subtiel en gelaagd

rolf hermsen ,

In Ai Weiwei: The Fake Case wordt de beeldend kunstenaar gefilmd nadat de Chinese autoriteiten hem zwaar huisarrest hadden opgelegd. ‘Het werk van Ai Weiwei is niet eenduidig boodschapperig.’

2Doc: Ai Weiwei The Fake Case
Woensdag, Nederland 2, 23.00-0.05 uur

Ai Weiwei is beeldend kunstenaar. Een wereldberoemde nog wel. Toch komt zijn kunst in de documentaire Ai Weiwei: The Fake Case (Andreas Johnsen, 2013) nauwelijks aan bod. Ai ligt namelijk voortdurend overhoop met de autoriteiten van zijn vaderland China, en dat is spannender materiaal voor een documentaire dan kunst – altijd lastig – en levert misschien ook wel een belangrijker verhaal op. Vooropgesteld dat maatschappelijke relevantie belangrijker is dan schone kunst. Over het algemeen is men die mening toegedaan, wat menig kunstenaar op het idee brengt te streven naar kunst met maatschappelijke relevantie. Dat is dan meteen ook zijn of haar eigen relevantie, en verder gepieker over de functie van kunst, als die al bestaat, kan achterwege blijven.
Op 3 april 2011 wordt Ai Weiwei gearresteerd op het vliegveld van Beijing. Hij wordt gevangen gezet zonder officiële aanklacht, al wordt gezinspeeld op ‘financiële misdaden’. Na 81 dagen cel wordt hij voorwaardelijk vrijgelaten. The Fake Case volgt Ai gedurende het jaar volgend op die vrijlating, een jaar waarin hij feitelijk onder huisarrest staat terwijl zijn zaak in behandeling is. De autoriteiten hebben flink uitgepakt met camerabewaking, zijn bewegingsvrijheid is uiterst beperkt, hij wordt overal gevolgd en er zijn hem vergaande restricties opgelegd aangaande communicatie met de buitenwereld – restricties die Ai voordturend omzeilt en overtreedt, want ‘als ik me daaraan houd ben ik eigenlijk al dood’.

In de film wordt niets uitgelegd, op een incidenteel tekstje in beeld na. Veel van wat er gebeurd is zal dan ook lastig te plaatsen zijn voor kijkers zonder voorkennis. Het risico dat die afhaken is aanzienlijk, maar het is ook denkbaar dat de documentaire nieuwsgierigheid opwekt. Ai Weiwei is namelijk een intrigerend persoon naar wie het prettig kijken is. Regelmatig komt hij aardig uit de hoek met behartenswaardigheden, even wijs als droogkomisch en altijd helder geformuleerd. Hij mag dan een gevierd kunstenaar zijn, met een reputatie van hier tot Tokio, Ai houdt het immer simpel. Nergens blaast hij gebakken kunstlucht in.

Ai Weiwei, Study of Perspective – Eiffel Tower. 1995-2003. The Museum of Modern Art, New York.

Douche
Op dit moment loopt er in Berlijn een grote overzichtstentoonstelling van het werk van Ai Weiwei. Dichter bij huis, in Zwolle, is nog tot medio augustus in Museum de Fundatie de tentoonstelling Meer macht te zien. Daar hangen foto’s van Ai Weiwei uit Study of Perspective (1995-2011), een serie kiekjes van beroemde gebouwen en monumenten over de hele wereld, met op de voorgrond telkens de onscherpe linker middelvinger van Ai (die met zijn rechterhand de foto schiet).
In de begeleidende folder wordt toegelicht: ‘Hier steekt een kunstenaar zijn middelvinger op naar de gevestigde instituties, naar de macht – waardoor het kunstwerk zelf ook een opgestoken middelvinger wordt. Daarmee begeeft Ai zich in een lange traditie. [...]
Toch is [sic!-RH] het feit dat Ai Chinees is en vooral klassiekers uit het westen tot onderwerp neemt ook iets bevrijdends: hij laat zien dat hij niet van het westen afhankelijk is, dat hij kan doen en laten wat hij zelf wil – precies zoals het westen graag van kunstenaars ziet.’
O ja? Je hoeft geen grote Ai-kenner te zijn om te weten dat hij vindt dat het niet uitmaakt in welk systeem autoriteit fungeert – macht is macht, in China net zo goed als in het westen. In The Fake Case zit een mooie scène waarin de Britse journalist Angus Walker probeert Ai tot een interview te bewegen. Nee, dat kan en mag Ai niet doen. Ze mogen hem wel onder de douche filmen, alleen de bovenkant hoor, is dat misschien wat? Walker weigert: dat kan niet in een familieprogramma. ‘We have those rules about taste and decency’, zulke dingen zijn universeel.
En zo is het. Eerder in de film waren de blotige foto’s te zien die Ai (alweer) problemen met de Chinese overheid opleverden. Want pornografisch. Zo groot zijn de verschillen tussen oost en west nu ook weer niet.

