buigen voor de koning

Maarten van Bracht ,

In de documentaire vertelling De onderkoning blikken anno 1820 betrokkenen terug op de wording van onze constitutionele monarchie en hun eigen rol in het geheel. Ofwel, waarom Van Hogendorp het aflegde tegen Willem I.

De onderkoning – De strijd om de grondwet
Zaterdag, Nederland 2, 20.20-21.15 uur

Als Napoleon in 1813 flink klop heeft gekregen bij Leipzig, trekken de Fransen zich ook geleidelijk terug uit Nederland, waar ze al sinds 1795 de baas zijn.
In Den Haag wagen drie bestuurders, Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duyn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum, dan een opstand en vormen een Voorlopig Bewind. Uit vrees voor anarchie of inlijving van Nederland bij Pruisen of Engeland, besluit Van Hogendorp een jeugdvriend, de vrijwel vergeten prins Willem Frederik van Oranje-Nassau die in ballingschap in Engeland verblijft, naar Nederland te halen. Een waagstuk, want hoe zouden de Franse bezetter en het volk op deze importvorst in spe reageren?
Het valt mee, de prins landt op het strand van Scheveningen, krijgt een warm onthaal en wordt in triomf naar Den Haag gebracht. Maar het eerste treffen tussen Van Hogendorp en Willem zet al meteen de toon voor een moeizame verstandhouding waarbij het tussen beiden niet meer goed komt: koeltjes overhandigt Willem de door Van Hogendorp geïnspireerde proclamatie, waarin Nederland zich vrij verklaart van Frankrijk, aan diezelfde Van Hogendorp, waarna Willem met tegenzin diens uitgestoken hand schudt. Ofschoon beiden op elkaar zijn aangewezen – er moet bijvoorbeeld nog overeenstemming over een grondwet worden bereikt – ontstaat een controverse waarin Van Hogendorp zes jaar later definitief het onderspit delft.

Gijs Scholten van Aschat als Van Hogendorp

Mozaïek
Over hoe Nederland één land werd (inclusief België), met één koning (Willem I) en een heuse grondwet gaat De onderkoning, een gedramatiseerde documentaire vertelling van Ramon Gieling, waarin de totstandkoming van onze constitutionele monarchie en de machtsstrijd tussen twee hoofdrolspelers, de koning en ‘onderkoning’, wordt verbeeld. Dat gebeurt op originele, niet eerder vertoonde wijze, geënt op de aanpak van geschiedenisprogramma Andere tijden, met getuigen die zich achteraf uitspreken over historische gebeurtenissen, afgewisseld met archiefbeelden, of, in dit geval quasi-documentaire zwart-witbeelden en (speel)filmfragmenten. In De onderkoning laat interviewer Ramon Gieling anno 1820 in het Oude Stadhuis van Den Haag alle betrokkenen, uitgedost in de dracht van hun tijd, terugblikken op hoe Nederland een koninkrijk werd en een grondwet kreeg, en op hun eigen rol in het geheel. Alleen Willem i doet niet mee; een monarch laat zich immers niet ondervragen. Alle afgenomen ‘interviews’ zijn gedocumenteerd en gebaseerd op historische bronnen en wetenschappelijke adviezen. Al naar gelang hun overtuiging en loyaliteit, kiezen de ondervraagden partij voor Willem of Van Hogendorp, of ze houden zich bekwaam op de vlakte. Zo ontstaat een levendig mozaïek van getuigenissen, dat een genuanceerd beeld oplevert van een enerverende periode en de botsing tussen twee ego’s, hun karakters en opvattingen.

Hubert Fermin als Van Limburg Stirum

Jichtlijder
De rol van de ‘onderkoning’ intrigeert het meest. Van Hogendorp had al een conceptgrondwet voorbereid, waarin de macht bij de Staten-Generaal lag, dus een volksvertegenwoordiging met een Eerste en Tweede Kamer. Het liefst wil hij van Nederland een democratie maken, met een scheiding van machten en met stemrecht en vrijheden voor alle burgers. Willem vindt daarentegen dat de macht primair bij de souvereine vorst moet liggen en is ook niet van plan op voorhand in te stemmen met de conceptgrondwet, waaraan door beiden in een commissie vervolgens nog maandenlang wordt gesleuteld. In 1814 legt Willem in de Nieuwe Kerk in Amsterdam dan toch de eed af op een, vanuit Van Hogendorps democratische perspectief, uitgeklede versie, waarin de macht primair bij de vorst ligt en de troonopvolging erfelijk is verklaard. Maar Van Hogendorp is niet aanwezig bij wat toch zijn finest hour had moeten worden: de proclamatie van een grondwet voor de Verenigde Nederlanden. Na al zijn inspanningen biedt Willem hem niet eens een slaapplaats aan in het Paleis op de Dam, waarna Van Hogendorp gekrenkt thuis blijft en zich daarbij als jichtlijder kan verschuilen achter zijn kwaal. Nu is hij na Willem de eerste jaren weliswaar de machtigste man van Nederland, als eerste minister van Buitenlandse Zaken van het ‘Souverein Vorstendom’ der Verenigde Nederlanden, en vicepresident van de Raad van State, lid en voorzitter van de Staten-Generaal en minister van Staat. Maar de koning behandelt hem, net als de andere ministers, als een dienaar. Heeft Van Hogendorp spijt gehad van zijn besluit om zijn jeugdvriend Willem naar Nederland te halen? Willem bleek voor hem een paard van Troje. ‘De koning doet wat hij zelf wil – ik kom er niet tussenin.’

