de speech en zijn schrijver

niels hoeben en hugo hoes ,

Geïnspireerd door de televisiereeks Speeches zocht de VPRO Gids naar speechschrijvers en hun performers. Hoe werk je samen aan een goede speech?

De speechschrijver en de generaal

Annelies Breedveld
Hoofd speechschrijven ministerie van Defensie
 

Oud-commandant der Strijdkrachten Peter van Uhm maakte de afgelopen jaren indruk met toespraken geschreven door zijn vaste speechschrijver Annelies Breedveld. De toespraak die hij hield bij de Nationale Dodenherdenking in 2013, waarna er voor het eerst in de geschiedenis applaus klonk op de Dam, kwam van haar hand. En met de speech ‘Ik koos het wapen’, waarbij Van Uhm in vol ornaat en met wapen op het TED-podium stond, won Breedveld de belangrijke Amerikaanse Cicero Speechwriting Award. 

'het gaat niet om jou, maar om de spreker'

annelies breedveld
‘Cruciaal voor een goede speech is de band tussen spreker en schrijver. Die moet goed zijn. Ik ken gevallen van speechschrijvers die ergens in een stoffig keldertje te horen krijgen: dan en dan is er een speech en zorg dat-ie goed wordt. Zoiets is bij voorbaat gedoemd te mislukken. Wat dat betreft bofte ik in mijn tijd als speechschrijver erg met generaal Van Uhm. Hij begreep dat veel rechtstreeks contact tussen spreker en schrijver essentieel is voor een goede speech. Hij maakte altijd tijd voor me en dan bespraken we zijn ideeën. Daar ging ik dan mee aan de slag en we bleven met elkaar sparren, soms wel een maand lang. Totdat zo’n speech helemaal perfect was. Daarbij moet je goed in het oog houden welk publiek je aanspreekt. Een geniaal voorbeeld van hoe je de plank kunt misslaan is een speech van Tony Blair voor een vrouwenvereniging. Hij dacht: joh, dat stelletje taartenbakkende vrouwen, die span ik wel even voor m’n karretje. Dat ging dus faliekant mis. Blair draaide een standaard pr-praatje af, maar die vrouwen wisten heel goed wat er speelde en voelden zich beledigd. Ze begonnen tijdens Blairs speech langzaam in hun handen te klappen, zo’n slow handclap. Je ziet hem denken: wat gebeurt hier nou?
De naam speechschrijver is trouwens wel misleidend, want het schrijven is maar een deel van het werk. Je moet je helemaal verdiepen in een spreker, bijna letterlijk in zijn huid kruipen: hoe denkt hij, wat houdt hem bezig. Ik herinner me een reis voor Defensie naar Australië waar een adjudant me plots heel raar aankeek, want hij zag hoe ik op mijn telefoon een foto van generaal Van Uhm had staan. Ook ooit een foto van oud-minister Hans Hillen, trouwens. Gewoon om me gemakkelijker in hen te kunnen verplaatsen. Dat de spreker in de schijnwerpers staat en ik als speechschrijver niet, tja, dat hoort bij dit werk. Het gaat niet om jou, maar om de spreker. Maar als er dan zoals bij de speech tijdens de Dodenherdenking een golf van applaus over de Dam trekt, dan ben ik echt apetrots. Uit zulke momenten haal ik mijn voldoening.’ 
Generaal b.d. Peter van Uhm
Voormalig commandant der Strijdkrachten
 

‘De vereniging voor speechschrijvers heet ’t Doode Paert. Een trieste naam. Het geeft aan hoe die mensen zich voelen in hun werk: alsof ze lopen te trekken aan een dood paard. Veel bazen hebben er geen tijd voor. Of liever, maken er geen tijd voor. Annelies en ik hebben vanaf het begin wel tijd gemaakt. Alleen door samen te brainstormen, samen de tekst bijschaven, ruzie hebben over één woord, alleen zo bereik je de perfecte speech. Bij de Dodenherdenking wilden we duidelijk maken dat mensen gedood werden, vermoord, enkel om wie ze waren. En dan is er dus zo iemand als Annelies die dan uit de krochten van het Nederlands het woord louter haalt. Vermoord, louter om wie ze waren. Dat woord is zó op z’n plek daar. Louter. Zo’n woord vinden, dat is de kracht van Annelies. En dan ga ik oefenen. Soms alleen, soms in een grote zaal. Je moet je de tekst eigen maken, de juiste intonatie en het ritme vinden. En werken aan je houding, je handgebaren, je presentatie. Een goede speechschrijver moet weten hoe mij als spreker te bespelen.’  

