Regenwoud

Dinsdag 11 november 2014

Op het station van de luchthaven van Frankfurt am Main vroeg een dame van begin zestig – haar grijze haar was kortgeknipt, maar ze had de kwiekheid van een veertigjarige: ‘Komt hier de trein naar Düsseldorf?’

Op het station van de luchthaven van Frankfurt am Main vroeg een dame van begin zestig – haar grijze haar was kortgeknipt, maar ze had de kwiekheid van een veertigjarige: ‘Komt hier de trein naar Düsseldorf?’

‘Ja,’ zei ik, ‘daar wacht ik op.

’
De dame zei dat ze 24 uur vertraging had gehad in Quito en dat ze daarom niet helemaal zichzelf was.

‘24 uur is veel,’ zei ik.


‘Maar het was prachtig,’ voegde ze eraan toe.

‘Quito?’ vroeg ik.


‘Het regenwoud.’


Het deed me goed dat deze dame met me sprak. Kennelijk kwam ik betrouwbaar over; iemand die niet alleen wist waar de trein naar Düsseldorf vertrok, maar die je ook kon bijpraten over je vakantie. ‘We zagen een boa constrictor van wel zeven meter lang. Hij was bezig iets te verorberen. We zagen het in hem verdwijnen.’

Ik knikte. Over de boa constrictor kon ik niet meepraten. Ik had geen idee of een boa constrictor van zeven meter een grote of juist een kleine boa constrictor was. Het leek me ook beter niet te vragen wat dat iets was dat ze in de boa had zien verdwijnen. Dan zou alle goodwill in één klap kunnen zijn weggevaagd. Allebei keken we of de trein er al aankwam, maar die kwam niet en daarop zei de dame: ‘Ik ben te oud om alleen te reizen. Het was een groepsreis maar toch prachtig.’

Ze was kennelijk liever alleen door het regenwoud getrokken, wat ik begreep.


‘En mijn koffer staat nog in Madrid,’ voegde ze eraan toe. ‘Een half uur om een koffer van het ene vliegtuig in het andere te proppen, dat lukt toch niemand? Ik mag blij zijn dat ik mijzelf nog in het vliegtuig naar Frankfurt kon proppen.’

Ze beschikte zonder meer over gevoel voor humor, maar koffers die niet aankwamen, maakten mij ook zenuwachtig. Misschien voelde ze dat. Ze zei: ‘Er zat niets in die koffer. Ook geen cadeautjes. Voor wie moet ik cadeautjes meenemen?’

Het gesprek werd heikel, maar de trein kwam eraan. We stapten in. Even leek de dame aanstalten te maken om naast me te gaan zitten, maar toen schudde ze haar hoofd en liep door.