stadsvissen

robert lagendijk ,

Brengt het klassieke sportvissen flinke kosten met zich mee, streetfishing doe je al met een ultra-light hengeltje en een vispas van vijfentwintig euro.

Vis TV
Zaterdag, RTL 7, 14.00-14.30 uur
Zondag, RTL 7, 9.30-10.00 uur 

Het klassieke beeld van de visser: in de stromende regen onder een paraplu met een thermoskan koffie in een klein bootje, tussen het riet aan de waterkant. Uren staren naar een reflecterende dobber, om tegen etenstijd – via de lokale visboer – weer naar moeder de vrouw te gaan. Nee, dan de streetfishers die je de laatste steeds vaker in het centrum van de grote steden tegenkomt. In stoere kleding en vaak uitgerust met filmcameraatjes op hun jas klimmen ze langs kadewanden, steigers en bootjes, op zoek naar de beste stek. ‘Vandaag hebben we al kilometers gelopen,’ zegt Bart van de Walle, ­webmaster en penningmeester van de Dutch Streetfishing Association, de DSA. ‘Je lokt hier niet de vis naar jou toe, maar gaat actief zelf op zoek.’ Daarnaast is het een stuk gezelliger. Er mag, of beter: moet, namelijk gewoon gepraat worden. ‘Daar zijn die vissen in de stad aan gewend.’

Van de Walle staat geregeld in het weekeinde vroeg op om samen met zijn vismaat Jan Willem met de trein vanuit Groningen naar een stekkie in een andere stad te reizen. Daar ontmoet hij dan de rest van de vissers die uit alle hoeken van het hele land komen om een dagje te vissen. Dat doen ze ongeveer een keer per maand. Voor streetfishers zijn de regels eenvoudig. Het gaat er om wie de grootste vangt. De vis die aan de haak zit wordt dus altijd even gemeten, en vervolgens gefotografeerd. Meenemen en opeten is er niet bij. Eerder dit jaar gingen de hengels in Utrecht in het water, vandaag is hij met zestig andere vissers in en rond de Oude Haven in Rotterdam te vinden. Ze spreken altijd aan de rand van de stad af zodat het parkeren niets kost, om vervolgens gezamenlijk het centrum in te wandelen, op zoek naar een goede visplek. Voor Utrecht was het de straatvisdoop. ‘Het winkelend publiek keek daar zeer verbaasd,’ vertelt Bart. ‘Ze kenden het straatvissen nog niet. Blijkbaar wordt daar nooit gevist in de binnenstad.’ En dus kwam ook meteen de politie even in actie om te controleren of de vispassen in orde waren en of de vissers de verplichte boekjes met viswateren bij zich hadden.

Sportvissen werd ineens urban en zelfs een echte levensstijl voor jonge mensen

straatvissen

Skateboard
Streetfishing is een paar jaar geleden via België komen overwaaien uit Parijs. ‘Daar werd het vissen in de stad ineens opgepikt door de graffiti-jongens met de bmx-fietsen, zegt Arthur Langstraat. ‘Die gasten verzonnen de term streetfishing. In Nederland zijn we gewend alle vangst terug te gooien, maar in Frankrijk viste men altijd voor de pan. Die jongens in Parijs vonden vissen gewoon leuk en begonnen de vis ook netjes terug te zetten. Ze wilden laten zien dat er in de stad meer valt te beleven. Sportvissen werd ineens urban en zelfs een echte levensstijl voor jonge mensen.’ Maar in feite is streetfishing niet echt nieuw. ‘Ik ben zelf geboren in Kralingen, aan de Nieuwe Maas. Daar zijn veel binnenhavens en ik heb daar mijn hele jeugd gevist,’ zegt Langstraat. Voor hem is het vandaag in Rotterdam dus een echte thuiswedstrijd. Dat is anders voor de twintig Belgen en een Duitser die zich hebben ingeschreven voor de wedstrijd. De regels van vandaag zijn eenvoudig: wie het hoogste aantal punten heeft wint. Het aantal gevangen vissen telt, maar de lengte ook. Langstraat heeft zijn uitrusting afgestemd op het vangen van maatse baarzen. ‘Maar je kunt hier echt van alles vangen: grondels, wolhandkrabben, snoekbaars, alles. Ik heb ook wel eens een tas met oude kleding gevangen. En een skate­board.’
Streetfishing doe je niet met wormen of stukjes brood aan de haak, maar met nepaas. Brood werkt wel voor witvis, maar niet voor roofvis als baarzen en snoekbaarzen. ‘Maar je ziet nu wel dat mensen die op witvis vissen ook zeggen dat ze streetfishen. Maar streetfishing doe je echt alleen op roofvis,’ zegt Arthur stellig.

