‘Zij gaat een Gouden Kalf voor ons winnen’

hugo hoes ,

In de fraaie 2Doc Garage 2.0 van Catherine van Campen (1970, Eeuwige moes, Joan’s Boys) zien we hoe Gert Kooijman de medewerkers van zijn familiebedrijf Kooijman Autogroep klaar probeert te maken voor de toekomst.

2Doc: Garage 2.0
Maandag, NPO 2, 20.15-22.00 uur

Waarom liet Gert Kooijman u meekijken?
‘Mijn introductie was de Teledoc. Een grote productie op primetime die een breed publiek moet aanspreken. Met als voorbeeld de film over de Hema waar bijna een miljoen mensen naar keken. Zijn bedrijf zou volop in de picture staan. Vond hij wel interessant klinken. Vanaf de eerste dag ben ik blijven zeggen: je moet mij alles laten zien, anders ga ik het niet doen. Van functioneringsgesprekken tot eventueel ontslag. Dat is allemaal in een contract gekomen. Hij is een zakenman en hij heeft een optelsom gemaakt. Ons bedrijf is om half negen anderhalf uur in beeld, wie weet levert het klanten op. Daarnaast is het een familieportret dat ook over zijn broer en vader gaat. Vond hij ook wel bijzonder.’

Bij mijn functioneringsgesprek wil ik geen camera hebben.
‘Ik was ook zeer verbaasd dat hij het toestond. Gert is zeer ambitieus tegenover zijn medewerkers. Constant erop hameren dat het beter moet, en dat deed hij bij mij ook. Elke keer als hij mij voorstelde bij een vergadering of ontmoeting zei hij: “Zij gaat een Gouden Kalf voor ons winnen.” Dat kende hij niet, maar hij had gegoogled en zo gezien dat een Kalf het hoogst haalbare was voor een documentaire.’

Wat leuk.
‘Verschrikkelijk! Want ik wist dat de kans daarop nihil is, zeker met zo’n onderwerp. Maar die druk legde hij mij wel op. Ik zei dus, oké, als jij wilt dat ik een Gouden Kalf win, moet je mij wel alles laten zien. Dus ook die functioneringsgesprekken. Op momenten dat het moeilijk was probeerde hij er natuurlijk een beetje onderuit te komen, maar hij hield zich er uiteindelijk wel aan.’

Een acht scoren is voor hem niet genoeg.
‘Nee, alleen een tien, en hij bemoeit zich overal mee. Als hij ’s ochtends binnenkomt en er zit viezigheid op de koffiemachine, haalt hij het met een doekje weg. Als er verbouwd moet worden, gaat hij zelf de ladder op.’

Is dat verstandig?
‘Het pleit wel voor hem, maar is bijna niet vol te houden. Daarnaast is hij de allerbeste verkoper van het bedrijf, dat is ook lastig. Iedereen liep in zijn schaduw. Soms kwam er een klant binnen en die hoorde ik dan zeggen nee, ik ga vandaag geen auto kopen. Werd er binnen tien minuten koffie gehaald. Was er weer een auto verkocht.’

Waar verwijst de 2.0 in de titel naar?
‘Het gaat over een familiebedrijf, maar ook over de druk die de directeur op zijn personeel legt en hoe dat personeel daar mee omgaat. Dat is van alle tijden, denk maar aan Modern Times van Charlie Chaplin.
Bazen willen toch een soort ideale en perfecte 2.0 robotachtige werknemers creëren om het bedrijf zo goed mogelijk te laten functioneren. En dat loopt heel vaak spaak, omdat mensen dat weliswaar voor een deel overnemen, maar verder in hun eigen stramien blijven doorgaan. Dat wilde ik inzichtelijk maken. Daarnaast blijken veel nieuwe inzichten vaak modegrillen en is Gert zelf ook niet echt 2.0. Hij werkt ook al ­dertig jaar op dezelfde manier.’

'Die lelijkheid was mijn grootste zorg toen ik bij dit bedrijf kwam. Niets is er op esthetiek gemaakt. Alles is er functioneel. Het is geen design en is gewoon lelijk.' 

catherine van campen

Mag het eigenlijk wel, functioneringsgesprekken filmen?
‘Lastig. Ik wilde wel dat de mensen die ik filmde er ook oké mee waren. Er was een verkoper die wel de druk voelde om in te stemmen, omdat hij wist dat het gewaardeerd werd. Maar ik zag dat hij twijfelde en dan moet je het niet doen.’

Volgens mij ziet elke autoshowroom er ­hetzelfde uit.
Die lelijkheid was mijn grootste zorg toen ik bij dit bedrijf kwam. Niets is er op esthetiek gemaakt. Alles is er functioneel. Het is geen design en is gewoon lelijk. Uiteindelijk krijgt het door de strakke kaders toch een soort schoonheid.’

Er wordt opvallend veel gerookt in Garage 2.0.
‘Al die gesprekken in de rookkamer over stoppen met roken, fantastisch. Heel herkenbaar voor rokers.’

