bevleugeld

angela van der elst ,

Muzikale cabaretier Mike Boddé presenteert de vier laatste afleveringen van de serie tv-lezingen in de NTR Academie.

NTR Academie
NPO 2, 19.05-19.40 uur
 
In maart zagen we je ook al, in een aflevering over Bach.
Mike Boddé: ‘En dat smaakte naar meer. In samenspraak met de redactie zijn we tot vier onderwerpen gekomen die dwarsverbanden tussen klassieke en andere muziek aantonen. Zo gaat het in de eerste aflevering vooral over het verschil tussen Bach en Händel, door ze te vergelijken met John Lennon en Cliff Richard. De een altijd op zoek naar diepere zin, de ander meer een gezellige entertainer. Het is maar een kapstokje hoor, om vanuit te vertrekken.’
 
Weer Bach dus.

‘Over hem alleen zou je wel dertig afleveringen kunnen maken. Niet omdat ik de pretentie heb een expert te zijn, meer een delende liefhebber. Ik nodig vanachter mijn vleugel mensen uit om over hem te praten en voorbeelden te kunnen laten horen. De week erna gaat het over Chopin en mijn fascinatie voor een prelude van hem die ik moeilijk vind en niet helemaal snap. Pianopedagoog Jan Wijn kwam langs met een fotokopie van het originele manuscript, waarin Chopin heeft opgeschreven hoe je het stuk moet spelen, en dat was een openbaring. Daarna staan humor en Hollywood centraal.’ 

Ben je er zelf ook wijzer van geworden?
‘Zeker, hieraan meewerken leek op het betaald mogen volgen van een studie musicologie, ik weet heel veel niet en moest overal induiken en van alles beluisteren, een groot genoegen.’
 
Vooruitblikkend in NTR Magazine zei je te hopen dat Igor Stravinsky voorbij zou komen.
‘Helaas viel hij af, omdat we de kijker niet weg willen jagen met muziek die te complex wordt. Voor andere keuzes is de overweging soms prozaïsch; kerst komt eraan, welke componisten schreven speciaal daarvoor stukken?’ 
 
Dit muzikale lezingenkwartet is tevens de zwanenzang van de tv-serie.
‘Heel jammer, er dienden zich alleen maar meer ideeën aan voor frisse invalshoeken van waaruit je naar muziek kunt luisteren. Mocht er op een dag toch weer iets vergelijkbaars gemaakt gaan worden, gooi ik Stravinsky opnieuw op.’