tragedie

Arnon Grunberg ,

Op een ochtend zat ik in de wachtkamer van de tandarts die mij een beugel had aangesmeerd die ik achteraf niet nodig bleek te hebben.

Maar hij had me geholpen, toen ik na het verwijderen van een verstandskies een ontsteking in mijn mond had. Zoiets noopt tot loyaliteit, hoewel je ook zou kunnen zeggen dat ik een zwakkeling ben, een man zonder ruggengraat. Als ik me niet vergis vond mijn ex-vriendin dat ik een man zonder ruggengraat was. Daarin leek ze op mijn moeder.
Ik was er nu niet voor de tandarts, maar voor de mondhygiëniste. Mijn tandvlees bloedde en ik had hoe dan ook een afspraak met haar, dus dat kwam goed uit.
Ze heette Theresa, haar moeder kwam uit Italië, en terwijl ze mijn gebit reinigde, vertelde ze honderduit over een zwager van haar die als ‘homicide detective’ in Newark, New Jersey werkte. Volgens de mondhygiëniste werden er bijna nergens zoveel moorden gepleegd als in Newark, New Jersey. Er waren daar gangs, zei ze, die elkaar aan het uitmoorden waren.
‘En ze hebben van die rare namen,’ ging ze verder, ‘Fat Cat. Wat kan mij het schelen of Fat Cat wordt omgelegd. Als je met het zwaard leeft, sterf je door het zwaard. Doe ik je pijn?’
‘Nee,’ antwoordde ik.
Nog nooit had ik een mondhygiëniste gehad die zoveel praatte.
Daarna kwam de tandarts. Tijdens het afrekenen deed hij weer schimmig. Hij zei: ‘Ik geef je korting, omdat je zo’n goede man bent.’
Daarna werd het nog schimmiger. De tandarts zei: ‘Kom even mee, ik moet je wat vertellen.’
Hij nam me mee naar zijn kamer en vertelde dat zijn dochter een borderliner was, bovendien verslaafd aan alcohol en drugs en dat hij nu de voogdijschap had gekregen over zijn vierjarige kleindochter, die emotioneel en lichamelijk verwaarloosd was.
Hoewel hij het opgewekt vertelde, begreep ik dat hier een tragedie uit de doeken werd gedaan. Toch kon ik niet begrijpen waarom dit aan mij werd verteld. Moest ik iemand redden? Of gewoon luisteren?
Het laatste bleek. Ik luisterde een klein halfuur en toen zei ik: ‘Ik moet weer aan het werk.’
‘Ja,’ zei de tandarts. ‘Ik ook.’