op de foto

hugo hoes ,

Ondanks honderdduizenden verkochte foto’s blijft de schoolfotograaf anoniem. Reden voor de VPRO Gids om hem – en andere onbekende specialisten – te portretteren.

schoolfotograaf

Jaap Molenaar
Camera: Canon EOS-1D Mark III

‘Ik neem een complete studio mee met camera’s, zware statieven en achtergronden. Wij zijn productiefotografen en blijven meestal maar een dag. Je bent ook geen minuten met een kind bezig, het is secondenwerk en dat vraagt om goede logistiek. Bijna 300 individuele portretten maak ik op een dag. Daarnaast nog klassikale platen, broertjes en zusjes en de teamfoto. Elk jaar zo’n 25.000 kinderen en ik denk dat ik er nu na 27 jaar ruim 700.000 heb gefotografeerd. De omstandigheden zijn nooit ideaal en meestal zit je in de gymzaal. Kinderen worden gebracht en er blijft altijd een onderwijzer of ouder bij. Allemaal korte contacten waarbij het verbale aspect het belangrijkst is. Kinderen moeten je mogen. Laat ze maar denken, wat een gekke man. Lachen hoeft niet, als er maar emotie in het gezicht zit. Daar moet iets gebeuren. Voordat ze zelf aan de beurt zijn, kunnen ze al zien wat ik doe. Daardoor zijn ze ontspannen en krijg je geen geforceerde foto’s. Het zijn bijna altijd portretten en dat verandert haast niet. Dat kan ook niet zo makkelijk want veel ouders en oma’s hangen de schoolfoto’s naast elkaar en willen die serie niet onderbroken zien door een totaal andere foto. Als je een kind een compliment geeft moet je ze allemaal complimenteren. Dat kan niet, maar doen we toch. Soms vergeet men ouders te informeren dat de fotograaf komt. Dan is Leiden in last en kun je weer naar huis, want ouders willen dat hun kind alleen pico bello op de foto gaat. Bij de klassefoto staat de juf niet meer naast de groep maar tussen de kinderen. Een juf met de ogen dicht is een doodzonde, want dan mag je het volgend jaar misschien niet terugkomen. Zoiets wordt wel weggephotoshopt. Nee, buiten mijn werk maak ik geen foto’s meer. Dit is voldoende.’

interieurfotograaf

Ing M. Steenbeek
Camera: Canon EOS 60D 

‘Ik vraag van tevoren of men wil opruimen voor ik langs kom. Zeggen mensen soms: “De koningin kan hier op bezoek komen, het is altijd netjes.” Kom ik binnen en struikel ik over de onderbroeken. Hebben ze schoongemaakt en een halve fles bleek in de wc gegooid, maar niet opgeruimd. En schoon zie je niet op de foto. Daarnaast doe ik de klep naar beneden als ik de wc op de foto zet. Ik doe styling en fotografie. Ongeveer honderd huizen per maand, en dat zijn er bij elkaar nu duizenden. Al bij binnenkomst weet ik waarmee ik thuis kom en ook zie ik direct waarom het huis te koop staat. Scheidingen, overlijden, faillissementen, loterijwinnaars, ik ben het allemaal tegengekomen. En mensen vertellen je alles. Ik zet alles strak in de symmetrie en haal vooral veel weg. Meubels, speelgoed, shampoos, soms dure kunstwerken en alle persoonlijk spullen. En nooit mensen of huisdieren op de foto. Soms koopt men op het laatste moment nog kleedjes bij de Xenos. Haal ik ze weer weg. Kijkers op Funda moeten een warm gevoel krijgen bij de foto en je kunt maar één eerste indruk geven. Ik creëer ruimte. Steriel, leeg en strak moet het zijn. Een propvolle kapstok? Kansloos. Ik hang er twee jassen op en doe er een mooi sjaaltje bij. Een strak ingericht appartement is makkelijk te fotograferen, maar in principe kun je elk huis mooi vastleggen. Ik maak tussen de vijftig en 75 foto’s, en 25 blijven er over. Iedere plek leg ik vast met verschillende belichtingen en de mooiste kies ik. Een lichtflitsje door het raam of iets wat ik vergeten ben te verwijderen haal ik weg. Maar echt oppoetsen, nee. Met een groothoek probeer ik er extra sjeu aan te geven door het optisch te verruimen. Een beetje smokkelen en net voor de vertekening stoppen, dan heb je het goed gedaan.’

