Atlas van het milieuonrecht

Hidde Boersma ,

Armen of inheemsen zijn veel vaker het slachtoffer van de schade die de mens aan het milieu toebrengt. De Environmental Justice Atlas brengt dit soort milieuonrecht in kaart.

Tegenlicht: Advocaat van de aarde
Zondag 15 november, NPO 2, 21.05-22.00 uur

Wat begon met een kleine social media-campagne en een hashtag, leidde uiteindelijk tot een gewelddadige confrontatie met de politie. De Canadese beweging Idle No More werd eind 2012 opgericht door vier vrouwen om meer rechten te eisen voor de inheemse bevolking van het grootste Noord-Amerikaanse land. Een jaar later bevond de organisatie zich aan het front van het ‘fracktivisme’, de weerstand tegen fracken, een controversiële manier om gas uit de aarde te halen. Honderden leden van de inheemse Elsipogtog- and Mi’kmaqstam kwamen in oktober 2013 in verzet tegen plannen van een groot schaliegasbedrijf om hun activiteiten uit te breiden in de meest oostelijk gelegen provincie New Brunswick, een belangrijke woonplaats van de inheemse bevolking. Toen er molotovcocktails en brandende fakkels werden gegooid, moest politie ingrijpen.

Het is maar een van de vele voorbeelden waarbij (potentiële) schade aan het milieu een conflict veroorzaakt tussen een lokale, inheemse bevolking aan de ene kant en overheden en bedrijven aan de andere kant. ‘De fossiele brandstofindustrie is in dit opzicht berucht,’ zegt de Spaanse Daniela Del Bene, milieuwetenschapper aan het Institute of Environmental Science and Technology (icta) in Barcelona. De praktijken van Shell in de Nigerdelta, waarbij weggelekte olie zowel het milieu als de gezondheid van de lokale bevolking aantast, mogen bekend worden verondersteld. ‘Maar ook de aanleg van steenkoolmijnen en pijpleidingen in bijvoorbeeld Latijns-Amerika treffen de inheemse bevolking vaak ongenadig hard. Doorgaans zijn het niet dezelfde personen die profiteren van de economische activiteiten die het milieu beschadigen, en zij die er de grootste nadelen van ondervinden,’ vervolgt Del Bene.

Lagere sociale klassen en inheemsen zijn meestal minder goed georganiseerd en weten minder goed hoe politiek en instituties werken. Ze worden daardoor sneller benadeeld.

milieuwetenschapper Daniela Del Bene

sneller benadeeld

Achtergestelde groepen worden vaak extra hard getroffen door aantasting van hun leefomgeving, zonder dat ze de economische of materiële geneugten proeven van de grootschalige projecten. Op grote schaal geldt dat voor klimaatverandering: de landen die de minste broeikasgassen uitstoten, zoals de landen ten zuiden van de Sahara, krijgen het veel zwaarder te verduren door de opwarming van de aarde dan de grote uitstoters in Europa en Amerika, die de middelen hebben om zich te wapenen. Maar ook binnen landen zijn er verschillen. Zo loopt twintig procent van de armste bevolking in de Verenigde Staten gezondheidsschade op door industrieel afval, tegenover gemiddeld dertien procent van de hele bevolking.

‘Lagere sociale klassen en inheemsen zijn meestal minder goed georganiseerd. Ze hebben geen netwerk en weten minder goed hoe politiek en instituties werken,’ zegt Del Bene. ‘Ze worden daardoor sneller benadeeld.’ Het is niet alleen de fossiele industrie die er voordeel uit haalt. ‘In Tibet bouwt de Chinese overheid waterkrachtcentrales, zonder dat de toch al achtergestelde Tibetanen daar inspraak in hebben.’ Op Mindanoa, het zuidelijkste eiland van de Filippijnen, zijn er heftige conflicten tussen de lokale islamitische minderheid en de katholieke overheid over het openen van mijnen, geëxploiteerd door Britse en Australische bedrijven.

Del Bene heeft het gevoel dat er meer aandacht is voor ongelijkheid als gevolg van economische activiteiten, maar tot voor kort moest het vakgebied dat zich hierover boog het vooral hebben van losstaande voorbeelden, zonder dat het grote plaatje in beeld kwam. Samen met collega’s startte Del Bene in 2012 daarom de Global Atlas of Environmental Justice (ejatlas.org), een online wereldkaart waarop zoveel mogelijk voorbeelden van milieuconflicten worden verzameld. Op dit moment zijn er een kleine 1700 stippen te vinden, onderverdeeld in kleuren die aangeven in welke categorie een conflict valt, zoals oliewinning, mineralenwinning, kernenergie of watermanagement. Het valt meteen op dat de hele westkust van Zuid-Amerika oranje kleurt door de vele mijnen en dat de Himalaya volgepropt wordt met dammen om elektriciteit op te wekken, aangegeven met blauwe stippen.

