Waargebeurd

maarten van bracht ,

De bevrijding van de nazi-concentratiekampen is uitvoerig gefilmd. Een team onder leiding van Alfred Hitchcock moest er een documentaire van maken, maar die bleef onvoltooid
en raakte vergeten. Zeventig jaar na dato werd de draad opgepakt door André Singer. Hij monteerde Night Will Fall.

Night Will Fall – Hitchcocks Lehrfilm für die Deutschen
Maandag, ARD, 23.30-0.45 uur
Woensdag, arte, 1.25-2.40 uur
2Doc: Night Will Fall
Dinsdag, NPO 2, 23.00-0.20 uur
 
Toen de concentratiekampen van de nazi’s in het voorjaar van 1945 werden bevrijd, besloten de geallieerden wat ze daar aan onvoorstelbaars aantroffen nauwgezet te documenteren, als bewijs dat het echt had plaatsgevonden. In diverse pas bevrijde kampen maakten cameramensen van het Amerikaanse, Britse en Russische leger toen urenlang opnamen, die later tijdens de processen tegen oorlogsmisdadigers in Neurenberg als onweerlegbaar bewijs goed van pas kwamen.
Toen Britse soldaten op 15 april 1945 kz Bergen-Belsen ontdekten en daarover verslag uitbrachten, stuurde de Britse regering de ­filmexpert Sidney Bernstein om de situatie in ogenschouw te nemen. Bernstein gaf in Londen leiding aan een door de geallieerden opgerichte afdeling voor psychologische oorlogsvoering, die ook propagandafilms maakte. Nu kreeg hij de opdracht om uit het in Bergen-Belsen en elders geschoten ruwe materiaal een film te maken waar de Duitsers niet om heen zouden kunnen: German Concentration Camps Factual Survey.

Bernstein, als producent goed thuis in de filmwereld, benaderde vervolgens zijn vriend Alfred Hitchcock, die toen al een grote reputatie had. Zijn naam zou het project meteen het benodigde prestige kunnen verlenen. Ook Billy Wilder werd ingeschakeld, die als Joodse Oostenrijker naar Amerika was gevlucht voor de nazi’s en daar een loopbaan als filmregisseur was begonnen. Hij was ook soldaat en maakte propagandafilms voor het Amerikaanse leger. Wilder, wiens hele familie naar later bleek in de kampen was omgekomen, kwam naar Europa en stelde uit het materiaal dat door cameramensen van het leger in de kampen was geschoten een verkorte Amerikaanse versie samen: Death Mills

Afgeblazen
Hoewel het in feite alleen nog om post-productie ging, lukte het Sidney Bernstein en zijn team, onder wie Stewart McAllister en Richard Crossman, en met Alfred Hitchcock als supervisor, niet om een langere versie af te ronden. Het project werd na een paar maanden afgeblazen en vijf rollen filmmateriaal verdwenen in de archieven van het Imperial War Museum in Londen.
Bijna zeventig jaar later kwamen ze daaruit weer tevoorschijn, waarna André Singer, in de jaren negentig chef Documentaire bij de bbc en onder veel meer producent van The Act of Killing (2012), uit het opgedoken materiaal alsnog een 75 minuten durende documentaire monteerde: Night Will Fall, die nu ter gelegenheid van de zeventigste jaardag van de bevrijding van Auschwitz-Birkenau, tevens Holocaust Remembrance Day (27 januari) wereldwijd op televisie wordt uitgezonden.
Night Will Fall laat zien hoe de concentratiekampen eind 1944 en begin 1945 werden bevrijd en voert de laatste getuigen, hoogbejaarde cameralieden en overlevenden van de kampen, sprekend op. Ook is te zien hoe de film van Bernstein en Hitchcock door experts wordt gerestaureerd en voltooid.

Leden van de ‘Film and Photographic Unit’ van het Britse leger

Getraumatiseerd
André Singer raakte van het bestaan van het filmmateriaal op de hoogte toen zijn producente in het Imperial War Museum bij toeval ontdekte dat het daar werd gerestaureerd in opdracht van Bernsteins nazaten, die zelf ook lange tijd van niets hadden geweten.
Singer onderkende meteen het belang en de mogelijkheden. ‘Het was de laatste gelegenheid om het verhaal met behulp van nog levende getuigen te vertellen,’ vertelde hij aan Arte Magazin. Op zoek naar de namen van de cameralieden werden wereldwijd musea ingeschakeld, en legerarchieven moesten uitwijzen wie in welk kamp had gefilmd. En of ze nog in leven waren. Twee getraceerden overleden nog voor Singer hen kon interviewen.
De 91-jarige Arthur Mainzer, die voor het Amerikaanse leger de bevrijding van Buchenwald filmde, laat in Night Will Fall merken dat hij nog altijd getraumatiseerd is door wat hij destijds vastlegde. Geen wonder: ‘Wat ze in de kampen aantroffen,’ aldus Singer, ‘viel met niets te vergelijken. Ze moesten alles vastleggen, het liefst van zo dichtbij mogelijk, zonder nog te weten wat er met de opnamen zou gebeuren. Ze filmden urenlang zonder verdere instructies.’ 
Hamvraag
De vaak in close-up gemaakte opnamen van stapels lijken en uitgemergelde bijna-doden zijn afschuwelijk, en uniek bovendien. De ‘Reichsführer SS’ Heinrich Himmler had tijdens de oorlog namelijk verboden om ook maar iets van de in de kampen begane misdaden te filmen, zodat de opnamen van de geallieerden enig in hun soort zijn, en het enige visuele bewijs van de gruweldaden van de nazi’s.
‘Beelden zijn de meest oorspronkelijke indruk die we van deze tijd kunnen krijgen,’ aldus Singer. Hij heeft de documentaire Night Will Fall genoemd omdat dat de laatste woorden zijn uit Bernsteins en Hitchcocks onaffe film German Concentration Camps. De boodschap luidt dat wanneer de wereld er geen lering uit trekt, duisternis inderdaad neerdaalt.
Resteert de hamvraag: waarom hebben Bernstein en Hitchcock de film niet afgemaakt? ‘Welbeschouwd,’ aldus Singer, ‘was Bernstein te langzaam. Hij was een perfectionist die een film wilde maken met een kunstzinnige aspiratie, maar hij liet het juiste moment voorbijgaan.’ 
Sympathie
Bernstein had te lang gewacht. Toen de oorlog in mei 1945 voorbij was, dienden zich namelijk andere, dubieuze politieke prioriteiten aan. ‘De Europese staten en de Verenigde Staten waren niet bereid om veel Joodse vluchtelingen op te nemen. Die begonnen dus naar Palestina te emigreren, en dat beviel de Britten weer niet, die Palestina toen als mandaatgebied bestuurden. In juli 1945 oordeelden de Britten dat de film wel eens te veel sympathie voor de vluchtelingen kon wekken en hun emigratie naar Palestina zou kunnen rechtvaardigen.’
Het project werd dus om politieke redenen stopgezet. Het begin van de Koude Oorlog en de plannen voor wederopbouw kregen prioriteit, en het werd niet langer nodig geacht de Duitsers door een film over de kampen met hun schuld te confronteren.
André Singer: ‘Duitsland lag in puin, de winter was in aantocht en de bevolking leed honger. De Britten vonden het belangrijk dat de Duitsers in hun bezettingszone meehielpen met de wederopbouw.
In plaats van de Duitsers een film te laten zien die op hun schuld wees, wilden ze hen vooruit laten kijken.’