Wraak
Koning wordt Willem overigens pas in 1815, met toestemming van de mogendheden die willen dat de Nederlanden zo snel mogelijk een stabiele buffer vormen tegen de dreiging van Pruisen en Frankrijk. Wanneer Napoleon Elba verlaat en een nieuwe invasie dreigt, roept Willem zich op aandringen van Van Hogendorp en de erfprins (de latere Willem II) uit tot koning van noord én zuid. Ook de Belgen worden daarmee voor een voldongen feit geplaatst, maar een en ander was al eerder op het Congres van Wenen bekokstoofd. Wanneer in datzelfde jaar 1815 de Franse keizer in de Slag bij Waterloo – op Nederlands grondgebied – zijn definitieve nederlaag lijdt, ziet Willem ook zijn kans schoon om met Van Hogendorp af te rekenen. Hij ontheft hem uiteindelijk uit al zijn functies, het besluit van een wraakzuchtig autocraat die geen inmenging duldt. Wanneer vervolgens wordt besloten Van Hogendorp lid van de Eerste Kamer maken, wijst deze dit af omdat de benoeming geheim is. Wel blijft hij, op zijn beurt zinnend op wraak, lid van de Tweede Kamer en laat tot drie keer toe de tien(!)jaarlijkse begroting van de koning afkeuren.

Katja Herbers als Van Hogendorps dochter Hester

Marionet
De onverenigbaarheid van beider karakters en ambities komt in De onderkoning goed uit de verf, al wordt Willem niet zelf sprekend opgevoerd. Wel zijn dominante moeder, Wilhelmina van Pruisen, die hem steunt en met wie hij steeds overleg pleegt. Willem beschouwt het koningschap voornamelijk als een private onderneming.
De historische illusie wordt grappig doorbroken (‘De camera is nu toch uit, hè?’) als de Britse ambassadeur Clancarty vertelt over zijn invloed op Willem: ‘Hij was een marionet in onze handen’. Zonder Engeland geen Willem I en geen koningschap. ‘Hoe wilt u over 200 jaar herinnerd worden?’ luidt ten slotte de vraag aan Van Hogendorp. ‘Als iemand die geprobeerd heeft een wezenlijke verandering in het staatsbestel te bewerkstelligen. Ik heb het niet gered.’ En waarom ging het mis tussen hem en de koning? ‘Mijn behoefte aan gezamenlijkheid was misschien groter dan de zijne.’
Van Hogendorp stierf in 1834. Hij heeft nog meegemaakt dat de Belgen zich in 1830 afscheidden van Nederland, waar hij als een van de weinige Nederlanders begrip voor kon opbrengen. De grondwet die hem deugd zou hebben gedaan kreeg Nederland pas veertien jaar later, van de liberaal Thorbecke.

belangrijkste personages

Van Hogendorp (Gijs Scholten van Aschat), leider van de Opstand, voorzitter van de Grondwetscommissie. Haalde Willem naar Nederland, maar werd zijn opponent.
Koning Willem I
(Laurens de Groot), erfopvolger van laatste stadhouder
Willem V.
Eerste koning van Nederland.
Van der Duyn van Maasdam
(Dic van Duin), lid van het Driemanschap en de Gondwetscommissie. Gouverneur van Zuid-Holland.
Van Limburg Stirum (Hubert Fermin), lid van het Driemanschap. Militair gezaghebber van het Voorlopig Bewind.
Hester van Hogendorp
(Katja Herbers), dochter van Van Hogendorp en zijn persoonlijke secretaresse.
Lord Clancarty
(David Eeles), Engels ambassadeur in Den Haag en diplomaat op het Congres van Wenen.
Wilhelmina van Pruisen
(Betty Schuurman), moeder van koning Willem I en beschermvrouwe van de jonge Van Hogendorp.
Anton Falck
(Vincent Rietveld), secretaris van Staat. Stond tussen Van Hogendorp en de koning in.
Jacob Pronk
(Lukas Dijkema), Scheveningse reder, organiseerde de aankomst van de prins.

Waarom heeft Van Hogendorp prins Willem toch uit Engeland gehaald?

Historicus Jeroen Koch, auteur van de biografie van koning Willem I en als een van de wetenschappelijk adviseurs betrokken bij De onderkoning: ‘Ja, die vraag wordt vaak gesteld. Want hij wist op voorhand dat ze elkaar niet mochten. Nu genoot Van Hogendorp het vertrouwen van Wilhemina van Pruisen, Willems moeder, en hij had eerder al gehoopt zo raadspensionaris te worden. Dat ging toen niet door, en nu wilde hij via Willems terugkeer een nieuwe poging wagen. De opstand van het Voorlopig Bewind moest primair anarchie voorkomen, en het was ook een soort strategische coup; door een “nationale wil” te demonstreren wilde Van Hogendorp een plaats aan de Europese onderhandelingstafel verdienen. Terughalen van de Oranjeprins moest ook herstel suggereren. Helaas voor Van Hogendorp was Willem Frederik, met zijn bedenkelijke reputatie, de Oranje van dienst. Van Hogendorp werd geen raadspensionaris en raakte al snel de regie kwijt. Sterker nog, hij wist van tevoren dat dit onvermijdelijk was. Dat is ook zijn tragiek, een ingecalculeerde nederlaag bijna. Zo bezien kun je zeggen dat Van Hogendorp zich heeft opgeofferd voor de Nederlandse natie.’