De studio van de fotografe bevond zich in een arbeidersbuurt in Keulen. Ze ontving me daar met koffie en koekjes en vertelde dat ze voor ze aan het werk kon in deze studio drie dagen moest stoken. Het was behaaglijk warm in haar studio.
Een Duitse uitgever wilde een foto van me hebben en had deze afspraak voor me geregeld. Ik ben een meegaand mens.
De fotografe en ik dronken koffie en we begonnen te converseren. Een genoeglijk gesprek, maar ik had toch een beetje het gevoel alsof ik bij een psychologe was beland.
Op een gegeven moment vroeg ik: ‘Welke kwaliteiten moet een goede fotograaf hebben?’
Ze dacht even na en toen zei ze dat het model zich in de foto moest herkennen.
Ik wees op een foto die aan de muur hing. Een vrouw, een aantrekkelijke vrouw in een verleidelijke, maar toch ook weer niet al te verleidelijke pose.
‘Hebt u die foto gemaakt?’ vroeg ik, om niet meteen met de deur in huis te vallen door te vragen: ‘Herkende dat model zich in uw foto?’
‘Ja,’ zei ze, ‘dat is een metamorfosekunstenares. Twee meisjes kwamen uit de Eifel naar me toe, allebei achttien, ze wilden foto’s voor hun vriendjes. Maar ze zagen eruit alsof ze uit een dorp in de Eifel kwamen, als je begrijpt wat ik bedoel. De ene stuurde ik weg, die ging naar de kapper. En de ander begon zich op te maken en er gebeurde iets ongelooflijks. Wat een zelfvertrouwen, wat een metamorfosekunstenares.’
Ik nam een koekje en keek nog eens naar de foto. Ik kon me voorstellen verliefd te worden op het meisje, maar er zijn dagen dat ik snel verliefd word.
‘Er komen hier ook veel zuigelingen,’ zei de fotografe, ‘daarom moet het hier warm zijn.’
De foto’s werden genomen.
Na afloop vroeg ze mij, wat ik niet gewend ben, de foto’s op haar computer te bekijken.
‘Herken je jezelf?’ vroeg ze. ‘Ben jij dit?’
Ik meende een aarzeling in haar stem te horen waarin het ongenadig harde oordeel doorklonk dat ik geen metamorfosekunstenaar was.