risico van het vak

angela van der elst ,

Getraumatiseerd terugkeren van een vredesmissie overkomt tien procent van de militairen. Coen Verbraaks documentaire Getekend, veteranen in therapie brengt voor het eerst het behandeltraject in beeld.

2Doc: Getekend, veteranen in therapie

Zondag, npo 2, 20.15-22.00 uur 

‘Nog niet zo lang geleden zag ik PTSS als een “gewone” oorlogsverwonding, een schampschot, desnoods een kritiek schot,’ schrijft Niels Veldhuizen. Afgelopen februari verscheen zijn boek Oorlog in mijn kop, waarin hij verslag doet van zijn ervaringen als militair verpleegkundige in Uruzgan in 2008, en de tijd daarna. ‘Intussen weet ik dat de vergelijking totaal mank gaat. (..) PTSS kruipt onder je huid en nestelt zich daarna in je hoofd, wacht rustig op het juiste moment en slaat toe.’
Eerder zagen Van Hoogkarspel naar Uruzgan van korporaal Gaby Deijs en NL-Peacekeeper geschreven door dienstplichtig soldaat Barry Hofstede het licht; eveneens verslagen van de schaduw die hun deelname aan vredesmissies sindsdien over hun bestaan werpt. Voor de behandeling en genezing is het cruciaal dat anderen PTSS herkennen en erkennen, schrijft Veldhuizen. En daarom doet hij zijn verhaal.

Tekening van PTSS' er in therapie

Sinds de jaren negentig is er steeds meer aandacht voor de psychische verwondingen waarmee naar oorlogsgebieden uitgezonden Nederlandse militairen terugkomen. Er zijn zo’n 130.000 veteranen, tien procent daarvan heeft behandeling nodig. Vijf jaar geleden werd Coen Verbraak benaderd door het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen (LZV), waarbij twaalf over het land verspreide organisaties zijn aangesloten, van laagdrempelige begeleiding tot gespecialiseerde en aanvullende zorg. Naar aanleiding van zijn serie Kijken in de ziel met psychiaters wilde men Verbraak als eerste documentairemaker toelaten bij de therapieën die aangeboden worden. Het resultaat is Getekend, veteranen in therapie, een anderhalf uur durende film die op een onopgesmukte, intieme manier toont wat die mee naar huis genomen oorlog in een hoofd, in een leven kan aanrichten.  

‘Hoe verser het trauma, hoe beweeglijker en toegankelijker het is. Wanneer mensen er langer mee blijven rondlopen zonder aan de bel te trekken, moeten we eerst alle buitenste lagen die zich gaande de jaren, soms decennia, rondom het oorspronkelijke probleem hebben gevormd, afpellen, als de schillen van een ui.’ 

psychotherapeute beijka mensink
Olievlek
Verbraak was aanvankelijk verbaasd, vertelt hij: ‘Ik dacht: hoezo zijn hier veteranen met PTSS? Waar hebben ze dat dan opgelopen? In die paar oorlogjes waaraan Nederland heeft meegedaan? Dat je het aan Srebrenica overhoudt wil ik wel geloven, maar verder stelt de Nederlandse betrokkenheid bij internationale conflicten toch niks voor? PTSS leek me iets dat bij Vietnamveteranen hoort, bij mensen die écht iets hebben meegemaakt.’ De praktijk bleek anders. ‘Er zijn duizenden mannen, en een handvol vrouwen, die kampen met zeer ernstige stressstoornissen die het hun onmogelijk maken om normaal te functioneren in de samenleving.’ En dan zijn voorzieningen als veteranencafés en inloophuizen, waar ‘gezelligheid en saamhorigheid voorop staan’, niet meer genoeg.

Een klein deel van de getroffenen, de zwaarste gevallen, komt bij Stichting Centrum ’45 terecht, een in Oegstgeest gelegen ‘landelijk behandel- en expertisecentrum voor psychotrauma’. Hier volgde Verbraak vier van zijn zes hoofdpersonen, die samen in een therapiegroep zitten; de andere twee veteranen hadden elders een individueel behandeltraject. Het zijn mannen van uiteenlopende leeftijden die deelnamen aan verschillende oorlogen. Zo was bijna-zestiger Hans in Libanon en diende jonge vader Nick in Afghanistan. Maar hun problemen komen overeen en herinneringen aan de geur van kerosine, het geluid van helikopters en het bloed dat een jurk doordrenkte, hebben ze allemaal. ­Verbraak: ‘Ze kampen met verslavingsgevoeligheid, huwelijksproblemen, agressie en algeheel disfunctioneren in de maatschappij.’ De gevolgen van hun ervaringen verspreiden zich als een olievlek, iedereen heeft er last van, zoals onder andere blijkt op een emotionele familiedag: ‘Wees er verdomme open over, het is in het belang van je kind.’ 

Veteranen in therapie

Over de drempel
Het was een heel proces om de documentaire tot stand te brengen, vertellen Twan Driessen (directeur Stichting Centrum ’45), Beijka Mensink (psychotherapeute) en Marja de Langen (sociaal-psychiatrisch verpleegkundige). Mensink: ‘De groep wilde uiteindelijk heel graag, vooral om lotgenoten over de drempel te krijgen, maar het personeel was aanvankelijk iets minder enthousiast. Coen Verbraak zei dat hij ons ook thuis wilde filmen, en dat wil je als behandelaar liever uit beeld houden. Maar achteraf bleek deelname reuze mee te vallen.’

