'hebben we het er toch weer over'

hugo hoes ,

Op zondagavond met humor de actualiteit behandelen. Arjen Lubach gaat er aan staan in Zondag met Lubach. Waar haalt hij het vandaan?

Zondag met Lubach
Zondag, NPO 3, 21.25-22.05 uur
 
Ter voorbereiding van je programma Zondag met Lubach ben je he-le-maal naar Amerika gegaan.
Arjen Lubach: ‘Min of meer. Ik was wel benieuwd hoe satirische programma’s met een zekere mate van succes in andere landen werken. En of dat dan te maken heeft met inhoud, productionele zaken of wat dan ook.’
 
Wat heb je daar geleerd?
‘Jeetje. In ieder geval dat ik niet de illusie moet hebben dat we hier met onze budgetten hetzelfde soort programma kunnen maken. De verschillen zijn daarvoor veel te groot. Dat zijn volkomen andere verhoudingen. Niet alleen wat betreft aantallen schrijvers, producers en researchers, maar in Amerika heb je echt overal iemand voor. Een geoliede machine waarbij alles klopt, en dat is niet voor niets. Het wordt er beter van.’
 
Waarom zo’n soort programma maken als dat onbetaalbaar dus onhaalbaar is?

‘Ik probeer niet zozeer te doen wat zij doen, maar vooral een eigen programma te maken. Waar ik zelf met plezier naar zou kijken en waarin de actualiteit met humor wordt behandeld. Dus niet een Amerikaans concept pakken en dat hier proberen. Is ook al vaker gedaan en de vraag is of dat werkt. Mijn streven is een programma dat aansluit bij wie ik ben. Ik heb allerlei verschillende kanten. Ik schrijf boeken en columns, heb muziekjes gemaakt en doe aan improvisatietheater. Onder de gemene deler daarvan wil ik een televisieprogramma maken. Het Amerikaanse concept spreekt mij aan omdat het de manier van nu is om iets over het nieuws te zeggen.’

Bij de VPRO-seizoenpresentatie noemde je allemaal namen van Amerikaanse voorbeelden.
‘Omdat mensen dat willen weten. Als het aan mij ligt, praten we helemaal niet over Amerika of andere voorbeelden. Het is alleen zo dat men vraagt wat voor soort programma dit wordt. En het wordt zo’n soort programma. Als ik een roman schrijf vraagt niemand: wat voor een soort boek wordt het? Lijkt het op een boek van een andere schrijver? Dan is het gelegitimeerd om te zeggen: ik pak die vorm en maak er een eigen boek van. Nu pak ik die vorm en maak er een eigen programma van. Vervolgens gaat het alleen nog maar over die vorm en voorbeelden.’
 
Tenzij je had gezegd dat je stage had gelopen in de werkkamer van Peter Buwalda.
‘Ja goed. Trouwens, los daarvan, ik heb veel eerder gedebuteerd dan Peter Buwalda.’
 
En hij is bij jou wezen kijken.
‘Ja, Peter is heel vaak bij mij komen kijken. Nee hoor. Toen hij nog redacteur was bij Nieuw Amsterdam heeft hij wel mijn eerste boek willen uitgeven, maar toen ben ik naar een andere uitgever gegaan. Dat is weer een ander verhaal.’
 
Hoe maak je een grap?

‘Moeilijke vraag. Weet ik niet.’ 

‘Ik ga mij niet schamen wanneer iemand een half uur ons publiek opwarmt. Dat is gewoon heel erg nodig. Sterker nog, daar zijn allerlei trucs voor.’ 

Arjen Lubach
Maar jij maakt ze.
‘Grappen ontstaan door associaties en ingevingen, maar ik heb geen idee hoe dat werkt. We hebben een grote vergadering waar ideeën worden gepitcht: willen we het hierover hebben? Is dit grappig op beeld of juist met tekst? Als er dan mensen op aanslaan bij een vergadering, en er is bijval, dan merk je al snel of er wat in zit. Daarna worden die onderwerpen verdeeld over je teampje. De een gaat daar aan werken, de ander zoekt iets uit. Beetje kneden en dan moet men gaan schrijven. Dat is eigenlijk een soort samenstellen van het verhaal dat je wilt vertellen. Ik wil wel iets overbrengen, dat loopt van A tot Z op een enigszins columnachtige wijze. Comedy is volgens mij het sterkst als je urgentie voelt door een verhaal te vertellen. Daar gaan we naar op zoek. Dan weer schiften, inkorten, terug naar de vergadertafel, stukjes voorlezen, fragmenten zoeken, langzamerhand een script maken, hopen dat het voelt als een uitzending en pas dan... is het zondag. En kun je gaan repeteren.’
 
Lukten tijdens de proefuitzending alle grappen?
‘Is moeilijk te zeggen. Van het testpubliek kende ik bijna iedereen en de helft had het al gezien. Daarnaast was de zaal niet opgewarmd.’
 
Thuis wordt niemand opgewarmd.

‘Daar moet je meedeinen op de sfeer in de studio. Als die er niet is, gaat het thuis ook niet werken.’ 

