Kapot

In 1993 ging ik op vakantie naar Toscane en nam een haarclip van een huisgenote mee. Die haarclip ging stuk. Ik was daar een paar dagen behoorlijk van slag van...

In 1993 ging ik op vakantie naar Toscane en nam een haarclip van een huisgenote mee. Die haarclip ging stuk. Ik was daar een paar dagen behoorlijk van slag van. Het was geen erfstuk, het was geen dure haarclip, maar het was niet mijn haarclip.
Mijn hele leven al voel ik grote paniek als ik iets stuk maak dat niet van mij is.
In 1991 schilderde ik een kozijn van een vriend van Pepijn, maar ik brak het glas. Ik was een week lang ongelukkig en bracht de vriend een slagroomtaart.
In 1997 maakte ik de wasmachine stuk van de man met wie ik net samenwoonde. Het was één uur ’s middags. Ik wachtte een middag lang in angst op zijn thuiskomst.
Ik kan me niet herinneren dat iemand ooit boos was als ik iets stuk maakte.
In 1982 had ik een oranje blaadje van school mee naar huis gekregen. Het kwam uit een klapper. Er stonden sommen op. Dat blaadje raakte ik kwijt. Ik was schooleigendom verloren. Ik kon niet slapen. De juffrouw was niet boos.
In 1986 schopte ik een bal door de ruit. Ik verstopte me voor mijn ouders. Toen ze me vonden zei ik: ‘Ik heb de ruit kapot gemaakt.’
‘Welke?’
‘Die kleine.’
‘O, dat is niet erg.’
Het liep altijd goed af.
Nu logeert Hampie de hamster bij ons. Hampie is van vrienden.
Op dag één liep Hampie over tafel en at een chocoladekruimel. Ik zocht op het internet hamsters en chocola op, en zag meteen het woord ‘dodelijk’ staan.
Het zweet brak me uit.
Op dag twee kneep mijn dochter in Hampie en ze zei: ‘Er zitten harde dingen in.’ Ik legde haar uit dat dat botten zijn en dat je daar niet in moet knijpen.
Op dag drie hoorde ik Hampie piepen en ik vroeg aan mijn dochter die met haar hoofd in de kooi hing: ‘Knijp je hem nu weer?’
‘Nee, hij piept.’
‘Omdat je hem knijpt.
‘Nee,’ zei ze, ‘zijn bot piept.’
Ik had de rechtmatige eigenaren van Hampie al laten weten dat Hampie misschien iets verkeerds had gegeten. Ik voelde de bekende angst. Hampies eigenaren lieten me weten dat elk wit exemplaar bij teruggave volstond. Ze gaven me ook het adres van de dierenwinkel. Dat luchtte enorm op. Nu mocht Hampie gewoon doodgaan.
Het is dus niet het welzijn van Hampie dat me aan het hart gaat, het is de zorg dat Hampie niet stuk mag gaan, omdat hij niet van mij is.