bruidsfotograaf

Amy Kouvenhoven
Camera: Nikon D-800

‘In bruidsfotografie komt heel veel samen. Het is een enorme wereld die zich uitstrekt van minirecepties in duffe achterafzaaltjes met systeemplafonds tot grote sjieke feesten. Maar als het gezellig is, is het gezellig. Paren besteden er zo veel geld en tijd aan. Door de bloemen, jurken en prachtige locaties worden de foto’s ook mooier. Ik wil iets echts laten zien en bij een huwelijk fotografeer je echte emoties. Het bruidspaar is nooit met mij bezig, want het heeft op die dag 3000 andere zaken aan het hoofd. Ze doen hun eigen ding en daar zit je de hele dag bovenop. Soms kom je ergens binnen en staat moeder nog in haar ondergoed een panty te zoeken. Geweldig, zo’n kijkje achter de schermen. Niemand let op mij en ze vergeten me ook altijd koffie te geven. Men ziet je gewoon niet. Terwijl je ze volgt op een zeer intieme dag. Ik regisseer bijna niets, maar soms vraag ik of dé zoen over kan. En proosten moet tegelijk gebeuren, anders heft de een het glas terwijl de ander een slok neemt. Zou jammer zijn. Van tevoren zie ik niet of iemand fotogeniek is, en soms verrast het me echt. Na een dag heb ik ruim duizend foto’s. Vervolgens selecteren, bewerken en de enkele keer dat iemand vraagt een pukkel weg te halen doe ik dat. Uiteindelijk blijven er 300 over die ik op een usb-stick zet en mooi verpakt opstuur. Natuurlijk ook in de hoop dat daarna nog een album wordt besteld. Het kan zijn dat de foto’s nooit worden afgedrukt. Heeft men veel geld uitgegeven aan een fotograaf en doet men er niets mee. Dat vind ik wel gek, maar het is hun dag. Op mijn eigen huwelijk? Uh…, misschien vraag ik alle gasten of ze met hun smartphone en een mooie app foto’s willen maken. Plak ik die in een album.’

hardloopfotograaf

Frans Roos
Camera: Canon EOS-1D mark IV 

‘Evenementen tot 2000 deelnemers doe ik alleen. Is goed te doen, zeker bij wedstrijden boven de vijf kilometer, want dan komt men gespreid binnen. En ik heb ze allemaal. Tegen betaling sluit ik een contract af met de organisatie van hardloopwedstrijden en dat geeft mij het alleenrecht om er professionele foto’s te maken. Zij doen alle communicatie en na afloop zijn de foto’s via je inschrijfnummer op internet te zien en te bestellen. Dat nummer correspondeert met een registratiechip aan je veter. Vorig jaar bij de Dam tot Damloop stonden binnen 24 uur 60.000 foto’s online. Tegenwoordig bestelt een kleine vier procent van de deelnemers een foto. De meeste bestellingen komen uit de groepen die het laatst over de finish komen. Voor hen is het vaak ook een eerste halve marathon of tien kilometer. Wij staan dichtbij de finish. Niet alleen omdat dan de tijd van de foto in ons systeem overeenkomt met de finishtijd, maar ook omdat iedereen graag gefotografeerd wordt tussen het publiek en andere deelnemers. Dan heb je een bewijs dat het een echt evenement was. Wie helemaal alleen op de foto staat midden in de natuur met prachtige herfstkleuren koopt de foto niet, want dan lijkt het een trainingsrondje. Vrouwen vragen soms waarom ik niet net na de start een foto maak in plaats van bij de finish. “Want,” zeggen ze, “hier ben ik net een tomaat met mijn rode en bezwete hoofd.” Dan antwoord ik dat je wel moet kunnen zien dat er een topprestatie is geleverd. Veel lopers kennen ons inmiddels en als ik wat hoger sta, op een trapje of steiger, gaan meestal de armen in de lucht. ­Vorig jaar heb ik 80.000 lopers gefotografeerd. Nat worden is niet erg, maar die kou! Omdat je ene hand steeds omhoog staat verdwijnt het bloed en uiteindelijk ook het gevoel uit je vingers. Sta je soms naast het knopje te drukken.’