Belg in niemandsland

han ceelen ,

De Vlaming Rudi Vranckx geldt als een van de beste oorlogsverslaggevers ter wereld. In een nieuwe reportageserie belicht hij het explosieve Afrikaanse ‘niemandsland’ tussen Mogadishu en Timboektoe.

Vranckx in Niemandsland
Woensdag, canvas, 21.40-22.30 uur
Vranckx
Zaterdag, canvas, 20.10-20.40 uur
Het verdriet van Europa
Donderdag, Canvas, 18.30-19.28 uur 

Vraag Nederlandse oorlogsverslaggevers welke collega ze het meest bewonderen, en er is een goede kans dat je op Rudi Vranckx uitkomt. ‘Voor mij is hij de beste in ons vak,’ zegt Nieuwsuur-coryfee Jan Eikelboom, die de Belg al meer dan twintig jaar kent. ‘Niet alleen in de Lage Landen, maar ook daarbuiten. Wat ik in Rudi waardeer is zijn combinatie van professionaliteit en zijn empathische manier van werken. Hij is altijd goed geïnformeerd, bewaart afstand, blijft scherp analyseren, maar in zijn reportages staat de mens voorop.’
Ook in eigen land geldt Vranckx (1959) als een grote meneer. Vanaf 2008 heeft hij bij de VRT een eigen programma. Daarin bericht hij meestal over brandhaarden in de wereld, middels wat hij zelf noemt ‘een combinatie van slow journalism en instant history’. Zo maakte Vranckx de afgelopen jaren de succesvolle series De revolutieroute en De vloek van Osama, die zich grotendeels afspeelden in het Midden-Oosten. In zijn nieuwste reeks Vranckx in Niemandsland, vanaf deze week te zien op Canvas, reist hij dwars door Afrika van Mogadishu naar Timboektoe.

Vranckx gaat in Somaliland op zoek naar het verhaal achter de bootvluchtelingen van Lampedusa

Sjaaltje
Deze bestemming lag minder voor de hand, erkent Vranckx tijdens de persvoorstelling op de VRT-burelen in Brussel. Zoals de meeste televisiepersoonlijkheden is hij in het echt kleiner dan gedacht. Hij gaat gekleed in spijkerbroek, streepjesoverhemd, gympen, en het vaste attribuut waarmee hij in België vaak geplaagd wordt: een sjaaltje. Vranckx’ nieuwe programma kende niet één grote aanleiding, legt hij uit, wel een heleboel kleintjes. ‘Ik wilde altijd al graag naar Timboektoe, voor mij een stad met een mythische uitstraling. Toen anderhalf jaar geleden de oorlog in Mali losbarstte dacht ik: verdomme, nu zijn die extremisten ook die stad al aan het verwoesten; het lijkt wel alsof ze me achtervolgen. Aan de andere kant had je Somalië, waar in de jaren negentig de enige grote oorlog plaatsvond die ik gemist heb.
Verder is de regio een breuklijn tussen islam en christendom, en tussen Sahel en Sahara. Het is een plek waar hevig wordt gestreden om grondstoffen. Veel van de vluchtelingen die wij zien opduiken in bootjes op de Middellandse Zee komen daarvandaan. Alles bij elkaar bracht mij dat tot de conclusie: dit is een gebied waarvan we weinig weten – vandaar ook de titel – maar waar we de komende jaren veel van gaan horen.’

