De hokjesman: de kern te pakken

Hugo Hoes ,

In de tweede reeks van VPRO's De hokjesman begeeft Michael Schaap zich onder Amelanders, doven, dierenvrienden, katholieken, Papendallers en Tuindorpers. Jurjen Blick tekent voor de draaiboeken, montage, muziek en de teksten voor de voice-over.

Nu men De hokjesman kent worden ­jullie zeker overal met open armen ontvangen?
Michael Schaap: ‘Dat ze je kennen valt wel mee, hoor. Van de zeventien miljoen mensen hebben er ruim zestienenhalf miljoen De hokjesman niet gezien. Wel kunnen we nu verwijzen naar de website. Kan men zien dat we respectvol te werk gaan en niemand belachelijk maken. Twee jaar geleden moesten we lullen als Brugman omdat dit toch wat anders was dan normale reportages. We zeiden: we willen alles van u weten en begrijpen en dat gaat u heel veel tijd kosten, want we werken heel langzaam, omdat we heel ingewikkeld doen. En misschien komt het er niet in, of slechts een paar minuten. Daarnaast kom ik ook nog eens in een raar pak met een strikje. Weet waar u aan begint. Dat is best lastig communiceren. Na afloop zei iedereen: “Zo zijn we. Jullie hebben echt de kern te pakken.” Dat is heel bemoedigend.’
 
Maar?
‘We wilden voor deze serie een aflevering maken over een echte familie, een dynastie. Groot en waar iedereen nog bij elkaar is. We hadden een familie en waren daar ook best ver mee, maar uiteindelijk was men toch huiverig voor de goede naam. Ik noem geen namen, maar het was een bekende horecafamilie.’
 
Ik ken maar één grote horecafamilie.
‘Meer zeg ik niet, want misschien willen ze in de toekomst wel. De factor tijd speelt ook een rol. Graag hadden we de academische wereld gedaan, het bastion van de professoren. Dat was een mooi alternatief voor de horecafamilie. Maar toen die zich terugtrok, was het academisch jaar al voorbij, helaas. Reizigers, woonwagenbewoners, hebben we ook geprobeerd, maar die moesten niets hebben van pottenkijkers.’
 
Wat zijn Tuindorpers?
‘Echte Amsterdammers. Die wonen niet in Almere zoals altijd gezegd wordt, maar in dit duidelijk herkenbare en afgebakende deel van Amsterdam-Noord. Een prachtige volksgemeenschap bestaande uit onder anderen ex-Jordanezen. Geschoolde arbeiders die eerst gekeurd werden of ze wel sociaal genoeg waren. Anders mochten ze niet wonen in Tuindorp Oostzaan.’
 
In Nederland zijn miljoenen dierenvrienden. Bij wie waren jullie?
‘Die uitzending heet Dierenvrienden, maar dat is een beetje verhullend. Eigenlijk gaat het over dierenactivisten. Zij zien een vorm van onrecht en menen het moreel gelijk aan hun kant te hebben. Wat dat betreft zijn het religieuzen. Veel activisten maken een vergelijking met de Holocaust. Als je het zó ziet, en dát gelooft, móet je wel ingrijpen en is alles toegestaan.’
 
Doven zijn misschien de onbekendste groep.
‘Die uitzending blijft mij ontroeren. Elke keer als ik het einde zie, schiet ik weer vol. Van hen weet je vrijwel niets. Want wanneer kom je nu doven tegen en hoe praat je met ze? Het zijn dan wel Nederlanders, maar voor ons zijn het bijna Chinezen. Je kunt alleen via een tolk met ze praten. Ze hebben een eigen volwaardige taal. Die is door de regering niet erkend zoals het Fries, maar dat is alleen omdat erkenning veel kosten meebrengt. Dat was de ingewikkeldste en lastigste uitzending ever. Ook in de montage. Ik ben nogal van het praten en nu zat er altijd iemand tussen. Bij groepsgesprekken zelfs twee tolken.’
 
Wat is jouw eigen gemeenschap?
‘Laat ik voorop stellen dat wij mensen over meerdere identiteiten beschikken. Ik heb deels een Joodse achtergrond, maar behoor niet tot de Joodse gemeenschap. Ik behoor ook tot de grachtengordelcoterie en werk voor de vpro. Ik woon in Amsterdam-Zuid om de hoek van de plek waar ik geboren ben. Tja, wat is mijn gemeenschap? Sociologisch behoor ik tot de culturele elite, vrees ik. Het is niet bon ton om jezelf in deze tijd tot de elite te rekenen. Ik weet niet of ik ook elitair ben. Misschien ook wel trouwens.’
 
