porgel en perulan

Maarten van Bracht ,

Ja, er was wel degelijk Joods verzet. Dat van de PP-groep krijgt alsnog de verdiende aandacht.

Bob van Amerongen, 1940

2Doc: Fatsoenlijk land
Nederland 2, 23.00-0.00 uur

Het beeld dat de Nederlandse Joden zich zonder verzet naar de concentratiekampen hebben laten afvoeren is hardnekkig, zij het dat die opvatting zelden hardop wordt geuit. Ze is feitelijk onjuist. Eén verklaring luidt dat Joden die eenmaal verplicht waren tot het dragen van een gele ster geen kant meer op konden en zich dus nauwelijks konden verweren. Een andere dat weinig Nederlanders zich konden voorstellen dat de nazi’s de Joden werkelijk wilden vernietigen. Weer een andere dat Loe de Jong in zijn standaardwerk Het Koninkrijk… het Joods verzet heeft gebagatelliseerd door er geen melding van te maken – wellicht te confronterend voor hem, die zelf in Londen zat terwijl zijn familie naar de kampen werd afgevoerd.

Feit is dat zo’n twintig procent van de Vrije Groepen Amsterdam, een federatie van verzetsgroepen, uit Joden bestond. Van de zogeheten PP-groep bestond zelfs de meerderheid uit Joden, zo blijkt uit de film Fatsoenlijk land. Deze zogeheten verzorgingsgroep werd genoemd naar Porgel en Porulan, de fantasiebeesten uit het in 1943 door Cees Buddingh’ gepubliceerde onzingedicht ‘De blauwbilgorgel’. Ze staan voor Bob van Amerongen en Jan Hemelrijk, oprichters en leiders van de groep die uit twintig personen bestond en erin slaagde tientallen Joden, vermoedelijk zo’n vijftig, te laten onderduiken en de oorlog te laten overleven. Het bestaan van deze groep – De Jong wist ervan – was nauwelijks bekend, toe te schrijven aan de bescheidenheid van de groepsleden.

Het hoofdkantoor van de PP

Tot Loes Gompes vorig jaar het boek Fatsoenlijk land publiceerde en samen met Sander Snoep de gelijknamige film maakte. Naast andere getuigen vertelt Bob van Amerongen, zestien jaar jong toen de oorlog begon, hoe hij op Amsterdam CS Jan Hemelrijk ontmoette en hem vroeg of deze voor een persoonsbewijs kon zorgen. Hemelrijk – overleden in 2005 maar in de film te zien op archiefbeelden – maakte deel uit van een groep chemici en fysici die op het Natuurkundig Lab van Philips werkten. Eind 1941, ruim voor de deportaties begonnen, vervalste hij al persoonsbewijzen. Van Amerongen en Hemelrijk waren half Joods en konden zich dus makkelijker bewegen dan sterdragers. Hun Joodse vaders waren docent en rector van het Murmellius Gymnasium in Alkmaar en Hemelrijks moeder beschikte over de huisadressen van alle leerlingen. Zij kon aardig inschatten (‘aardige mensen, maar schijterds’) of hun ouders onderduikers in huis wilden hebben. Een op de tien deed mee.
Het werk van de verzorgingsgroep was zwaar, tijdrovend en levensgevaarlijk: voor persoonsbewijzen zorgen, geschikte onderduikadressen vinden, voldoende geld inzamelen voor onderdak en eten – en dus ook voedselbonnen. Enkele personages uit Reve’s klassieker De avonden zijn gemodelleerd naar personen uit de PP-groep: Joop van Egters naar Karel van het Reve, Viktor Poort naar Bob van Amerongen en Herman naar Jan Hemelrijk.
Op Keizersgracht 695 herinnert een plaquette aan het werk van de verzorgingsgroepen.