hoe wilders het cda opblies

radha ramdhan ,

Reconstructie met vele betrokkenen van het chaotische CDA-partijcongres van 2010. ‘Het was een zooitje.’

2Doc: Het congres
NPO 2, 21.15-22.00 uur
Maxime Verhagen maakt, met een brok in zijn keel, aan de menigte duidelijk dat hij van zijn partij houdt en dat hij erin gelooft. Camiel Eurlings, vurig geëmotioneerd, laat aan datzelfde publiek weten voor honderd procent achter Verhagen te staan. Beiden, inmiddels uit de politiek, zagen het zitten om met Wilders een coalitie te vormen. Anderen, zoals Ernst Hirsch Ballin en Ab Klink, waren daar juist fel op tegen. Het tafereel speelde zich af op het CDA-partijcongres in 2010, dat ongetwijfeld bij menigeen nog vers in het geheugen zit. Omdat de partij voor een keuze stond die het hart van de partij raakte. Omdat de dagvoorzitter, de oud-burgemeester van Barneveld Jos Houben, er een compleet zooitje van maakte, op het absurdistische af. Maar bovenal omdat het één groot politiek theaterstuk was.
Documentairemaker Jair Ferwerda blikt in Het congres terug op deze emotionele en historische bijeenkomst in de Arnhemse Rijnhallen. Voor- en tegenstanders van de Wilders-coalitie komen erin aan het woord. Wat heeft het congres de partij uiteindelijk opgeleverd? Feitelijk was dat: een minderheidscoalitie van VVD-CDA met gedoogsteun van de PVV die kortstondig standhield. En is de pijnlijke wond (want dat was het) eigenlijk wel goed geheeld?

Arnhem, 2010. Het partijcongres van het CDA besluit deel te nemen aan een coalitie met ‘gedoogsteun’ van de PVV. Camiel Eurlings (achter de microfoon) wordt er emotioneel van

We leggen de vraag voor aan parlementair verslaggever voor RTL Jos Heymans: ‘Het congres is onder enorme druk tot stand gekomen. Het CDA had dramatisch verlies geleden tijdens de verkiezingen, enkele maanden daarvoor. Balkenende trad af, maar het CDA miste een serieuze opvolgende leider. In de formatieperiode spraken zeer vooraanstaande CDA’ers zich uit tegen samenwerking met Wilders. Een zwaargewicht als Jan Schinkelshoek, absoluut geen relschopper, stapte zelfs uit de partij. Dat leidde tot ophef. Vervolgens eisten twee dissidenten, Kathleen Ferrier en Ad Koppejan, de aandacht op. En er waren nachtenlange fractievergaderingen, die de media nauwgezet volgden. Het congres zelf was een zooitje. Het allergênantste was het verwarrende optreden van Houben. Voor elke motie waren er andere kleuren kaarten, die hij telkens door elkaar haalde. Als je vóór de motie was, moest je tégen stemmen. Sommige mensen hadden meerdere stemkaarten. Houben wilde de telling handmatig doen, in een ruimte met meer dan vierduizend mensen. Eurlings sloeg met zijn op sentimenten gestoelde betoog waarbij hij een at your service-achtig Pim Fortuyn-gebaar maakte, helemaal door. Zo’n chaotisch congres, dat verwacht je niet van een adequate bestuurderspartij die zestig jaar in de regering heeft gezeten. Uiteindelijk kregen Schinkelshoek, maar vooral Ab Klink, die met Verhagen aan de onderhandelingstafel zat, gelijk. Het is wonderbaarlijk dat de partij na het congres niet in tweeën is gescheurd. Mogelijk komt dat vanwege het grote verantwoordelijkheidsbesef binnen het CDA en haar leden. Dat is toch wel de kracht van het CDA.’