Dat is jouw hokje.
‘Nou… ik maak televisieprogramma’s en dat is geen Geer & Goor. Je moet daar bij nadenken. Daarnaast luister ik ook nog wel eens naar een moppie Bach en dan behoor je al snel tot die groep. Overigens hebben we ook overwogen om die groep te onderzoeken. Maar wie zijn dat? Waar wonen ze? Dat men tot de culturele elite behoort zullen niet veel mensen snel van zichzelf zeggen, en dat is voor De hokjesman wel essentieel. Je weet hoe het werkt met de elite. Als iemand in cultureel elitair gezelschap zegt “groter als” krijgt hij een klein kruisje achter zijn naam. Al wordt dat nooit uitgesproken.’

Aflevering 2: Doven

Michael Schaap werkt samen met Jurjen Blick, goed voor de draaiboeken, montage, muziek en teksten van de voice-over. Hoe gaat hij te werk?
 
Jurjen Blick: ‘We maken De hokjesman samen. Mijn rol is vooral het verhaal in de gaten houden en zorgen dat het visueel interessant blijft. Het liefst heb ik dat de hokjesman ergens komt waar toch al iets gebeurt. Dus niet enkel een interviewsetting creëren. Dit is spannender. Als Amelanders gaan jagen, wil je mee en daar vragen stellen, en niet achteraf in hun woonkamer. Mee op stap, hun normale leven zien en daarover praten. Je sijpelt even iemands leven in en gaat weer weg. Zo moet het voelen. We laten ze tot de verbeelding spreken en dat beschouw ik als de opdracht van het programma.’
 
De voice-over is nadrukkelijk aanwezig.
‘Klopt. Je kunt er ook voor kiezen om geen voice-overs te gebruiken maar dan moet je je veel meer door interviews laten leiden en ben je gebonden aan de lengte en dynamiek van de gesprekken. Met voice-over kun je meer sturen en vooral een eigen toon aan het programma geven.’
 
 
Wat zijn andere veel gebruikte stijlmiddelen?

‘Omdat de hokjesman een personage is, kun en mag je ook meer elementen uit speelfilms gebruiken. Het is Michael, maar ook weer niet. We gebruiken veel rijders, van dolly’s, camera’s op wieltjes. Dat is niet nieuw, maar wordt meer in speelfilms gebruikt dan voor televisie. Daar zie je ze ook wel, maar dan gaat het meestal om “praktische” rijders, die ervoor zorgen dat je twee dingen in een shot krijgt. Wij gebruiken “dramatische” rijders. Die hebben het effect dat je ergens in wordt gezogen of ergens naartoe wordt gebracht.  Dat is het verschil tussen registreren en dramatiseren. Een mooi shot zorgt voor extra cachet, maar alleen als de muziek, tekst en het geluid ook kloppen. Anders valt het dood. Dat is het leuke en het lastige. Soms probeer ik tien verschillende muziekjes onder een scène om te kijken wat werkt.’
 
Is dat niet veel extra werk?
‘Dat is het werk. Zo maak je De hokjesman. Het is reactie-tegenreactie. De tekst van de voice-over reageert op wat de mensen in de film zeggen. Of hij introduceert wat ze gaan zeggen. Het is niet eerst monteren, dan geluid en muziek zoeken en lege plekken laten voor de voice-over. Ik doe het allemaal tegelijkertijd. Het is veel bewerkelijker, omdat alles tegelijk moet werken. Ik mag het niet zeggen, maar dit is wel virtuozer dan het gemiddelde televisieprogramma.’
 
En arbeidsintensiever.
‘Slopend. Monnikenwerk. Verschrikkelijk. Er schuilt een ongezond soort perfectionisme in ons programma. Mooi vak hoor, maar in mijn hoofd is weinig ruimte meer voor andere zaken. Volgens mij was het Reinout Oerlemans die televisie een wegwerpproduct noemde. Dat is het ook, maar wat ons betreft doen we er alles aan om het niet zo te laten voelen.’

Aflevering 1: Amelanders

Pak aan

De hokjesman gaat altijd onberispelijk gekleed.
In de VPRO Studio vertelt Michael Schaap waar dat pak vandaan komt en waarom het zo bijzonder is.