Verkopers dragen mooie pakken en zien er keurig uit maar roken wel. Die stinken dus. Lijkt mij slecht voor de verkoop.
‘Dat is waar. Ik heb de directeur daar nooit over gehoord, maar die rookt zelf natuurlijk. En veel. Toen ik daar was voor de film rookte ik ook weer. Om overal op tijd bij te kunnen zijn sliepen we soms bij Van der Valk in Vianen. Thuis rook ik niet, maar daar wel samen met de geluidsman. Daarom heb ik het waarschijnlijk niet geroken. Goed punt, ik zal het Gert eens vragen.’

Gert voert een functioneringsgesprek

Bij Kooijman Autogroep gaat het om zoveel mogelijk auto’s verkopen. Van onderlinge strijd lijkt echter weinig sprake.
‘Verkopers komen binnen, zetten hun pc aan en zien direct hun ranking en wie bovenaan staat. Er is weinig onderlinge strijd, ook omdat men niet met bonussen werkt, althans niet in filiaal Vianen. Voor Gert staat de klantvriendelijkheid voorop. Zijn filosofie is dat iedereen geholpen moet worden, ook de klanten waarvan je al direct weet dat ze geen auto zullen kopen. Daarom wilde hij ook geen bonussysteem. Klanten die niets gekocht hebben, maar wel tevreden zijn, komen terug. Zo verkoop je meer. En altijd zonder trucs, want dan val je volgens hem toch door de mand. Hij herhaalt ook heel veel, net een predikant. En wat betreft die ranking, Gert staat toch altijd zelf op de eerste plaats.’

Hij lijkt zich niets aan te trekken van de aanwezigheid van een camera.
‘Nee, al verspreekt hij zich wel een keertje tijdens een functioneringsgesprek. Zegt hij: “Het is niet zo dat ik je morgen van je plek af trek”, dat is al niet zo aardig geformuleerd, maar zo is de bedrijfscultuur…’

Het is een garage...
‘…en dan hoor je hem daarna zeggen: “En het leuke is: de klanten merken er geen r…” Hij wilde zeggen merken er geen reet van, maar dat wordt de klanten merken er niks van. Aan die verspreking hoor je dat hij zich ergens toch bewust is van onze aanwezigheid.’

'Hij was ook nog nooit zoveel gedicteerd, gemanaged en toegesproken door een vrouw.'

catherine van campen over gert kooijman

Als blonde vrouw viel je sowieso op in die wereld.
‘Ik heb Gert voor een shot wel eens gevraagd om even te komen aanrijden met zijn auto. Dan keek hij naar mijn geluids- en cameraman en zei over mij iets als: wat erg voor haar man dat die met zo’n vrouw moet leven. Hij was ook nog nooit zoveel gedicteerd, gemanaged en toegesproken door een vrouw. Hij is het helemaal niet gewend dat iemand tegen hem zegt doe even dit of dat.’

En nu door een vrouw die half zo oud is.
‘Precies. Maar we waren wel aan elkaar gewaagd. Ik kon hem aan, in de zin van dat ik hem aan zijn woord kon houden. Daar werd hij gek van en dat riep hij ook ten overstaan van iedereen. “Nog nooit ben ik zo door een vrouw behandeld. Ik word gek van haar.” Het is een heel andere wereld. Allemaal mannen die nog nooit gekookt hebben, omdat het eten thuis elke avond klaar staat. Dat botste natuurlijk. Hij is heel direct waardoor ik ook heel direct tegen hem kon zijn. Als hij mij met een grap een beetje op mijn nummer zette, maakte ik een snoeiharde grap terug. Je moet wel in die wereld.’

Werkt zeker tachtig uur per week?
‘Ja, dus ziet hij zijn kinderen ook bijna nooit. En hij heeft een Marokkaanse vrouw, verwacht je ook niet. Opmerkelijk was ook dat zijn hele familie rijdt zonder gordel om. Ze klikken de gordel vast, stappen in en gaan boven op de gordel zitten. Want, werd mij verteld, anders overleef je het niet wanneer je met de auto in de sloot belandt.’

Heb je zelf een auto?
‘Ik had altijd een Golfje, maar die heb ik weggedaan, omdat ik er toch bijna niet meer in reed. In de periode dat we deze film maakten, heeft mijn man een nieuwe auto gekocht. Ik had toen net genoeg gezien om te weten dat de verkoper ons al helemaal doorhad op het moment dat we binnen kwamen. Was op oudejaarsdag, en die verkoper dacht en wist natuurlijk: die gaan vandaag nog een auto kopen. Dat was een spiksplinternieuwe Citroën. Daar kwam ik dus op een gegeven moment mee aanrijden bij Kooijman. Kwam Gert naast mij zitten en zei: “Je weet toch wat de makke is van een Citroën? De chips gaan in no time stuk en dit en dat enzovoorts. Hij wist ontzettend veel van Citroën. In ieder geval begon hij een heel verhaal. Ik heb toen echt serieus even gedacht dat we de verkeerde auto hadden gekocht. Dit om aan te geven hoe goed hij als verkoper was. Ik ging toch twijfelen. Hadden we misschien niet toch een Toyota of een Kia moeten kopen? Terwijl ik niets met die auto’s heb. Zo goed is hij.’