vervolgen en veroordelen

De kaart wordt van onderop aangevuld; zowel particulieren als organisaties mogen potentiële milieuconflicten aandragen. Een klik op een stip levert extra informatie op over het project. Op dit moment maken vooral bekende actieorganisaties als Friends of the Earth, de internationale variant van Milieudefensie, en Oilwatch hier gebruik van. Dat leidt af en toe tot nogal ideologische toevoegingen. Zo zijn er op de kaart veel projecten te vinden die gaan over het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen in ontwikkelingslanden, waarbij vooral angst wordt gezaaid over de potentieel negatieve gevolgen. Niettemin meent Del Bene dat er een strenge ballotagecommissie oordeelt over of projecten een daadwerkelijke kleurenstip krijgen. ‘Bij elk conflict wordt gekeken naar een aantal criteria. Is de lokale bevolking geconsulteerd? Is er gekeken naar alternatieven? Hoe is de verhouding tussen de lusten en lasten voor de bewoners?’
Del Bene hoopt dat de atlas leidt tot het makkelijker juridisch vervolgen en veroordelen van schade aan het milieu. Toch is ze niet alleen maar enthousiast over de pogingen om ecocide, zoals de destructie van het milieu wordt genoemd, strafbaar te stellen voor het Internationaal Strafhof, het onderwerp van Tegenlicht-aflevering ‘Advocaat van de aarde’ (zie kader). ‘Voor het internationale hof zullen alleen de grootste zaken worden voorgedragen, van hen die het beste zijn georganiseerd. Het leidt af van de kleinere en minder zichtbare conflicten, terwijl die juist onze aandacht verdienen.’
Naast inzicht geven in hoe wijdverspreid de conflicten zijn, kan de kaart volgens Del Bene ook bijdragen aan samenwerking tussen activisten over de wereld. ‘Ze kunnen leren van elkaars strategieën om invloed uit te oefenen, zodat ze beter een vuist kunnen maken,’ stelt ze. Daarnaast is de kaart in staat om onbekende conflicten in de uithoeken van de wereld beter over het voetlicht te brengen. ‘Recentelijk kregen we een bedankmail van een Kazachstaanse activist. Hij had plannen van de overheid om een skigebied te ontwikkelen in een belangrijk natuurgebied vlakbij de hoofdstad, toegevoegd aan de kaart. Dat project is veroordeeld door de Aarhus-conventie, het orgaan van de Verenigde Naties dat gaat over milieuconflicten.’ 

Tegenlicht Meet Up n.a.v. de uitzending op woensdag 18 november om 20.00 uur in Pakhuis de Zwijger, Amsterdam. Met regisseur Kees Brouwer, Femke Wijdekop (Environmental Security en Facing Crossroads) en advocate Polly Higgins.


Toegang gratis, via dezwijger.nl/tegenlicht57 aanmelden. Kijk op tegenlicht.vpro.nl voor een Meet Up bij u in de buurt.

Moet ecocide naar het Internationale Strafhof?

Je kunt Polly Higgins daadkracht en doorzettingsvermogen niet ontzeggen. Ze zegde haar baan als advocaat in Londen op, om zich volledig toe te leggen op één zaak: ze wil ecocide strafbaar stellen onder het Internationaal recht, als misdaad tegen de vrede. Volgens haar heeft ook de aarde ‘het recht op leven in vrede’. Ze stelt dat de huidige milieuwetgeving bij lange na niet afdoende is om de globale problemen het hoofd te bieden.

Op dit moment zijn er vier misdaden die voor het Internationale Strafhof gesleept kunnen worden. Het gaat hier allemaal om misdaden tegen de menselijkheid, zoals genocide of oorlogsmisdaden. Misdaden tegen de aarde zouden een volledig nieuwe categorie vormen. Toch is haar idee niet uit de lucht gegrepen. Plannen om ecocide als vijfde misdaad tegen de vrede aan te merken gaan namelijk al terug tot begin jaren 70, met de Zweedse oud-premier Olof Palme als grote voorvechter. Na een jarenlange lobby lukte het in de jaren 80 en 90 steeds bijna om ecocide toe te voegen als misdaad tegen de vrede, totdat de term in 1996 toch voorgoed van de agenda leek te gaan.

Nu probeert Higgins die pogingen weer nieuw leven in te blazen. Ze krijgt daarbij hulp van Baltasar Garzón, de Spaanse onderzoeksrechter die bekendheid kreeg toen hij de voormalig Chileense dictator Augusto Pinochet voor het gerecht sleepte. Samen proberen ze de Verenigde Naties over te halen om ecocide alsnog strafbaar te stellen. Ze beginnen met lobbyen bij kleine eilandstaten als Nauru en Palau, omdat die landen het hardst getroffen zijn door een van de belangrijkste misdaden tegen de aarde: klimaatverandering. In de uitzending van Tegenlicht volgen we Higgins en Garzón in hun queestes.