Rudi Vranckx (met sjaal) in Ethiopië

Al snel bleek dat Vranckx het bij het rechte eind had. Zijn ploeg was nog niet geland in Mogadishu, of de stad werd getroffen door een bloedige zelfmoordaanslag, precies op de plek waar hij zijn eerste interview had gepland. In de zes maanden dat hij onderweg was richtte de islamitische terreurbeweging Al Shabaab een slachtpartij aan in een winkelcentrum in Kenia; deden Franse militairen een interventie in Mali tegen Toeareg-islamitische opstandelingen; raakten in Zuid-Soedan verschillende stammen slaags; en beheersten gestrande bootvluchtelingen in Lampedusa wekenlang het wereldnieuws.
Ondanks alle geweld en ellende is Vranckx na zijn reis niet pessimistisch over de toekomstkansen van het gebied. ‘Ja, je hebt armoede, conflicten en extremisme. Maar je kunt ook zien hoe dat komt. Het zijn altijd dezelfde dingen waaraan gebrek is: onderwijs, corruptiebestrijding, transparantie, rechtszekerheid. Wordt aan die voorwaarden voldaan, dan gaat het meteen een stuk beter, zoals in Ethiopië, waar we ook uitgebreid gefilmd hebben. En wat me ook positief stemt, is dat het extremisme nergens diepgeworteld is. Islamitische rebellen proberen met wapens uit de arsenalen van Khadaffi de macht over te nemen in Mali, Niger en Darfur. Maar de lokale bevolking moet daar eigenlijk niets van weten. Daarom heb ik ook vertrouwen in de missie van jullie Nederlandse militairen in Mali. Als ze het goed aanpakken, moeten ze de inwoners aan hun kant kunnen krijgen. Extremisme zit, in tegenstelling tot in een land als Afghanistan, gewoon niet in hun cultuur. Meisjes praten met jongens, vrouwen staan zich halfnaakt te wassen. Een taliban of een Jemenitische extremist zou daar raar opkijken.’

Mogadishu, een van de gevaarlijkste steden van de wereld

Wonder
Goed voor het kijkershumeur zijn de portretten die Vranckx maakte van de ‘helden’ die hij onderweg tegenkwam. Mensen die zich door de omstandigheden niet uit het veld laten slaan en vechten voor een betere toekomst. Zoals de Ethiopische Mamitu Gashe. Zij liep net als veel andere jonge vrouwen bij haar bevalling een fistula op, een gat in het geboortekanaal waardoor urine, en soms zelfs uitwerpselen, door de vagina naar buiten druppelen. Hierop werd Mamitu door haar man verstoten en belandde ze meer dood dan levend in een ziekenhuis in Addis Abeba. Maar daar gebeurde een wonder. De analfabete Mimuta werd hulpje in het ziekenhuis en ontwikkelde zich gaandeweg tot een kundig chirurg. Tegenwoordig is ze een wereldautoriteit op het gebied van fistula-chirurgie.
In gesprekken met dit soort mensen zien we Vranckx zoals gewoonlijk uitgebreid in beeld, minzaam glimlachend of begripvol knikkend. Dit komt hem in België geregeld op het verwijt van ijdelheid te staan. ‘In het begin zat ik daar wel mee,’ reageert Vranckx. ‘Nu niet meer. Iedereen die op tv komt is ijdel, maar ik doe het vooral omdat gebleken is dat we zo meer kijkers trekken. Hoe zei die Franse koning het ook alweer: “Paris vaut bien une messe – als ik me moet bekeren om op de troon te komen, dan doe ik dat.” Welnu, als het in het huidige medialand nodig is om het op deze manier te doen, dan is dat maar zo.’

Rudi Vranckx en Mamitu Gashe in het ziekenhuis van Addis Abeba

Verzuring
Om dezelfde reden heeft Vranckx sinds enige tijd een eigen Facebookpagina, waar zijn fans iedere beweging die hij maakt kunnen volgen. ‘Eerst hadden we een Facebook-pagina per programma, maar dan trek je een paar duizend volgers die weer afhaken als het programma stopt. Daarom hebben we de pagina nu rond mij, het merk, gebouwd. Wij voeden die pagina permanent met filmpjes, foto’s en verhaaltjes, en dat werkt wonderwel, beledigende reacties uitgezonderd.’
De verzuring die uit dit soort reacties spreekt, is het enige waar Vranckx wel eens moedeloos van wordt. ‘Op reis zie ik zelfs in de meest deprimerende omstandigheden ook altijd goede dingen. Maar als ik in België na een lezing iemand hoor zeggen dat het toch allemaal de schuld is van de moslims, dan denk ik wel eens: waar doe ik het voor?’
Nee, dan de ontmoeting die Vranckx had in Timboektoe, de stad die hem aanvankelijk een beetje tegenviel. ‘Het bleek weinig meer dan een stoffig hol, waar weinig mythisch aan was. Tot ik in gesprek raakte met een lokale timmerman. Hij was deuren aan het maken met ringen en cirkels erop. Toen ik vroeg waar die voor stonden zei hij: “Die symboliseren meisjes. We hebben hier liever meisjes dan jongens, omdat die tenminste geen oorlog voeren.” Kijk, als een doodgewone man in dit gebied en deze cultuur zoiets zegt, dan is er hoop.’