humorwedstrijd

lennart van der burg ,

Woord-redacteur Tom Klaassen zocht talentvolle grappenmakers voor een nieuw humoristisch radioprogramma van de VPRO. Deze week horen we het resultaat.

Woord
Vrijdag, NPO Radio 1, 2.00-7.00 uur
 
De laatste keer dat Tom Klaassen hard moest lachen om een radioprogramma, was bij Radio Bergeijk (VPRO Radio 1, 2001-2012). ‘Wat is er weinig echte humor op de radio,’ was de sombere conclusie die de Woord-redacteur trok, toen hij daar aan terug dacht. ‘Ik bedoel: er zijn natuurlijk wel 3fm-dj’s die flauwe bakken vertellen en daar vooral zelf om moeten lachen, maar er zijn weinig echte humorprogramma’s meer.’
Omdat Klaassen geen idee had waarom, besloot hij eens rond te gaan vragen bij ervaren radiomakers. ‘Zij gaven als argument dat humor te duur en te moeilijk is om te maken. Ik dacht: het is vooral duur als je Hans Teeuwen of Wim T. Schippers vraagt. Ik kan me niet voorstellen dat de gevestigde orde de enige plek is waar je humor kunt vinden.’
En dus heeft Klaassen samen met de Woord-redactie de Grote Humorwedstrijd opgezet, waarbij jonge talenten worden uitgedaagd om een humoristisch audiofragment in te sturen. Laat er geen misverstand over ontstaan: Klaassen zoekt niet naar flauwe moppentappers. ‘Zo hebben we opnames van een behoorlijk slechte standupcomedy-avond ontvangen. Dat zat vol belegen moppen die zo uit een boekje kwamen, en vormden bovendien geen afgerond geheel. Ik hoef niet alleen grappen te horen: ik wil meegenomen worden in een verhaal.’

Humor moet kunnen rijpen, tot er een haakje vast komt te zitten in de hoofden van de luisteraars.

Tom Klaassen
Hoopvol
Hij hoopt echter niet dat de jonge talenten zich laten intimideren door eerdere VPRO-successen zoals Bergeijk of Ronflonflon. ‘Deelnemers moeten zich daar niet aan spiegelen, ik heb juist geprobeerd de drempel zo laag mogelijk te houden. Mensen vergeten wel eens dat Radio Bergeijk bijna tien jaar heeft gelopen, en dat het drie tot vier jaar nodig had om echt leuk te worden. Humor moet kunnen rijpen, tot er een haakje vast komt te zitten in de hoofden van de luisteraars.’
Hij beseft daarom dat het lastig wordt om talent direct te herkennen. ‘Ik hoef ook niet in mijn broek te zeiken van het lachen: een vonk is genoeg.’
Klaassen heeft tot nu toe al een paar hoopvolle inzendingen binnengekregen. ‘Zo is er een meisjesduo van rond de achttien, die brave Bløf-achtige liefdesliedjes opnemen met een vreemd, twisted wereldbeeld. Achteraf dacht ik: waar heb ik in godsnaam naar zitten luisteren? Daarnaast laat basisschoolleraar Bart uit Vechel zijn leerlingen fragmenten insturen. Die hebben ze zelf opgenomen en gemonteerd, en die zijn van verbazingwekkend hoog niveau: technisch goed en nog geestig ook.’
Wat Klaassen uiteindelijk van plan is met zijn nieuwe talenten? ‘Samen met de beste inzenders wil ik een nieuw humoristisch radioprogramma ontwikkelen voor de VPRO. Daarvoor heb ik nog geen uitgangspunt: ik ben een radiomaker, maar ben niet grappig. Die verantwoording leg ik dus bij de mensen die wel grappig zijn.’ Of daar misschien de nieuwe Wim T. Schippers tussen zit? ‘Ik zou daar maar ernstig rekening mee houden.’