Het was stil op straat

Jeroen Kleijne ,

1970-1989 was de glorietijd van de grote spelshows bij de publieke omroep. Kijkersaantallen van zes of zeven miljoen waren geen uitzondering. Na de komst van commerciële zenders zijn die shows langzamerhand verdwenen uit het publieke bestel.

Andere Tijden: De Hoofdprijs... Spelshows!
Zaterdag 23 januari, NPO 2, 21:25 - 22:00

‘Bij de finale van de Soundmixshow in 1988 lagen de telefooncentrales in Nederland bijna volledig plat,’ herinnert regisseur Bert van der Veer zich. ‘Dat stemmen via de telefoon had ik in Engeland gezien bij de nationale finale van het Songfestival. Ik meldde dat aan Joop van den Ende, en die zei meteen: dat gaan wij ook doen. De PTT was enthousiast, dus we kregen twaalf nummers voor de kandidaten. Toen we met de uitzending bezig waren, hadden we werkelijk geen idee wat er aan de hand was. Tot er een motoragent verscheen aan de achterkant van de studio: ik weet niet wat jullie hier aan het doen zijn, maar daar moet je onmiddellijk mee ophouden. Pas daarna begonnen de berichten binnen te sijpelen over politiebureaus en ziekenhuizen die niet meer bereikbaar waren. Een godswonder dat er geen doden bij gevallen zijn. De volgende dag kocht ik op Schiphol alle kranten en zag ik dat we in vette letters alle voorpagina’s hadden gehaald. Dat was wel kicken, hoor. Zo groot waren die shows toen nog.’

De Soundmixshow past in een lange rij grote en massaal bekeken spelshows bij de publieke omroep, die in 1970 begint bij de Vara met Een van de acht. Onder de enthousiaste aanmoedigingen van presentatrice Mies Bouwman kiezen kandidaten aan het eind van de uitzending prijzen van een lopende band. Het programma trekt met gemak zes miljoen kijkers en bij de Vara is een traditie geboren. Willem Ruis steelt vanaf 1976 de harten van de kijkers met de Willem Ruis Show, de Willem Ruis Lotto Show en de Sterrenshow.

Aalsmeer

Ook de andere omroepen komen in de jaren zeventig en tachtig met hun eigen, succesvolle spelshows. De Avro schuift producer Fred Oster naar voren als gezicht van de Wie-kent-kwis – nadat de eerste presentator Peter Knegjens is ontslagen wegens vermeende dronkenschap. De ietwat brave Oster is geliefd bij de kijkers, zeker ook vanwege de fameuze cavia-race in zijn programma. De Tros laat Ron Brandsteder debuteren als presentator van de Showbizzquiz, waarin Brandsteder én de kandidaten hun zangtalent etaleren. En de kro bekostigt de bouw van een schip voor mensen met een fysieke beperking met De 1, 2, 3 show; Ted de Braak moet ervoor zorgen dat de kijkers voldoende loten kopen.

De 1, 2, 3 show is in 1983 het eerste programma dat wordt opgenomen in Aalsmeer, vertelt regisseur Jos van der Valk in het boek 40 jaar topamusement door de ogen van Guus Verstraete. ‘In Hilversum waren nog geen studio’s waar we met zo’n grote show terecht konden. Op een gegeven moment kwam Joop van den Ende met de hal in Aalsmeer, de oude bloemenveiling. Qua ruimte was het daar fantastisch. Alles paste erin.’ Guus Verstraete: ‘Het was oorspronkelijk natuurlijk een veilinghal, maar op een of andere manier leek het of die hal gemaakt was als televisiestudio: het klopt allemaal precies. Je kon er dingen doen die je in Hilversum nooit had kunnen doen.’

Bert van der Veer werkt in Aalsmeer vanaf 1988 als regisseur mee aan de Surpriseshow, die hij ontdekt heeft in Engeland. 
‘Ik kreeg een bandje in handen en dacht: dit moesten we maar eens gaan doen met Henny Huisman. Gelukkig waren Joop en Henny het daar helemaal mee eens. Na vijf afleveringen hadden we geloof ik de Televizierring al te pakken, dus dat was een gouden greep. Ik kwam van Toppop en had voornamelijk muziek gedaan. In de Surpriseshow vielen mijn regiecapaciteiten samen met mijn journalistieke kwaliteiten. Als iemand een vriend was kwijtgeraakt in Boedapest in 1956 tijdens de inval van de Russen, dan was je echt met een journalistiek verhaal bezig. Dat zette ik dan op twee a4’tjes voor Henny, dat was mooi om te doen.’

