'nooit meer wat van gehoord'

jurgen tiekstra ,

In een nieuwe serie Kijken in de ziel praat Coen Verbraak met vakbroeders: journalisten.

Illustratie: Jasper Rietman

Kijken in de ziel: journalisten
Nederland 2, 21.15-22.00 uur

Psychiaters en psychologen, voetbaltrainers, strafrechtadvocaten, politici, artsen, ondernemers; interviewer Coen Verbraak heeft er al heel wat reeksen op zitten van Kijken in de ziel. De aller-, allerlaatste beroepsgroep die hij in zijn langlopende interviewserie wil behandelen is die van religieuze leiders. Daarna is het schluss, zegt hij beslist. Voorbij. ‘Kijk, als je met mensen gepraat hebt over God, de dood, de zin van het bestaan, dan moet je daarna niet meer beginnen over geld of over journalistiek.’
Voor het zover is, wil hij in 2015 eerst nog een reeks maken over het metier van rechter en vanaf vanavond is het de beurt aan Verbraaks gildebroeders: de journalisten. Het afgelopen jaar had hij gesprekken van steeds zo’n drie uur met twaalf collegae uit de wereld van krant, tijdschrift, televisie en internet. Het is een wonderlijk gezelschap geworden: Sven Kockelmann, Clairy Polak, Frits Wester, Johan Derksen, Marike Stellinga, Bart Middelburg, Frits van Exter, Rob Wijnberg, Dominique Weesie, Arnold Karskens, Evert Santegoeds en Step Vaessen.

Negen sms’jes later wacht ik nog altijd op antwoord van Eva Jinek

coen verbraak

Een journalist die journalisten interviewt: is dat niet iets te veel ons-kent-ons? ‘Als je het zo vertelt, lijkt het inderdaad raar,’ reageert Verbraak. Hij belt vanuit de auto na een dag monteren. In totaal kost het zo’n zeven weken om de gesprekken te versnijden tot een samenhangend geheel. ‘Maar het gaat hier toch over wezenlijke zaken. Ik zoek altijd naar beroepen waarin mensen beslissingen nemen die andere mensen raken. Ik spreek met hen over: wat is de rol van de pers?, hoe machtig is de journalist?, wie bepaalt wanneer iets nieuws is? We hebben het over allerlei dingen waar iedere Nederlander een mening over heeft: de affaire-Friso, of het terecht was dat Eva Jinek Nieuwsuur niet mocht presenteren omdat ze Moszkowicz kende. Mag een journalist aandelen hebben? Wat voor afspraken maak je met mensen over wie je schrijft? Probeer je tot elke prijs een scoop te hebben?’
Verbraak bezweert dat hij zich tijdens de opnames vrij voelde om kritisch uit de hoek te komen, ook al zat hij tegenover mensen die hij vaker tegenkomt dan de voetbaltrainers en politici van weleer. ‘Dat ging wonderbaarlijk goed. Daar komt bij dat ik de meeste mensen niet of amper ken. Bart Middelburg had ik nooit eerder ontmoet. Hetzelfde geldt voor Dominique Weesie.’

Coen Verbraak (r) met collega Sven Kockelman

Ten tijde van de politici benaderde hij dertig mensen, van wie achttien weigerden mee te doen. Dit keer kreeg hij slechts vier keer een ‘njet’. Van wie? ‘Van Matthijs van Nieuwkerk. Maar ja, die wil eigenlijk nooit. Hem had ik een paar maanden geleden in mijn documentaire over Martin Bril, maar dat was een hoge uitzondering. Sjuul Paradijs, de hoofdredacteur van De Telegraaf, had ik er graag bij gehad. Sjuul is een aardige kerel ook. Uiteindelijk hebben wij geluncht samen. Ik dacht: misschien komt het er toch van. Maar De Telegraaf is meer dan al die andere clubs echt een bedrijf, met aandeelhouders. Dat vond hij moeilijk. Hij zei: ‘Kijken in mijn ziel leidt al snel tot de verwarring dat dat de ziel van De Telegraaf is.’ Daar kon ik me nog wel iets bij voorstellen. Jeroen Pauw wilde ook niet. Hij had geen duidelijke reden. Hij vroeg mij op een gegeven moment: stuur eens een paar namen die meedoen. Ik heb toen een stuk of zes gestuurd. Daarna kreeg ik een berichtje terug: ‘Dit is een gezelschap waarbinnen ik me niet thuis voel.’ Toen heb ik hem terug ge-sms’t: ‘Luister eens, drie van die mensen zitten regelmatig bij jou aan tafel, en met één heb jij gepresenteerd. Dus ik snap je hele redenering niet.’ Vanaf toen heb ik niks meer gehoord. Verder heb ik nog een middag met Eva Jinek in het café gezeten. Zij voelde zich vereerd en ze hoefde het alleen nog aan de kro-leiding te vragen. Maar dat was een wassen neus. Daarna heb ik nooit meer van haar gehoord. Negen sms’jes later wacht ik nog altijd op antwoord.’ In de serie gaat het over van alles en nog wat: de campagnejournalistiek van De Telegraaf, het handjeklap tussen politici en praatprogramma’s als Buitenhof en Pauw & Witteman, de voetballers die voorafgaand aan publicatie uitgebreid rode strepen mogen zetten in de artikelen in Voetbal International, maar ook over de jongensboek-manieren waarop Frits Wester nieuws checkt in politiek Den Haag. ‘Dan zegt hij tegen iemand: “Als dit gerucht klopt, moet je naar me fluiten. Dan heb je je mond niet voorbij gepraat.” Dat zijn grappige inkijkjes in ons vak’, zegt Coen Verbraak. ‘Daar zit de serie vol mee.’