De toeslagpaal en de conductrice

Tim den Besten ,

Tim heeft van die momenten dat hij zijn eigen moeder wordt. Houd je in Tim! Laat het gaan!

Ik zit in de trein en wegens haast ben ik vergeten de toeslag voor de Intercity Direct op mijn ov-chipkaart te laden. Als de conductrice langskomt om mijn chipkaart te controleren zeg ik meteen dat ik de toeslag ben vergeten.

'Dat is dan tien euro meneer.'

'Kan ik dat pinnen?'

'Nee. Dat kan niet. U heeft geen contant geld bij zich?'

'Nee. Sorry.'

'Ik kan wel een acceptgiro naar uw woonadres laten sturen.'

'Ja doe dat maar dan.'

'Kunt u zich legitimeren?'

'Eh. Nee, ik geloof het niet.'

'U gelooft het niet?'

'Nee. Ik heb niks bij me.'

'U hebt geen identiteitsbewijs bij zich?'

'Nee'

'U weet dat u zich volgens de Nederlandse wet te allen tijde moet kunnen legitimeren meneer?'

'Dat weet ik maar ik heb eigenlijk nooit mijn paspoort bij me, tenzij ik op vakantie ga. Anders raak ik hem kwijt.'

'U dient zich aan de wet te houden meneer. Ik zou u uit de trein kunnen laten halen om op het politiebureau uw identiteit te achterhalen.'

Haar mannelijke collega is er inmiddels bij komen staan en knikt op alles wat zijn collega zegt. Zo’n hondje op de hoedenplank.

'Wat een heftige reactie mevrouw. Ik ben een toeslag van 2,50 vergéten te láden en nu wilt u me laten óppakken omdat ik mijn páspoort niet bij me heb? Ik kan toch zo meteen op Schiphol even in en uit de trein om op het perron die toeslag te laden?'

'Nee dat doen we dan wel op Amsterdam Centraal en dan loop ik met u mee om het te controleren. Ik kom straks bij u terug. Maar ik ben het er niet mee eens dat u geen legitimatie bij zich heeft.'

Ik ben geen crimineel! Ik zou geen preek moeten krijgen maar champagne! En hoeren! 

Tim den Besten

Ik probeer vriendelijk naar de conductrice te knikken maar voel aan mijn gezicht dat dat niet lukt. Het zijn de momenten dat ik mijn eigen moeder word. Ik spreek mezelf streng toe. Houd je in Tim! Laat het gaan! Let it goooo! Let it goooo! Want eigenlijk wil ik natuurlijk zeggen dat ze echt een stom wijf is. En dat iedereen in de trein dat vindt! Ik had willen zeggen dat ze dit natuurlijk heel anders had moeten aanpakken. ‘Meneer, wat vervelend dat u uw paspoort bent vergeten! Ik loop op Amsterdam Centraal even met u langs de toeslagpaal en dan is alles in orde.’ Maar nee mevrouw neemt het er lekker van! Met haar stomme strakke paardenstaart! Ik besteed ongeveer de helft van mijn inkomen aan treinkaartjes. Ik ben geen crimineel! Ik zou geen preek moeten krijgen maar champagne! En hoeren!

Als de trein aankomt op Amsterdam Centraal zie ik dat de conductrice me opwacht op het perron. Met haar hoedenplankhondje. Knik knik doet ‘ie. Ook als ze niks zegt. Omdat ik inmiddels nog bozer ben omdat ze gewoon zo stom is loop ik met ferme tred naar zo’n toeslagpaal. Ik voel dat ze een beetje moet rennen om me bij te houden. Het voelt goed. ‘Goed zo Tim! Dat zal haar leren! Haha!’ Zegt moeder Tim tegen mezelf. En zo meteen vertel ik de conductrice mooi wat ik hier allemaal van vind! Dan ineens hoor ik de strakke paardenstaart achter mij zeggen ‘Hier staat er een hoor’. Ik draai me om, piep mijn pas en loop verder. Achter me vervliegt haar ‘fijne dag’ in het geroezemoes van het station. Ik zeg niks terug.