gevecht buiten de ring

Radha Ramdhan ,

Amerikaanse documentaire belicht het gevecht dat bokser Muhammad Ali voerde met de overheid.

The Trials of Muhammad Ali
Dinsdag, Nederland 2, 22.55-0.35 uur

‘I ain’t got no quarrel with the Viet Cong. No Viet Cong ever called me nigger.’ Met deze uitspraak liet de Amerikaanse wereldkampioen zwaargewicht Muhammad Ali in 1967 blijken er geen trek in te hebben om naar de Aziatische frontlinie gestuurd te worden door zijn land, dat pas drie jaar daarvoor met de Civil Rights Act de eerste stappen zette om de rassenongelijkheid aan te pakken. Het optreden van de bokser bewoog het hele land: velen verguisden hem en hij riskeerde bovendien een flinke gevangenisstraf. Toch bleef Muhammad Ali zijn principes trouw. Die standvastigheid kostte hem zijn wereldtitel en ruim drie jaar van zijn bokscarrière waarin de staat hem verbood het land te verlaten en wedstrijden te boksen. Maar zijn dwarse gedrag leverde The Greatest, ook in het buitenland, uiteindelijk een heldenstatus op.
De Amerikaanse documentaire The trials of Muhammad Ali (2013), die de vpro uitzendt, concentreert zich niet op Muhammad Ali’s indrukwekkende boksverleden. De film belicht twee mijlpalen die in het leven van de bokser van blijvende invloed zijn geweest en die tegelijkertijd de grote sociaal-culturele (rassen)kwesties uit de Amerikaanse jaren 60 en 70 blootleggen: Muhammad Ali’s dienstweigering en de langdurige strijd die hij vervolgens met de overheid aanging. En, voorafgaande aan die periode, zijn bekering tot de islam (en de daarmee gepaard gaande naamsverandering van Cassius Clay naar Muhammad Ali) en zijn ontwikkeling als voorman van de Amerikaanse verzetsbeweging Nation of Islam. De documentaire ontrafelt mooi het karakter van de radicale zwarte moslimbeweging, destijds geleid door Elijah Muhammad en waar Malcolm X ook een poos lid van was. Elijah Muhammad was, anders dan dominee Martin Luther King, een felle voorstander van segregatie van blanke en zwarte Amerikanen. Zijn theologische uitleg van de islam was flinterdun en de leden van de organisatie wilden een duidelijk verschil maken met de Civil Rights Movement die ze te provinciaal vonden. Ze waren geen boerenpummels, vonden ze, maar city guys en daar paste (het imago van) Muhammad Ali goed bij. Later zwakte de beweging haar standpunten af.

September 1970. Leden van Black Panther voeren bokskampioen en Vietnam-weigeraar Muhammad Ali door de straten van New York.

‘Muhammad Ali is een held, niet alleen omdat hij goed kon boksen, maar ook omdat hij vasthield aan zijn standpunten en daarmee zijn waardigheid als mens verdedigde, legt Vincent Stikkolorum, eigenaar van een van de oudste boksscholen van Nederland en Muhammad Ali-kenner, uit. ‘Juist in de drie jaar dat hij uit de roulatie was groeide Muhammad Ali uit tot een symbool. Bokstechnisch gezien was hij een van de grootsten. Muhammad Ali had een flamboyante stijl: hij bokste met een flair die niet gebruikelijk is voor zwaargewichten. Maar tijdgenoten zoals Sugar Ray Leonard en Joe Frazier hadden ook prachtige elementen. Bijzonder aan Muhammad Ali was dat hij zich constant ontwikkelde. Toen hij weer mocht boksen was hij atletisch zwakker, zijn reflexen waren afgenomen en hij stond minder snel op zijn benen. Toch won hij wedstrijden doordat hij zich tactisch aanpaste. Die houding zie je ook terug in de manier waarop hij zich presenteerde als voorman van de Nation of Islam. In de speeches die hij aanvankelijk namens de beweging gaf, was zijn optreden zwak. Maar ook daar verbeterde hij zich. Die voortdurende intellectuele én bokstechnische ontwikkeling is uniek. De manier waarop iemand bokst is een directe weerspiegeling van zijn persoonlijkheid. Dat zie ik ook dagelijks terug bij de pupillen in mijn boksschool. En die reflectie van Muhammad Ali’s karakter in de boksring, dáár ligt het echte verschil met andere grote boksers.’