de winkel er over tien jaar wel niet meer zal zijn. Maar hij laat zijn humeur daar absoluut niet door verpesten. Zolang hij, zijn broer Wouter en zijn moeder Filmclub Leidsche Rijn nog draaiende kunnen houden, gaan ze gewoon door. De laatste videotheek in de wijde omtrek staat in een typisch doorsnee winkelcentrum op de Utrechtse vinexlocatie. Het is er druk op deze zaterdagmiddag. Gezinnen doen de weekendboodschappen en halen een visje bij de viskraam. Sommigen halen ook een film om die avond te bekijken. Zaterdag tussen vijf en zes is het drukste moment van de week.

Neveninkomsten

Harro staat kaarsrecht achter de brede toonbank in het centrum van zijn winkel. Hij draagt een warme paarse trui, want de Filmclub is een frisse, hoge ruimte met betonnen muren. De wanden staan vol met zorgvuldig gecureerde dvd’s en blu-rays, aan het plafond hangen reclameborden voor films. Rondom de grote toonbank staat alle extra koopwaar: sigaretten en loterijtickets, snoep en de paal om de ov-chipkaart op te laden. Zonder die neveninkomsten was deze videotheek er ook al niet meer geweest.
De videotheek was in 2004 de eerste winkel op het net aangelegde winkelcentrum in de nieuwbouwwijk. De familie Trouwborst moest hard zijn best doen om de ruimte te veroveren. ‘Het was nog voor de recessie. Alleen al voor dit pand waren twintig gegadigden.’
De familie had destijds ook een videotheek in het nabijgelegen dorp Maarssen. Maar toen ze die eind jaren negentig overnamen, wisten ze al dat hun zaak niet voor eeuwig zou zijn. ‘Ik zag toen al dat we ingehaald zouden worden door de technologie,’ zegt Harro.
Toch is het nog een hele tijd heel goed gegaan. Soms moesten ze op zaterdagavond tot half tien open blijven en stond men buiten in de rij.
Nog steeds verhuurt Filmclub Leidsche Rijn tussen de 400 en 500 films per week. Omdat alle videotheken in de omgeving het loodje legden, is het afzetgebied veel groter geworden. Mensen komen met de auto vanuit Woerden of IJsselstein om een film te huren.

Wil (l) en zoon Harro Trouwborst

Sissi

Die mensen zullen vast niet allemaal beseffen in wat voor walhalla van filmkennis ze terecht zijn gekomen. ‘Ik probeer alle films die ik verhuur te zien,’ zegt Harro. Dat betekent dat hij zo’n twee films per dag kijkt. Van elke film die je uit het schap trekt, kan hij een korte synopsis en recensie geven. ‘Barbie en het prinsessenkasteel zal ik misschien wat sneller overslaan, maar ik vind het heel belangrijk om advies te kunnen geven aan de klanten. Ik ken mijn vaste klanten en we weten van elkaar wat onze smaak is.’
Harro houdt van filmhuisfilms. ‘Ik vond De marathon geweldig , net als Incendies. Van de Hollywoodfilms vond ik de afgelopen tijd American Sniper en Captain Philips heel goed.’
Dan verschijnt moeder Wil (71) in de zaak met drie Sissi-dvd’s. ‘We hadden ze al uit de collectie gehaald, maar ik dacht: er is altijd wel iemand die ze nog eens wil zien. En ja hoor, er belde iemand voor.’ Sinds haar pensionering helpt de tengere dame mee in de videotheek. Ook zij bekijkt alles. ‘Ook de horrorfilms, terwijl ik daar echt een hekel aan heb. Maar ik zie wel of zo’n film goed is slecht is, en ik moet de klanten toch kunnen adviseren. Helaas zijn er meer slechte dan goede horrorfilms. Ik geef toe dat ik van de hele slechte wel stukken doorspoel.’
Wil pakt een doekje en begint teruggebrachte dvd’s op te poetsen. ‘Je krijgt ze soms terug, dat je denkt: hoe is het mogelijk? Alle dvd’s poetsen we en gaan door de polijstmachine. Dan gaan ze heel lang mee.’

'Helaas zijn er meer slechte dan goede horrorfilms. Ik geef toe dat ik van de hele slechte wel stukken doorspoel.'

