Amerika was altijd een meritocratie, als je maar hard werkte kwam je hogerop. Maar dat is niet langer zo, zegt documentairemaker Michiel Vos. ‘We get to play in the valley – they have to work in the valley’.

My America (afl. 1)
Vrijdag, Nederland 3, 21.25-22.00 uur

In het holst van de nacht ontstaat er bedrijvigheid in Napa Valley, Californië: de latino’s beginnen aan hun werk tussen de wijnranken. De hele nacht sloven ze voor een loon dat een paar dollar hoger ligt dan dat van McDonald’s. Overdag, als de stofwolken van hun busjes allang zijn opgetrokken, is dit weer het domein van welvarend Amerika, dat hier ’s zomers zijn wijntjes drinkt aan het zwembad: families met geld, grote bedrijven en Silicon Valley-miljonairs. De elite, de superrijken ofwel de ‘one percent’.

‘Het thema van de twee Amerika’s, dat van de haves versus de have nots, is al twee, drie jaar erg actueel hier,’ zegt correspondent Michiel Vos aan de telefoon vanuit New York, waar hij nu tien jaar woont. In zijn serie My America blikt hij terug en snijdt hij losjes en op aanstekelijke toon thema’s aan als immigratie, burgerschap, de geldmachinaties van de Amerikaanse politiek en vooral: de groeiende ongelijkheid. ‘Ik was die nacht in Napa Valley meegegaan met de plukcrew het veld in, en kwam met hen rond zevenen naar buiten. Daar zag ik mijn zoontjes fietsen. En opeens zag ik hét beeld van de twee Amerika’s voor me. We get to play in the Valley – they have to work in the valley, zeg ik in de serie tegen ze.’

Het zoontje van Vos fietst tussen de druivenplukkers in Napa Valley

Familiebijeenkomsten
Zelf is Vos ook zo’n bevoorrechte Amerikaan die vakantie viert in Napa Valley: hij is de schoonzoon van Nancy Pelosi, leider van de Democraten in het Huis van Afgevaardigden en een van de machtigste vrouwen in de Amerikaanse politiek. Vos’ vrouw is haar dochter Alexandra, documentairemaakster bij hbo en bekend van de film over de verkiezingscampagne van George Bush. Maakt dat zijn positie als journalist niet lastig, zo’n schoonfamilie? ‘Ja, dat is wel eens zo. De rijke wijnboer die ik sprak, zei: where you stand, depends on where you sit. Mijn aanpak was om mijn familie gewoon deel te maken van het verhaal. Dat is de ene helft. De andere helft is de Europese journalist in mij die blijft kijken en observeren.’ Vos zet zijn liaison met de happy few slim in door sjieke familiebijeenkomsten te gebruiken als decor en zo een interessant inkijkje te bieden in gesloten upper class-kringen. Ook zijn we getuige van een terloops onderonsje met president Obama. Als hij niet ‘de schoonzoon van’ was geweest, was dat hem waarschijnlijk nooit overkomen. Was Nancy Pelosi betrokken bij zijn serie? ‘Ja, ze heeft me getipt met wie ik volgens haar moest spreken. Zoals Mark Zandi, een topman van Moody’s die heeft geschreven over de inkomensongelijkheid; veel aan gehad bij mijn research, al zit hij uiteindelijk niet in de serie. Het was ook mijn schoonmoeder die met klem zei dat ik iets móest doen aan de twee Amerika’s. Zij is natuurlijk kampioen gelijkheid.’
Extra gewicht in dat debat komt van de Franse econoom Thomas Piketty, wiens naam op ieders lippen is sinds zijn boek over inkomensongelijkheid verscheen. ‘De naam Piketty is hier breed doorgedrongen, ook in het politieke debat. Bill de Blasio, sinds januari de nieuwe burgemeester van New York citeerde in zijn overwinningsspeech Charles Dickens’ A Tale of Two Cities: New York is te veel een tale of two cities geworden, waarbij het stadhuis te vaak voor de belangen van de elite kiest in plaats van voor gewone New Yorkers. De Blasio was de eerste die politiek munt wist te slaan uit Piketty’s theorie over de tweedeling en die wist om te zetten in een winnende slogan: “Wij moeten van tweeën weer een maken”. Maar de benodigde wetgeving om iets tegen die ongelijkheid te doen, zoals meer belasting op vermogen, komt er natuurlijk nooit door in Washington. En dat weet De Blasio ook. De tweedeling gaat gewoon verder.’

