pijn

Arnon Grunberg ,

1.       Op een ansichtkaart die ik ooit kreeg, staat: ‘Glück ist, wenn die Katastrophe eine Pause macht.’ Veel meer valt er over de essentie van het geluk niet te zeggen. Wat dat betreft heeft Epicurus gelijk, geluk is de afwezigheid van pijn. Nu moeten we nog even bepalen wat pijn is.

2.       Laten we proberen fysieke en mentale pijn van elkaar te scheiden, hoewel die twee vaak in elkaar overgaan. Zware fysieke pijn verwordt nogal eens tot mentale pijn, en langdurige zogenaamde geestesziekte leidt dikwijls tot fysieke klachten. Ik probeer me hier te concentreren op fysieke pijn. Over die pijn zou je kunnen zeggen dat deze bestaat uit een lichaam dat niet meer doet wat de ‘eigenaar’ van het lichaam wil dat het doet én op grond van ervaringen uit het verleden mag verwachten dat het doet, namelijk probleemloos functioneren. Pijn is verraden worden door je lichaam. Is fysieke pijn nog wel te onderscheiden van mentale pijn?

3.       Wij hebben de neiging de menselijke behoefte om het gebrekkige lichaam te overwinnen te waarderen. Denk aan Stephen Hawking. In zijn boek Je moet je leven veranderen stelt de filosoof Peter Sloterdijk dat leven trainen is om de tekortkomingen die ons zijn gegeven te overwinnen. Ruw gezegd, wie geen handen heeft, kan proberen met zijn voeten een grandioze violist te worden. Een gebrek is nog geen pijn, maar pijn die langer voortduurt, verandert in een gebrek. Mentale weerbaarheid is het beste antwoord, ook op fysieke pijn.

4.       Tijdens reizen door oorlogsgebieden met militairen heb ik mij afgevraagd hoe het zou zijn om zonder benen terug te komen. De gedachte liet mij niet los dat ik jaloers zou zijn op mensen die nog wel benen hebben. Het probleem van pijn is dat hij dikwijls gepaard gaat met jaloezie op mensen die nergens last van hebben. Pijn is een achterstand die moet worden ingelopen. Nadenken over fysieke pijn blijkt nadenken over mentale pijn te zijn.

5.       De bekende uitspraak dat alles wat je niet doodt je sterker maakt (Nietzsche) is een doekje voor het bloeden. Het kan, maar veelal word je verzwakt door wat nagelaten heeft je te doden.