Overdrijft

Mijn dochter heeft het ‘kleurboek voor volwassenen’ ontdekt, een boek met nogal arbeidsintensieve kleurplaten van complexe bloemenpatronen. Haar buurmeisje kwam spelen en kleurde al snel mee. We gaven haar voor haar verjaardag precies zo’n boek, en toen er weer een kinderfeestje was van een klasgenootje ging ik opnieuw naar de winkel om er nog een te kopen.

Mijn dochter heeft het ‘kleurboek voor volwassenen’ ontdekt, een boek met nogal arbeidsintensieve kleurplaten van complexe bloemenpatronen. Haar buurmeisje kwam spelen en kleurde al snel mee. We gaven haar voor haar verjaardag precies zo’n boek, en toen er weer een kinderfeestje was van een klasgenootje ging ik opnieuw naar de winkel om er nog een te kopen.

Ik zei tegen de verkoopster: ‘Dit is dus een enorme rage onder kinderen.’ ‘Echt?’ zei de verkoopster. Het was haar verbazing die me deed twijfelen aan wat ik zelf had beweerd en onmiddellijk realiseerde ik me dat ik slechts twee kinderen ken met zo’n kleurboek, niet iets dat het woord ‘rage’ rechtvaardigt. Toch voelde het niet als een leugen, zelfs niet als een grove overdrijving. Ik kon me zo goed voorstellen dat het een rage zou worden dat het in mijn belevenis al een rage was. In mijn fantasie loog ik niet.
 

Nog geen dag later deed ik het bijna weer. Ik ging ’s ochtends naar de bakker toen de vuilnis buiten stond. Voor twee huizen stonden grote kartonnen dozen waarin afvalemmers hadden gezeten. Toen ik de bakkerij binnenstapte wilde ik vrolijk meedelen dat dit blijkbaar het moment van het seizoen was waarop de mensen nieuwe afvalemmers aanschaffen, maar door de verzonnen rage van de dag ervoor was ik me nu sneller bewust van mijn overdrijving. Ik zweeg en merkte dat mijn stemming verslechterde. Heel kort had ik schik gehad van een stad vol nieuwe afval­emmers, maar nu bleef er enkel een betweterige stem over die me zonder plezier vertelde dat twee afvalemmers in één straat niets betekenen.

Ik dacht aan S., de ‘geheugenkunstenaar’, beschreven door de Russische neuropsycholoog A.R. Lurija. S. was een man met een extreem goed geheugen en voorstellingsvermogen. Als kind lag hij ’s ochtends in bed, keek naar de klok en zag dat het nog geen tijd was om op te staan. Hij sloot zijn ogen en bleef heerlijk liggen met in gedachten de wijzers op half acht. Dat beeld was zo sterk, dat het in zijn fantasie half acht bleef. Pas als zijn moeder hem veel later riep, had hij door dat er tijd was verstreken. Zelfs als volwassen man kwam hij nog vaak te laat, omdat de herinnering aan de wijzers op een vroeger tijdstip zo sterk was. Maar leg dat maar ’s uit: ‘Sorry dat ik laat ben, ik herinner me gewoon heel erg goed dat het vroeger was.’