Vos met Paul Verhoeven

Internetcowboys
Het sterkst voelbaar is dat volgens Vos in San Francisco. ‘Er woedt hier een ware oorlog tussen de oude hippiecultuur en de internetcowboys van Silicon Valley. De beursgang van Twitter leverde in één dag 1600 nieuwe miljonairs op: die willen allemaal mooi wonen en er wordt hier dan ook enorm gebouwd, overal komt hoogbouw. In de serie spreek ik met zowel de jongens van een internetbedrijf als met de achterblijvers. Zoals een vriend van mijn zwager die uit de boot viel en nu op een zielig kamertje woont. Die zegt dat de vs een soort Venezuela wordt, met alleen nog superrijken en sloebers.’ Er zijn meer documentaires gemaakt over de één procent, zoals Park Avenue (dat de vpro eerder uitzond) van Alex Gibney. ‘Ik ken zijn film; het bevestigde dat ik goed zat met mijn onderwerp. Maar het deed me ook beseffen dat ik het vooral persoonlijk moet houden – iedereen, no offense Alex Gibney, citeert de professor of specialist bij de denktank die uitlegt wat er mis is met de vs. Ik wilde praten met mij bekenden en het verhaal organisch vertellen. Vandaar ook de titel, My America.’
In de eerste aflevering wordt Michiel Vos Amerikaan en zweert hij trouw aan de vlag. We zien hem met zijn vrienden om tafel zitten, die hem leren fucking A! te zeggen, en hij krijgt een nieuwe naam.
‘Michiel? What’s that? It sounds like my heel!’ De Haagse jurist Michiel Vos wordt newsman Mike in New York. ‘Amerika is natuurlijk bij uitstek het land van het nieuwe begin. Dat is er heel mooi aan. Je tweede jeugd, noemt Paul Verhoeven het.’ Behalve met Verhoeven spreekt Vos met Henry (ooit Heinz Alfred) Kissinger, oud-minister van Buitenlandse Zaken, en met Chaim Witz uit Israël, beter bekend als de latere Kiss-frontman Gene Simmons. ‘Simmons zegt het heel goed: “Ik heb nog nooit een groep mensen van een boot zien komen, zien knielen en de grond kussen met de woorden thank God, France, I made it.” Nee, dat gebeurt niet. Dat kan alleen in Amerika.’

Michiel Vos zit dankzij zijn schoonfamilie dicht bij de macht

Veramerikaanst
Maar de Amerikaanse droom is ten einde, zegt Robert Redford in de serie. De gelouterde filmmaker spreekt op een Democratische fundraiser waar Vos filmde. ‘Wat hij zei, raakte mij. Hij is mijn kinderheld, maar de Sundance Kid, voor mij symbool van het stoere, weidse Amerika, is weg. Zijn laatste film, waarin hij als oude man in zijn eentje op een boot dobbert, is een beter symbool van de staat van het huidige Amerika. Amerika was altijd een meritocratie, als je maar hard werkte kwam je hogerop. Maar dat is niet langer zo. Het gaat steeds meer richting antimeritocratie, namelijk een aristocratie waar het geld zit bij een kleine elite, en eigenlijk vanzelfsprekend overgaat van de ene generatie op de andere.’
En Vos’ eigen Amerikaanse droom? ‘Ik werkte bij een keurig advocatenkantoor in Den Haag, de saaiste stad van Nederland. En ik mocht mee met Alexandra naar Amerika, en nu maak ik een televisieserie over mijn ervaringen. Dat had ik in Nederland nooit kunnen doen.’ Wat heeft tien jaar Amerika met hem gedaan? ‘De kinderlijke blik van het begin over het wonderlijke Amerika ben ik kwijt. Ik ben cynischer geworden. En ik ben aardig veramerikaanst. Je verliest het contact met Europa hier totaal. Amerika is zo absoluut, zo de maat der dingen, ook qua nieuws en input van film, muziek of cultuur: er is hier nauwelijks invloed van iets anders. Je merkt dat ook in de politiek. Zodra Obama naar Europa vertrekt, is er geen coverage meer hier over Obama. Wel in The Financial Times en Le Monde, maar Amerikaanse kranten schrijven niet over wat hij in het buitenland allemaal doet. Interesseert niemand. Ten oosten van Maine en ten westen van Californië you’re done. Dan besta je niet meer.’