het kan nog erger

Radha Ramdhan ,

Wie het schrikbewind in Eritrea wil ontvluchten hoeft niet op Europa, Bedoeïenen, Egypte of Israël te rekenen.

2Doc: Sound of Torture
Woensdag, Nederland 2, 23.00-0.00 uur

Een Eritrese man laat in het zonovergoten Tel Aviv zijn rug zien: diepe, donkere striemen tonen de gevolgen van gesmolten plastic dat over zijn rug is gegoten. Het overkwam hem toen bedoeïenen hem in de Sinaï ontvoerden en vasthielden in een martelkamp. De man had geprobeerd om via de woestijn Israël te bereiken. Dat doen meer van zijn landgenoten sinds Europa in 2006 haar zuidelijke grenzen sloot voor Afrikaanse asielzoekers. Voor een bepaalde groep bedoeïenen is dat big business: sinds 2009 houden zij met regelmaat Eritreërs gevangen in woestijnkampen. Ze eisen dan – zelfs voor Westerse begrippen – veel losgeld, dat de Eritrese (kerk)gemeenschap onder elkaar bijeenbrengt.

Ook de jonge Semhar werd ontvoerd, sadistisch gemarteld en elke nacht door vier tot twaalf mannen verkracht. Na betaling van het losgeld verkochten mensenhandelaren haar opnieuw door. Weer moest losgeld ingezameld worden. Nu zit ze getraumatiseerd in Israël, waar mensen als zij de status ‘infiltrants’ hebben.

Activiste Meron Estafanos

Met de helder gecomponeerde, maar zeer schokkende documentaire Sound of Torture (première Idfa 2013) geeft de Israëlische filmmaakster Keren Shayo een stem aan slachtoffers van Sinaï-ontvoeringen. Shayo neemt de kijker mee in het verhaal via Meron Estafanos, een Eritrese activiste die met haar radio-uitzendingen vanuit Zweden vaak als enige in contact staat met de ontvoerde Eritreërs. Zij voert aangrijpende telefoongesprekken en heeft ontmoetingen met ontvoerde of inmiddels vrijgekochte landgenoten in Tel Aviv. Ze gaat ook naar de Israëlisch-Egyptische grens en naar de Sinaï, waar ze op een steenworp afstand komt van een van de martelkampen.
Wat weten wij eigenlijk van Eritrea? Na de onafhankelijkheid van Ethiopië in 1993 voert Eritrea een militair terreurbewind te vergelijken met Noord-Korea. Sinds 2006 zit er geen enkele internationale organisatie of ngo meer in het land, licht hoogleraar Mirjam van Reisen, verbonden aan de Universiteit van Tilburg, vanuit New York toe. Zij publiceerde onlangs een rapport over mensenhandel in de Sinaï, met daarin veel getuigenverhalen van ontvoerde Eritreërs. ‘De unhcr adviseert om Eritrese asielzoekers niet terug te sturen, omdat de kans zeer groot is dat de overheid ze bij terugkeer gevangenzet en martelt. Tussen de 3500 en 5000 Eritreërs (op een bevolking van minder dan zes miljoen) vluchten maandelijks het land uit, ondanks het effectieve grensbeleid van ‘shoot-to-kill’, dat Egypte en Israël eveneens hanteren. Ongeveer de helft overleeft de grensoversteek. Dit zegt uiteraard iets over Eritrea. Toch werkt de eu, vanwege geopolitieke- en militair-strategische belangen, via hulpprogramma’s samen met Eritrea. Er moet veel veranderen, zoals het strafrechtelijk vervolgen van de mensenhandelaren. Maar die Europese samenwerking moet onmiddellijk stoppen. Want nu is het signaal: we werken samen, dus we kunnen Eritreërs ook terugsturen.’