strijkstokharen

angela dekker ,

In de documentaire Mongools goud van Maarten Schmidt en Thomas Doebele gaat cellist/componist Ernst Reijseger op zoek naar de Mongoolse muziekcultuur en het ‘witte goud’: paardenhaar van witte hengsten waarmee strijkstokken worden bespannen.

Het uur van de wolf: Mongools goud
Donderdag 16 oktober 2014, NPO 2, 23.00-0.00 uur

‘Hier praat men altijd over de westerse traditie en muziekcultuur, maar in Mongolië ga je duizenden jaren terug in de tijd. De strijkinstrumenten, de keelzang en de long-song die verhalen over het leven op de steppen, van generatie op generatie doorgegeven, zijn nu nog actueel. Ik denk, misschien ten onrechte, dat ik de diepgang in de muziek, de eeuwenlange muzikale ervaring er vanaf hoor.’

Speelt cellist en componist Ernst Reijseger (1954) inmiddels ook de tweesnarige Morin Khuur, de Mongoolse cello met krul in de vorm van een paardenhoofd? ‘Ik heb één poging ondernomen,’ lacht hij tijdens de koffie bij hem thuis in Hilversum. ‘Helaas ben ik te geconditioneerd.’ Een behoorlijk understatement voor iemand die zijn leven lang al nieuwsgierig is naar andere muziekculturen. Al jong in aanraking gekomen met klassieke muziek via de cello, raakte Reijseger ook vroeg in de ban van Duke Ellington en John Coltrane, speelde hij vanaf zijn zeventiende samen met de Antilliaans/Surinaamse gitarist Frankie Douglas en vele andere muzikanten uit alle continenten.  

Ernst Reijseger en regisseur Maarten Schmidt

drilpartij

Voor de documentaire Mongools goud van Maarten Schmidt en Thomas Doebele kreeg Reijseger de kans om de Mongoolse muziekcultuur van dichtbij mee te maken en bezocht hij de Gontsigsumlaa-muziekacademie in de hoofdstad Ulaanbaatar. Hij trof ‘een enorme drilpartij’ aan. ‘De leerlingen worden op een Russische methodiek geschoolde, keiharde manier technisch getraind om vooral geen fouten te maken. Daarna hoopt men maar dat het gevoel er weer in terugkomt. Iets “anders” doen met de oudere leerlingen was dan ook lastig. Om die reden wilde ik naar de kleintjes. Ze zijn een jaar of zes, wonen intern en moeten zichzelf staande zien te houden.’

Reijseger tovert de meest verrassende klanken en geluiden uit zijn cello, en na aanvankelijke verbouwereerdheid ligt de hele klas dubbel van het lachen. Reijseger legt niets verbaal uit: ‘Zo ontstaat nieuwsgierigheid: “Wat gaat hij nu doen? Waar gaat dat heen?” zie je ze denken. Ik wil zo snel mogelijk de magie van geluid en muziek laten horen. Als je alleen van muziek kennisneemt met een eenzijdige, strenge aanpak, kun je zelfs een afkeer van muziek krijgen. Ik wil dat ze lol hebben. Ik zeg niet: “Jongens, nu wordt het spannend.” Nee, ik kies een geluid of frase en speel met hun reacties. Het appelleert aan een menselijke behoefte: je concentreren op onbenoembaar geluid. Dat geeft plezier, levenskracht.’

Op het conservatorium in Ulaanbaatar is creatief denken geen onderdeel van het lesprogram, constateerde Reijseger. ‘Het huidige nationale orkest heeft genoeg musici. Het merendeel van deze studenten zal geen werk vinden na hun opleiding. Ook op de westerse topconservatoria inclusief Nederland ligt het accent op presteren, is het dringen voor een plaatsje achter in het orkest, waardoor de leerlingen tijdens de opleiding al elkaars concurrent zijn. Heel verontrustend. Ik pleit al jaren voor samenwerking met een filmacademie, theaterschool of dansopleiding. Het geeft de muziekstudenten veel meer flexibiliteit. Nu creëer je afgestudeerde, werkloze musici die het plezier verliezen, de successtudenten daargelaten. In dat geval kun je ze beter een meesterlijke studietijd bezorgen. Dat neemt niemand ze later af!’

‘Bijna al onze strijkstokken zijn bespannen met Mongools paardenhaar. Het is stug, biedt veel weerstand; de paarden leven in temperaturen van min veertig tot plus veertig graden Celsius.’