Gezelligheid
Carlo Toebast, een van de Belgen vandaag, komt uit de buurt van Gent. Hij heeft net voor de lunch al een baars van 51 centimeter aan de haak geslagen. ‘Maar dat is niet de winnende vis hoor. Ik zag al iemand die een flinke jongen van zeventig centimeter heeft gevangen.’ Maar Toebast vindt vandaag evengoed alles prachtig: ‘Ik was nog niet eerder in Rotterdam geweest. Het is een geweldig decor. Ik vis veel liever in Nederland dan in België. Hier is alles goed geregeld. In België wordt nergens op gecontroleerd en gaat men slecht met de vis om.’
Na drie uur vissen slentert een enorm lint van outdoorkleding terug naar de Oude Haven voor de lunch. Gezelligheid is essentieel bij streetfishing. Even later staan er zestig hengels en bijna evenveel schepnetten tegen de pui van uitvals­basis grand café Stockholm. Iedereen mompelt wat over de slechte vangst vandaag. ‘Jij al wat?’ ‘Nope.’
Vissers zijn doorgaans rustige jongens, maar tijdens het eten gaan de sterke verhalen over enorme vangsten luidkeels in ongeveer twaalf verschillende accenten over tafel. En wie de verhalen niet gelooft, krijgt het bewijs op een iPhone te zien: flinke baarzen en snoekbaarzen met verplicht meegefotografeerd meetlint. De lunch is ook het moment voor een korte materiaalcontrole. Tangetjes, loodjes, verschillende soorten aas en nieuwe lijnen komen uit de zakken tevoorschijn. Even later zitten de broodjes ham en kaas er in en verspreidt iedereen zich weer in koppels langs de kades.

Imago
Er vaart een bootje langs de brug waar Langstraat staat. ‘Kijk dat is gunstig. Bij dit soort bruggen zit veel vis, maar je kunt je hengel er moeilijk onderdoor gooien. Je kunt wel je dobber met de stroming van de boot mee gooien.’
Voor de vissers is de aanspraak onderling en van passanten de grote plus van het straatvissen. En inderdaad, ook vandaag stoppen de dagjesmensen voor een praatje als er een snoekbaars de kade op wordt getakeld. ­Arthur: ‘Ook al lijkt het water vaak vervuild, er zit vaak veel vis. Dat verwachten mensen niet.’ Onder het toeziend oog van twee toeristen, wordt het ondermaatse visje voorzichtig teruggegooid: ‘We moeten denken om ons imago als sportvisser.’
De DSA telt inmiddels zeventig echte leden. Veel van hen zijn jong. Vandaag is de jongste deelnemer twaalf jaar. Afgelopen jaar moest hij het afleggen tegen de 25-jarige Jonke Buisink, een student Geneeskunde die toen de wedstrijd won. ‘Je moet altijd een beetje geluk hebben. Ik haalde toen in een half uur tien grote vissen uit het water. De rest van de tijd ving ik niets.’ Vandaag zit het Buisink niet echt mee. De teller staat nog op nul. ‘En ik moet ook al eerder weg. Ik moet nog vier uur met de trein naar mijn kamer in Oldenburg, Duitsland.’