ondergronds

A.L. Snijders ,

Gezonde Hollandse jongen werpt blik in Oostenrijkse beerput. Ik kijk naar de kelderfilm van Ulrich Seidl.

Wat zich afspeelt in de kelders van de huizen die bovengronds tot aan de dakgoot worden ingesloten door strak geknipte groene heggen. Een vrouw gaat in de kelder haar kindje wekken. Ze prevelt de liefste woordjes in haar oor. Het kindje is nog niet helemaal wakker, het gezicht heeft nog slaapplooien, de haren zijn ongekamd. Ik loop een centimeter achter de feiten aan, het dringt te laat tot me door dat de vrouw in een diepe kelder staat en het kind uit een kartonnen doos heeft getild. En zelfs dan kan ik niet meteen toegeven dat het een pop is. Ik zie duidelijk dat het zijn oogjes dichtknijpt bij het knuffelen van de moeder. Later staat de vrouw voor een enorme wereldkaart en wijst haar kindje de plekken aan waar pappie allemaal geweest is. Over India zegt ze dat het daar heel vies is. Ze heeft gelijk, in vergelijking met Oostenrijk is het daar heel vies. De properheid van de Oostenrijkers is inderdaad opvallend. In de muziekkamer van de trompettist worden de hakenkruisvlaggen en het grote portret van Hitler met zorg en aandacht afgestoft. Als ze dat in India wat meer zouden doen, zou het heel wat beter met de wereld gaan. Maar ja, dat soort volkeren loopt meer dan duizend jaar achter, zeggen de drie mannen op de ondergrondse schietbaan. Wapens, daar houden ze van, ik heb het idee dat ze er zorgvuldiger mee omgaan en er meer verstand van hebben dan de Noord-Amerikanen. Wat op zichzelf ook wel weer te begrijpen is, want dat is toch maar een samengeraapt zootje.

Een dikke man, een torpedo van vlees met haar op z’n rug, doet zijn vrouw graag een plezier. Op handen en voeten kruipt hij naakt door het huis als hulp in de huishouding. Ook hier duurt het even voor ik zie wat hij doet, hij likt het huis schoon. Zijn vrouw is zijn meesteres, ze legt uit dat ze niet wreed is, ze overtreedt geen grenzen. Maar als ze even later een lus om zijn penis heeft gelegd en hem via een katrol omhoog dreigt te trekken, roep ik toch hoho tegen het scherm.

Later, als de diepe nacht me hindert in mijn slaap, realiseer ik me dat ik die dag wel tien keer in het nieuws vijf dode walvissen heb gezien die zich gevoegd hebben bij de beelden van Seidl. Jammer dat ik geen psychiater ken die me als vriendendienst (gratis) het verband kan uitleggen.