Ernst Reijseger

Mazzel

Zelf maakte Reijseger, naast meer dan 150 cd’s, filmmuziek voor onder meer Werner Herzog en de Time-Lapse films – samengesteld uit foto’s vanaf een vast camerastandpunt – van Joost Guntenaar over het Rijksmuseum en het Mauritshuis, en componeerde hij in München tijdens het filmen van het tot stand komen van een schilderij van Jerry Zeniuk. Hij heeft ‘mazzel’ gehad, vindt Reijseger: ‘Op het conservatorium in Amsterdam zag barokspecialist Anner Bijlsma dat ik nooit blij zou zijn als orkestmusicus. Ik was wel gedisciplineerd, oefende veel, maar zat ook in bandjes, speelde pizzicato en had een elektrische cello. “Ga je eigen weg,” zei Bijlsma. “Ontwikkel wat je zelf hebt en we komen elkaar weer tegen.” Twintig jaar later, in 1991, gaven we in Montreal allebei een workshop en een concert, ieder op eigen terrein en op dezelfde avond.’

Tijdens het gesprek wordt Reijseger gebeld over foto’s van zijn weerzien na twintig jaar met Yo-Yo Ma en vraagt de producer van een nieuwe cd met eigen composities voor zijn aanstaande zestigste verjaardag naar de toestemming van de Turkse zangeres: ‘Licentiestress,’ aldus Reijseger. Tussendoor schuift zijn vrouw, celliste Djoeke Klijzing, aan voor de lunch met hun twee jonge dochters, voor wie ‘alleen als ze het leuk vinden’ er reeds een kindercello aan de wand hangt.  

Ernst Reijseger (r) te gast op de muziekacademie te Ulaanbaator

Mongools goud

De camera volgt Reijseger met de jonge muziekstudent en keelzanger Tömör naar diens oom, een paardenherder op de steppen. Onderweg in de auto over de uitgestrekte besneeuwde vlakten, laat Reijseger hem jodelmuziek horen van Elton Britt. De jongen luistert met verbazing en bewondering naar de Amerikaanse jodelaar met cowboyhoed uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. De keelzanger doet een vergeefse poging hem na te doen. Reijseger lacht: ‘Ik vind die muziek zelf hartstikke leuk. Ik breng hem in contact met overeenkomstige zangtechniek van de andere kant van de planeet.’ Tijdens het verblijf in de yurt op de steppen slacht Tömörs oom een paard, waarna de staart via China, dat de handel na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie heeft overgenomen, in het Westen terechtkomt. Reijseger. ‘Bijna al onze strijkstokken zijn bespannen met Mongools paardenhaar. Het is stug, biedt veel weerstand; de paarden leven in temperaturen van min 40 tot plus 40 graden Celsius. Voor strijkstokken blijkt dat gunstig: het haar wordt niet snel glad en blijft wel een paar maanden goed.’ 

Keelzanger Tömör

Bouwput

De paardenherder geeft Reijseger een bosje haar uit de staart van een levend paard: ‘Dat was aardig, maar het is een mythe dat de paardenstaart wordt afgeknipt voor onze strijkstok. Het is zijn bescherming. Het zal zijn leven bekorten en dat is niet in het belang van de herder.’ De staart, waarvoor geen synthetische vervanging bestaat – een kilo paardenhaar brengt in de handel wel duizend euro op – is inmiddels net zo waardevol als het vlees en de huid.

Reijseger maakte voor de documentaire ook de muziek en liet zich inspireren door de huidige bouwput van Ulaanbaatar, waar de luchtvervuiling je luchtwegen vertroebelt. Het lukt hem toch vier streng opgeleide, oudere muziekstudenten meer te laten doen dan de muziek technisch goed uitvoeren. ‘Deze vier paardenvioolspelers zijn gepassioneerd, hebben plezier met elkaar en leren via mijn stuk ook een andere manier van spelen dan ze gewend zijn. Ik geef ze de ruimte voor een solo die ze op dat moment moeten bedenken. Ik kom natuurlijk van ver, ben behoorlijk oud en als we dan samen iets maken waar ze even alles vergeten en het leuk vinden, dan heeft het zin gehad, dan heb ik nog iets ingebracht.’

Het Trio Reijseger Fraanje Sylla treedt zaterdag 18 oktober op tijdens de Cello Biënnale in Amsterdam op met Groove Lélé uit het vroegere slaveneiland Île de la Réunion met Maloya-muziek die invloeden verraadt uit Afrika, Zuid-India, Maleisië en Polynesië. Op 19 oktober is er een extra concert in Hilversum.