S.A.C.R.E.D.-bijdrage aan de 2013-editie van de Biënnale van Venetië (details)

Kiekjes
In september 2013 vraagt een Canadese radio-interviewer Ai naar de middelvingerfoto’s. Zo’n boos gebaar en tegelijk zo onmachtig. Ach, zegt Ai, ‘De foto’s laten niet meer zien dan mijn persoonlijke houding ten opzichte van autoriteit – elke autoriteit. Ze zijn niet alleen boos, het is ook een grap. Niet heel belangrijk. Gewoon kiekjes.’
Wat een kunstenaar over zijn eigen werk zegt, is zeker niet per se het laatste, doorslaggevende woord. Maar als u naar Meer macht gaat, is het toch leuk om te weten hoe Ai zijn eigen Studies of Perspective bekijkt. Meer macht is een interessante expositie rond een actueel thema, maar de verklarende teksten zijn niet altijd even raak. Kunst uitleggen is tricky business, maar je wil de mensen toch wat meegeven. Dat moet dan wel behapbaar dus kort, wat het nog lastiger maakt. Toch had het uitgangspunt van Meer macht wel wat minder rommelig verwoord mogen worden dan in de inleiding gebeurt: ‘Is er voor kunstenaars nog macht weggelegd? Of is de kunstwereld definitief in de klauwen van het geld beland?’
Hoezo ‘nog’? En wat is dat voor tegenstelling, tussen de macht van de kunstenaar – vaak stinkend rijk, zoals ook Ai Weiwei – aan de ene kant en de kunsthandel aan de andere? Sluiten ze elkaar uit?

Wonderproporties
Het hele jaar dat door de documentaire The Fake Case wordt bestreken, werkt Ai aan S.A.C.R.E.D., zijn bijdrage aan de 2013-editie van de Biënnale van Venetië. De totstandkoming van dit monumentale werk verdient een documentaire op zich. Dat moet Johnsen ook gedacht hebben, want in zijn film speelt S.A.C.R.E.D. een bescheiden rol. Het filmen van het productieproces zou ook moeilijk of zelfs onmogelijk zijn geweest omdat het zich in het grootste geheim moest afspelen. Dat dit geheim bewaard is en het werk voltooid, kun je een prestatie van wonderproporties noemen. Want.
S.A.C.R.E.D. bestaat uit zes zwarte, schouderhoge metalen dozen van ongeveer vijf bij drie meter. Elke doos weegt 2,5 ton. De dozen lijken hermetisch gesloten, gigantische zwarte gevaartes. Bij nader inzien zit in elke doos een spleet, ongeveer zo groot als de opening van een brievenbus. Door die spleet zijn zes taferelen zichtbaar uit de dagelijkse gevangenisroutine van Ai Weiwei en zijn twee bewakers, voortdurend samen in een cel. De taferelen van fiberglas zijn op tweederde van de ware grootte uitgevoerd, minutieus, in een bevroren hyper­realisme. De benauwdheid grijpt de kijker bij de keel. Het idee is eenvoudig, maar om dit verboden werk te verwezenlijken is een klein leger ambachtslieden bezig geweest in meerdere werkplaatsen verspreid over ­Beijing, om het risico van ontdekking te verkleinen. Tenslotte zijn de zes reuzendozen stuk voor stuk naar zes verschillende landen verscheept, vanwaar ze naar Venetië zijn vervoerd, om te worden opgesteld in de kerk van Sant’ Antonin.

S.A.C.R.E.D.-bijdrage aan de 2013-editie van de Biënnale van Venetië (details)

Gelaagdheid
S.A.C.R.E.D. is een groots werk en Ai Weiwei is een groot kunstenaar. Niet omdat hij met de Chinese machthebbers overhoop ligt, maar omdat hij goede kunst maakt. Volgt de vraag wat dat dan is, goede kunst. ‘Ah, solving that question/ Brings the priest and the doctor/ In their long coats/ Running over the fields,’ om Philip Larkin maar even uit het verband van zijn gedicht ‘Days’ te rukken. Wat helpt zijn sterke ideeën, indrukwekkend uitgewerkt en zorgvuldig uitgevoerd. En in ieder geval is gelaagdheid onmisbaar: goede kunst is niet voor één gat te vangen. Een goede boodschap liefst wel. Het werk van Ai Weiwei is niet eenduidig boodschapperig, het is subtiel en gelaagd als de man zelf, die niet alleen scheldt op machthebbers maar ook vriendelijk belt met zijn bewaker om toestemming te krijgen ergens heen te mogen. Dat kan hij ook laten ­– ze volgen hem toch wel – maar dan krijgt die man het maar moeilijk. Per slot van rekening zijn gevangene en cipier allebei slachtoffer van hetzelfde systeem.
Net als ontelbare vakbroeders baseert Ai zijn kunst op zijn eigen leven en persoon. Hij noemt zich geen politieke kunstenaar maar een ‘political person die kunst maakt’. Dat lijkt een semantisch dingetje, maar het verschil is essentieel. Ai Weiwei leidt het leven dat hij nou eenmaal leidt en maakt kunst waarin hij zelf figureert, nou ja, een hoofdrol speelt. Over die kunst worden we door The Fake Case niet veel wijzer en dat is jammer. Toch maar kijken.

S.A.C.R.E.D.-bijdrage aan de 2013-editie van de Biënnale van Venetië (details)