honger in holland

jurgen tiekstra ,

In een live-uitzending van de NOS wordt de hongerwinter (1944) herdacht.

Foto van Henkie Holvast, die symbool werd voor de hongerwinter

Zeventig jaar bevrijding: De hongerwinter
NPO 2, 20.25-22.00 uur
Sinds vorig jaar wijdt de NOS een hele reeks uitzendingen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Aan bod kwamen al de ontruiming van kamp Vught, de militaire operatie Market Garden en de bevrijding van Auschwitz. Straks komen nog uitzendingen over de bevrijding van kamp Westerbork, kamp Amersfoort en Nederland als geheel. Maar eerst is er vandaag een anderhalf uur durende live-uitzending over de hongerwinter, uitgezonden vanuit de Zuiderkerk in Amsterdam. Tijdens de uitzending halen Paul van Vliet en Jan Terlouw herinneringen op en worden reportages uitgezonden, over onder anderen Henkie Holvast: het graatmagere jongetje met een lepel in zijn hand dat een symbool van de verschrikkingen werd.
De Zuiderkerk is niet lukraak gekozen, vertelt Ad van Liempt, die inhoudelijk betrokken is. ‘Voor Amsterdam was deze kerk een van de plekken waar men in paniek lichamen van overledenen heeft opgeslagen. De situatie was vooral in januari rampzalig: men kon de lichamen niet begraven omdat de grond bevroren was. Het verhaal gaat dat er één keer tegen de honderd lichamen hebben gelegen.’
Het aantal slachtoffers van de hongerwinter wordt geschat op 20.000. Nieuw historisch onderzoek bevestigt dat het aantal doden in elk geval niet lager heeft gelegen. Van Liempt: ‘De hongerwinter moet je ten eerste topografisch begrenzen. Door het verloop van de oorlog was het zuiden al bevrijd, en in het oosten en noorden was voedsel genoeg. Dat gold ook voor de kop van Noord-Holland. Als dan in september 1944 de slag om de bruggen bij Arnhem en Nijmegen begint, wordt door de regering in Londen een spoorwegstaking afgekondigd. Uit wraak besluit Seyss-Inquart (de Duitse rijkscommissaris, JT) dan om een voedselblokkade rond de grote steden in het westen in te stellen. Dat ging gepaard met een absoluut tekort aan brandstof. Er was geen aanvoer van steenkool meer. De elektriciteit werd tot een aantal uren per dag beperkt. Dat heeft een maand of acht geduurd.’

‘Een van de belangrijkste factoren waardoor het aantal slachtoffers is beperkt, was een actie van voornamelijk de kerken om zoveel mogelijk kinderen te evacueren. Minstens 40.000 kinderen zijn uit de steden in het westen naar het noorden en oosten gebracht. Daarmee zijn misschien wel tienduizenden levens gespaard. Die evacuatie gebeurde met binnenvaartschepen, vrachtwagens en paardenwagens. Er is ook een verhaal bekend van een vuilniswagen waarin kinderen werden gedumpt, om ze zo naar het noorden te brengen.’