Vlekken

Arnon Grunberg ,

Een korte verhandeling over vlekken.

  1. Wij spreken hier over vlekken in kleding. Kort geleden kwam een broek terug van de stomerij met een bleekwatervlek. Het was een paarse vlek, maar mensen die het weten konden, zeiden: ‘Bleekwater.’ De stomerij beweerde onschuldig te zijn. Dat beweren stomerijen altijd en ik laat het er tegenwoordig maar bij zitten. Een paar weken later bracht ik de broek weer naar de stomerij en hij kwam terug met nog meer bleekwatervlekken. Ik kon de broek, eens mijn lievelingsbroek, niet meer dragen. Wel was het vreemd dat andere kleding die ik had weggebracht niet besmeurd was met bleekwater. Hadden de werknemers van de stomerij een hekel aan deze broek?
     
  2. Mijn geliefde gooide een maand of wat geleden tijdens de lunch bloemkoolsoep over zich heen. Ze rook toen de rest van de dag naar bloemkoolsoep. Is er nog kans op een zeker gevoel van eigenwaarde als je onder de vlekken zit en naar bloemkoolsoep ruikt? Of hebben mensen die een bepaalde mate aan eigenwaarde voelen geen last van vlekken en de geur van bloemkoolsoep?
    Ik ben als de dood voor vlekken. Is de behoefte om vlekkeloos door het leven te gaan in wezen een verkapte vorm van zelfhaat?
     
  3. Ik heb baby’s altijd op mij laten kwijlen. Zoveel humanisme heb ik niet in praktijk te brengen, maar het straffeloos op je goeie goed laten kwijlen door baby’s getuigt wellicht van enige menslievendheid.
     
  4. Ik bewonder mensen die bewust kleren met vlekken dragen en dan bijvoorbeeld zeggen: ‘Ja, ach.’
    Minder bewondering heb ik voor mensen die de vlekken op hun eigen kleren niet zien, maar ook dat is een overlevings- strategie.
     
  5. Naarmate mijn vader ouder werd, zaten er steeds meer vlekken op zijn kleren. Misschien is de strijd tegen de vlek ook een strijd tegen het eigen verval.
     
  6. Sommige mensen zien in onverschilligheid een hoge vorm van vrijheid. Zij zeggen: ‘Ik zit onder de vlekken, maar het kan me niets schelen.’
    Ik respecteer deze vrijheid, maar ik wil er geen gebruik van maken. Graag heb ik dat mensen over mij zeggen: ‘Hij is een klootzak, maar wel een hygiënische klootzak.’