Wil Trouwborst

Blockbusters

De videotheekhouders hebben hun kennis van film ook nodig voor het inkoopbeleid. Harro zoekt het even op in de computer: hij heeft 8495 titels in de winkel. Toen Nederland nog meer dan duizend videotheken telde, huurden videotheekhouders de films van de distributeurs. Zo konden ze van een grote blockbuster een hele wand vol verhuren, en een deel weer inleveren als de hype voorbij was. Maar dat systeem is met de meeste videotheken opgeheven. Daarom koopt de videotheek de films nu zelf in, en dat moet natuurlijk met beleid. Harro: ‘Als een film het heel goed heeft gedaan in de bioscoop, wil dat niet zeggen dat wij hem ook groot in moeten kopen. Veel mensen hebben hem dan al gezien. En er zijn ook films die floppen in de bioscoop, maar wel een hit zijn in de videotheken, zoals The Green Mile.’ Van een blockbuster koopt de videotheek er vijftien in, waarvan ze er een of twee houden. De rest wordt verkocht, onder andere op jaarmarkten. Voor Wil is dat een uitje, Harro komt er liever niet. ‘Er komt een ander publiek, het mag allemaal niets kosten.’ ‘Ik houd er juist van om met die koopjesjagers te onderhandelen,’ grijnst Wil.

Sommige evergreens blijven altijd in de verhuur: Soldaat van Oranje, The Sound of Music, Forrest Gump, E.T.. ‘En als er een vervolg op een klassieker uit is, zoals nu met Star Wars, komen klanten om de eerdere delen nog eens terug te zien. Die films zijn ook lastiger te downloaden,’ zegt Trouwborst.
En daar heeft hij meteen de reden te pakken waarom bijna al zijn collega’s niet meer bestaan. Veruit de meeste mensen bekijken hun films thuis on demand of via een illegale download. ‘Nederland is het enige land waar de politiek de ogen daarvoor sluit,’ zegt Harro. ‘In landen als Amerika en Duitsland krijg je een fikse boete als je illegaal downloadt. Hier denkt iedereen dat hij er gewoon recht op heeft een film gratis te bekijken. Niet betalen is de norm geworden.’ De komst van Netflix heeft het videotheekwezen een nieuwe dreun gegeven. ‘Daar gaat het vooral om de kinderfilms. Het aanbod van nieuwe films op Netflix is mager. Maar het is voor ouders makkelijker om hun kinderen voor Netflix neer te zetten dan een film voor ze te huren. En daarmee komen zij ook niet meer in de winkel.’

'Als een film het heel goed heeft gedaan in de bioscoop, wil dat niet zeggen dat wij hem ook groot in moeten kopen. Veel mensen hebben hem dan al gezien.'

Harro Trouwborst

Blaffer

Een vader komt binnen met twee kleine kinderen. Ze kopen krasloten en de kinderen mogen ook allebei een film uitzoeken. Het meisje staat op haar tenen voor de toonbank en vraagt aan Wil of ze Twilight heeft. Ze loopt mee om hem te pakken. Harro zegt ondertussen tegen haar vader dat die film prima geschikt is voor kinderen.
Wil geniet van het werk in de videotheek. ‘Ik vind een winkel gewoon heel erg leuk,’ straalt ze. Ook de gevaarlijke kanten van het werk schrikken haar niet af. De videotheek is namelijk al drie keer overvallen. Toevallig elke keer toen zij alleen in de zaak was. ‘Ik heb ze weggejaagd,’ zegt ze ferm. ‘Ik werk hard voor mijn geld, dan moeten ze niet denken dat ze het zomaar mee kunnen nemen. Maar daarna is de politie boos, en mijn zoons ook, want ze staan daar wel met een blaffer.’
‘Het zijn gastjes van vijftien, zestien jaar,’ zegt Harro. ‘Ze willen niet schieten, maar het zijn ook pubers die hun daden nog niet kunnen overzien. Je weet niet wat ze doen als ze schrikken.’
Gelukkig liep het steeds goed af en lijkt Wil er niet van ondersteboven te raken. ‘Daar ben ik veel te oud voor, joh.’
De Trouwborsten zijn ook heel nuchter over het voortbestaan van hun winkel. Nostalgische gevoelens kennen ze niet. ‘Het gaat zolang het gaat, en anders is het snel klaar. Ik wil ook niet mijn hele leven winkelmeisje blijven,’ zegt Harro. ‘Het eind van de videotheek is een mooie aanleiding voor een carrièreswitch. Dan is het tijd voor een andere uitdaging.’
We vragen nog wat tips voor een lekkere zaterdagavondfilm in de stijl van Little Miss Sunshine. Harro loopt weg en komt snel terug met drie doosjes. ‘Wist je trouwens dat de slotscène van Little Miss Sunshine, waarin ze dat dansje doet, is opgenomen bij een echte schoonheidswedstrijd met een publiek dat van niets wist?’

Wil met het boek waar ze de bestellingen in opschrijft