Worden grappen beter als er harder wordt gelachen?
‘Als het goed is niet, want het zijn de grappen die het zijn. Als op een grap wordt gereageerd zoals het bedoeld is, heeft het effect op alles. Op de volgende grap, de host, de sfeer in de zaal. Comedy is niks zonder een lach. En ik ga mij niet schamen wanneer iemand een half uur ons publiek opwarmt. Dat is gewoon heel erg nodig. Sterker nog, daar zijn allerlei trucs voor. Bijvoorbeeld de temperatuur op zeventien graden zetten in de zaal, waardoor het publiek automatisch een beetje beweeglijker is.’
 
Pardon?
‘Dat gebeurt in alle Amerikaanse studio’s.’
 
Hoe ver kun je de temperatuur laten zakken?
‘Het wordt straks winter, dus als we in Bellevue de kachel uitzetten... Dat klinkt misschien een beetje flauw en gek, maar het is wel serieus.’
 
De muziek vooraf stond irritant hard. Was dat ook zo’n truc?

‘Die moet nog veel harder! Zodat je niet normaal kunt praten maar echt moet schreeuwen. Dan kom je in de modus om lawaai te maken. Ik lees weleens een column die ik hilarisch vind, maar je ziet mij niet bewegen. Daar heb je op televisie dus helemaal niets aan. Het stomme was, in Amerika – hebben we het er toch weer over – hangen gewoon applausbordjes. Ik heb daar een opwarmer gezien die naast applaus ook de lachjes oefende. Dan is het publiek al helemaal murw als de opname begint. Wil ik niet. Het moet gewoon een leuke en sfeervolle show worden.’

Kun je overal grappen over maken?
‘Ja natuurlijk.’
 
Allah?
‘Mocht in goede grappen het woord Allah, Mohammed of Jezus voorkomen, dan zou ik angst zo min mogelijk laten regeren. Ik heb nog geen concrete voorbeelden aan de hand gehad waarbij het daadwerkelijk een dilemma was. Dat schrijvers zeiden: dit is een goede grap, maar ik durf het niet. Misschien komt die situatie nog. Het onderwerp als zodanig zou ik ook niet schuwen, maar ik maak liever een goede grap dan een grap die puur is geschreven om te provoceren. Bij voorbaat al van een rijtje onderwerpen zeggen dat je ermee moet oppassen lijkt mij geen goed uitgangspunt.’
 
Zondagavond. Primetime. VPRO. Comedy. Van Kooten en De Bie. Dat legt een onvoorstelbare druk op je.

‘Aaargh! Ik kan er niet mee omgaan! (lacht) Er is een aantal dingen waar ik nu mee bezig moet zijn. Een goed team samenstellen, weten wat je wilt en zorgen dat je dat maakt. Al die andere zaken zoals kijkcijfers, voorgangers en recensies kun je toch niet beïnvloeden, behalve door dit goed te doen. Van de rest wakker liggen is contraproductief.’

Vanwege Zondag met Lubach ben je gestopt met de Rapservice van Koefnoen.
Voor de Rapservice moet je van augustus tot oktober elke dag helemaal in het nieuws zitten. Alles kijken. Van Journaal tot Nieuwsuur en Pauw. Ik zag het niet voor me om direct daarna dit te gaan doen. Na zo’n periode ben ik nieuwsmurw. Dan zet ik de televisie een tijd niet aan en ga ik wat anders doen. Het is ook best intensief. Edo Schoonbeek en ik deden de hele Rapservice: muziek, mixen, rappen, en daarbij waren we ook best perfectionistisch. Als we een zinnetje niet goed vonden, deden we alles over en soms ging ik de studio in om één ander woordje te rappen.’
 
De mooiste dingen kosten de meeste tijd.
‘Dat is niet gek hoor. Die eerste laag grappen wordt wel op Twitter wel gemaakt. Daar hoef je helemaal geen satiricus voor te zijn. Bij onze eerste vergadering komt de tweede laag. Allemaal gedachten en associaties die over de Twitterlaag heen gaan. Dat is ook nog niet goed genoeg, want voor ons is dat de eerste laag. Dan komt de derde of vierde en wordt het echt goed. Was bij de Rapservice ook zo. Moesten wij nog een laag verder.’
 
Is het vak satire moeilijker geworden?

‘Ja, want die laag zeer waarschijnlijke associaties ben je kwijt. Twintig jaar geleden nam je daar genoegen mee, omdat je niet wist dat anderen die ook maakten. Als Albert Verlinde gaat scheiden, dan is het eerste bijvoorbeeld “Nooit meer naar Hoes.” Grappen zoals bij RTL Boulevard in de titelbalk verschijnen. Prima, maar niet meer genoeg. We worden uitgedaagd om iets anders te verzinnen of erbij te halen en daardoor kom je tot interessantere dingen.’ 

'Gewoon weer een roman schrijven'

Wat ga je hierna doen?
Wat ga je hierna doen?
 ‘Gewoon weer een roman schrijven.’
 
Mislukt weleens wat?
‘Nou genoeg. In mijn computer zitten nog wel wat opzetjes van boeken waarvan ik na een paar maanden dacht dit wordt niet goed.’
 
Ook nog een paar geflopte speelfilms gemaakt?
‘Ja, onder meer een Telefilm waar ik jaren aan heb gewerkt. Er is ook wel eens wat gemaakt, maar twee scripts van mij liggen nog niets te doen in een omroepkantoor. Heel demotiverend, en dat doe ik ook nooit meer.’
 
Het was gekscherend bedoeld.
‘Maar het is echt zo.’
 
Wanneer ben je tevreden?

‘Nooit. Dat is mijn lot, maar het houdt mij scherp.’