‘We hadden eens een meeting en helemaal op het einde zegt Annelies tegen me: “Generaal, ik had nog een ideetje, maar ik weet niet of u het durft.” Nou, dat moet je net tegen mij zeggen. Toen kwam ze met het idee om met een wapen op het podium te gaan staan. Ik zag onmiddellijk het briljante ervan, maar ook de risico’s. De speech stond gepland in Amsterdam en die stad herbergt van nature niet het thuispubliek van Defensie. Maar we hebben het goed aangepakt: nooit de loop richting de zaal, het magazijn eruit, alle veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Zo krijgt je publiek de kans te wennen aan zo’n wapen. En het werkte. Ik zal nooit vergeten hoe Annelies stond te glunderen in de coulissen toen ze zag dat we trending topic waren op Twitter. In haar enthousiasme beloofde ze een appeltaart te bakken bij honderdduizend views. Nou, ze kon aan de gang blijven, want uiteindelijk zijn we voorbij het miljoen gegaan.’ 

de speechschrijver en de burgemeester

Hans Vertegaal
Communicatiemedewerker van de gemeente Naarden
 

Speeches zijn belangrijk, omdat je je publiek daarmee direct kunt aanspreken. Het zitw tussen geschreven tekst en dat wat uit de losse pols komt in. De kunst is om het zo op te schrijven dat iemand het ook kan vertellen in plaats van voorlezen. Los van papier, zodat je kunt reageren op publiek. Wordt het nog beter. Ik ben niet vaak bij toespraken van de burgemeester. Dat geeft haar meer vrijheid en dan wordt het nog meer haar tekst. Een speech is goed als iets beklijft. Lachen is leuk, maar niet het belangrijkste. Ik vraag ook altijd naar de reacties. Mijn stijl zit in de tekst maar ik probeer mij zo goed mogelijk in haar te verplaatsen. Voor de vorige burgemeester [Peter Rehwinkel] schreef ik anders. Joyce houdt van klassieke muziek en sport dus als het kan, stop ik dat er in. Bij haar klopt dat.  

‘Het moet haar verhaal worden’ 

hans vertegaal

‘Als ik termen gebruik die niet bij haar passen vraagt ze om het anders te formuleren. Je ontwikkelt samen een bepaalde taal waarbij ik de voorzetten geef. Met haar reacties ga ik het herschrijven. Korte toespraken zijn vaak krachtiger. Gevoeligheden zijn taboe. Ze is verbinder, staat boven de partijen en moet stimuleren en inspireren. Van tevoren verdiep ik mij in de context van de toespraak en soms vraag ik de organisatoren wat zeker genoemd moet worden. Liever niet, zodat het een verrassing blijft. En altijd is de boodschap positief. Omdat ik tijdsdruk nodig heb, begin ik pas twee weken van te voren. Natuurlijk is er voor Joyce voldoende tijd om te reageren en zich in te leven in de tekst. Dat betekent soms even sparren. Uiteindelijk moet het haar verhaal worden en moet zij zich erin thuis voelen. Dat is het belangrijkste. Als ze buiten moet speechen, eis ik ook altijd een microfoon. Ze mag nooit in een positie gebracht worden waarbij haar woorden verwaaien. Een goede speech is vooral de verdienste van de performer. Die kan een gemiddelde toespraak naar een hoger niveau tillen. En zij kruipt echt in de huid van de tekst. Nee, ze heeft mij nog nooit toegesproken.’

Dr. Joyce J. Sylvester
Burgemeester van de gemeente Naarden
 
‘In mijn begintijd hier sprak ik meestal voor de vuist weg. Maar vaak vroeg men na afloop de tekst van mijn verhaal en ging ik het achteraf thuis in de late uurtjes alsnog aan het papier toe vertrouwen. Dat was niet vol te houden. Nu kijk ik wat op de agenda staat en bedenk vooraf wat ik daarbij wil vertellen. Dat ben ik toen met Hans gaan bespreken. Gaf ik input, kwamen zijn gedachten erbij en ging hij schrijven. Zo zijn we steeds verder gaan werken en dat is uitgegroeid tot een professionele relatie. Iets voelt als mijn tekst, maar hij levert het aan. Bij alle woorden moet ik een gevoel hebben anders zit er afstand tussen mij en de tekst. Niet met alle woorden kan ik uit de voeten; ik heb een speciale intonatie en spreektrant. We sparren en altijd wil ik afsluiten met iets van hoop.’

‘Bij alle woorden moet ik een gevoel hebben’ 

joyce sylvester

‘Soms gaat de toespraak een paar keer heen en weer als ik andere woorden wil of iets mis. Poetsen en schaven. Het moet doorleefd zijn. ’s Avonds lees ik het hardop voor en neem ik de tijd op. Oefenen dus. Een toespraak is een communicatiemiddel waarmee je een dialoog kunt starten. Ik wil verbinden, inspireren en de mensen wat leren. Ik ben vrij precies. Voor mij geen verrassingen. De ambiance moet goed zijn, maar als de geluidsinstallatie weigert, doe ik het zonder. Ik werk met concentratie, sta stevig gegrond en geef. Na afloop ben ik ook best moe. Het kost energie. Ruim van tevoren ben ik aanwezig en ik probeer ook altijd iedereen een hand te geven. Ik maak mij mooier, absoluut. Oorbellen, bijbehorende ring, is allemaal over nagedacht. En als ik iets roods wil aantrekken zorg ik dat de rode nagellak klaar staat. Anders kan ik niet genieten en ben ik teveel met mezelf bezig. Dan doe ik de mensen tekort. Ik heb Voorlichting gevraagd om de toespraken na afloop snel op mijn weblog te plaatsen, want wie er niet bij kon zijn, moet het kunnen teruglezen. Hoort bij het transparant maken van het werk van de burgemeester. In de loop der jaren ben ik wel gegroeid op dit gebied. Misschien dat ze ooit gebundeld worden.’