Wekelijks komen er (gemiddeld) twee groepen getraumatiseerde veteranen (zeven tot acht per groep) naar Oegstgeest voor een dagprogramma. Het aanbod bestaat uit individuele traumabehandeling, groeps- en non-verbale therapie (creatief en lichamelijk gericht), keuzemodules betreffende zaken als sociale vaardigheden en spanningsregulatie, en er is een inloopspreekuur voor psychiatrische consulten en maatschappelijk werk. Mensink: ‘Hoe verser het trauma, hoe beweeglijker en toegankelijker het is. Wanneer mensen er langer mee blijven rondlopen zonder aan de bel te trekken, moeten we eerst alle buitenste lagen die zich gaande de jaren, soms decennia, rondom het oorspronkelijke probleem hebben gevormd, afpellen, als de schillen van een ui.’ Eenmaal in behandeling bij Stichting Centrum ‘45 wordt elke drie maanden besproken of de deelname aan de groep verlengd wordt of niet. Driessen: ‘Het hele traject duurt gemiddeld anderhalf tot twee jaar.’ Daarna is de emotionele lading waarmee herinneringen gepaard gingen dermate verminderd dat er, in de meeste gevallen, mee te leven valt. Doordat Verbraak gedurende bijna een jaar heeft gefilmd, is het therapieproces inzichtelijk gemaakt, vindt Driessen. ‘Zo lang kun je geen masker voorhouden. Deze mannen geven echt hun ziel bloot, heel dapper.’ De Langen: ‘Al helemaal omdat het op televisie komt.’

Maatschappelijk probleem
De stoere militair die niet mag huilen: Driessen vindt het een stereotiep beeld waar we de afgelopen vijftien jaar toch wel aan voorbij zijn geraakt. Desondanks is Getekend (genoemd naar het kinderboekje dat de – inmiddels ex- – vrouw van een van de geportretteerden schreef) een doorbraak. Driessen: ‘De LZV wil een reëel beeld geven van wat ons werk precies inhoudt. De documentaire is bedoeld voor iedereen, zeker niet alleen voor wie het direct aangaat. Het is onze maatschappelijke plicht om zorg te dragen voor diegenen die met moeilijkheden terugkomen en daarover te informeren.’ De vertoningen die van mei tot eind juni plaatsvonden in een aantal filmtheaters in het land maakten diepe indruk. Verbraak: ‘Er waren vaak veteranen in de zaal die hun emoties de vrije loop lieten. Toen drong voor het eerst echt tot me door dat deze film werkelijk een maatschappelijk probleem aansnijdt dat veel groter is dan bijna alle Nederlanders denken.’
Zijn er rangen die gevoeliger lijken voor PTSS?  Mensink: ‘We zien hier met name de manschappen, de doeners die in het veld zijn geweest. Daar zijn er natuurlijk ook meer van dan van kapiteins of luitenanten. Niet alleen zaten zij met hun neus boven op de grootste heftigheden, vaak zijn ze ook minder denkerig ingesteld dan de hogere rangen die meer vanaf afstand opereren. Ze moeten in therapie echt leren om op wat er gebeurde en wat dat met hen deed te reflecteren.’
Illustratief hiervoor zijn de beelden waarmee Verbraak opent, van wervingsadvertenties in Troskompas en Veronica Magazine. ‘Bij de verbindingsdienst van de landmacht zit je in het centrum van alle aktie!’

Met als gevolg dat iemand die van mountainbiken en kamperen hield, dacht dat zoiets ‘politieachtigs’ wel bij hem zou passen, de bon uitknipte en vertrok. Argeloos, zin in avontuur. Maar: ‘Vredesmissie? Alles lag ter plekke in puin.’ Hans, een voormalige kok, knutselt een venster waardoorheen gordijnen naar buiten wapperen, een beeld dat hem niet meer heeft losgelaten. Zijn lijden en worstelen is van zijn gezicht af te lezen, hij heeft ‘het kan me niks schelen-dagen’, reed soms ’s nachts met 180 kilometer per uur ‘voor de kick’ en weigert zijn PTSS te accepteren. Oudgediende Niels krijgt een hulphond in huis om zijn actieradius te vergroten, Jan-Willem voelt zich een plaat die blijft hangen en is dat zat. 

Tekening van PTSS' er in therapie

Stempel
Ondanks alle ellende zijn er ook andere sentimenten. Het tenue van toen is bewaard, werk heeft nooit meer zo belangrijk gevoeld, Nick had het voor geen goud willen missen en denkt trots te zullen zijn wanneer zijn zoon later het leger in wil.
Is de werkelijke geschiktheid van tevoren beter in te schatten? Driessen: ‘Het is niet zo duidelijk wat iemand gevoeliger maakt voor het krijgen van klachten. Er loopt op dit moment bij Defensie een tien jaar durend onderzoek dat daar misschien meer inzicht in zal geven.’ Mensink: ‘Ook weten we nog niet wat je echt kunt doen om trauma te voorkomen. Er is veel voorlichting, er is nazorg, maar dat is niet voor iedereen genoeg.’ Driessen: ‘Overigens zijn de getallen al die jaren dat we mensen op missie sturen niet veranderd. Of er nu dienstplichtigen naar Libanon gingen of getrainde militairen naar Bosnië, het percentage getraumatiseerden blijft gelijk.’

Niels Veldhuizen klinkt strijdlustig wanneer hij schrijft dat sommigen hem door zijn medicijngebruik alleen nog met een reusachtig stempel zien: ongeschikt. ‘Anderen zien na lang zoeken een kleiner stempeltje: zie gebruiksaanwijzing.’ 

Veel soldaten waren jong en onervaren toen ze naar oorlogsgebieden werden gezonden