Sterren maken

Volgens Van der Veer is Joop van den Ende in die tijd zeker nog niet bezig met het bedenken van formats voor de internationale markt. ‘Het was ook niet echt de markt die het later geworden is. Wat je nu wel ziet bij John de Mol, dat programma’s mede beoordeeld worden op de internationale mogelijkheden. Het was eerder andersom. Wedden, dat…? was bijvoorbeeld een Duitse formule, De 1, 2, 3 show een Spaanse formule. Ik zie wel een rechtstreekse lijn van de Soundmixshow naar The Voice. Als je kijkt naar de ambitie die ze hebben, zijn het dezelfde programma’s. Namelijk: sterren maken, op een voetstuk plaatsen. Bekijk je de twee programma’s naast elkaar, op twee flatscreens, dan zie je dat de ontwikkeling voor een belangrijk deel in de vormgeving zit. En natuurlijk is de formule ook anders. De kijker is ongeduldiger geworden, stelt hogere maatstaven, wil meer verrast worden door wat er gebeurt.’

Niet meer willen

De finale van de Soundmixshow is op 29 januari 1988 een van de laatste grote shows bij de publieke omroep die meer dan zes miljoen kijkers trekt. Een jaar later levert de slotuitzending van de talentenjacht al een kwart van zijn kijkers in. Niet zo gek als je bedenkt dat het aanbod dan al behoorlijk versnippert. In april 1988 krijgt het publiek bestel een derde net; in oktober 1989 begint RTL Véronique (later RTL 4) met uitzenden. Programma’s als de Surpriseshow, de Soundmixshow, 5 tegen 5 en Doet-ie ’t of doet-ie ’t niet verhuizen met de bijbehorende presentatoren naar de commerciëlen. Bert van der Veer: ‘Waar nu een discussie plaatsvindt dat de publieke omroep niet hoeft te brengen wat de commerciëlen al doen, ging toen bijna automatisch. De commerciële zenders deden het zo goed en zo overtuigend dat de sfeer ontstond – misschien met uitzondering van de Tros – van: zo moeten we het niet meer willen.’

De laatste jaren is Paul de Leeuw misschien nog de enige bij de publieke omroep die wat spektakel in zijn programma’s brengt, vindt Van der Veer. ‘Maar dat is altijd nog op veel kleinere schaal dan de grote shows in Aalsmeer. Dat is ook prima. RTL doet het nog steeds heel goed, bijvoorbeeld met The Voice en Ik hou van Holland. Met andere woorden: twee dagen in de week heb je die shows al. Bovendien put je uit een beperkt arsenaal. Talentenjachten? Daar kun je er niet te veel van hebben. Op het moment dat SBS het een keer probeert, scoort dat toch een stuk minder. Voor de publieke zenders zetten die grote shows weinig zoden aan de dijk, ze zijn duur en ze kunnen zich er niet mee onderscheiden.’

'De sky was de limit'

Zangeres Sandra Reemer (65) presenteerde voor de Avro De show van de maand (1984) en Sterrenslag (1985-1986). Vanaf 1986 was ze de co-host van Jos Brink bij Wedden, dat…? ‘Een waanzinnig avontuur,’ herinnert ze zich.

‘Mijn opstap naar de televisie was De show van de maand. Een grote eer: ik kon in een klein uurtje alles laten zien wat ik in huis had en mijn eigen gasten uitnodigen, ook internationale sterren. De sky was de limit. Ik was zo trots als een pauw. Ik dacht: nu gaat de telefoon wel rinkelen, maar het bleef akelig stil. Tot ik een keer in het programma van Ted de Braak zat en hoorde dat Joop van den Ende zou komen kijken. Heel brutaal heb ik hem gewoon aan zijn jasje getrokken. Wonder boven wonder belde hij een paar maanden later op voor de presentatie van Sterrenslag. Dat was echt in het diepe springen voor mij. Oefenen deed ik gewoon voor de spiegel, met een haarborstel als microfoon. Als ik daar nu op terugkijk, heb ik toch best veel bereikt.

Vooral Wedden, dat…? was een waanzinnig avontuur. Heel groots opgezet. Af en toe viel ik bijna in katzwijm van de wereldsterren die in het panel zaten, van Gina Lollobrigida en Omar Sharif tot Jim Henson van The Muppet Show. Die kwam je dan tegen in de coulissen. Natuurlijk was er de chemie met Jos Brink, die spatte echt van het scherm af. Dat wist niemand van tevoren. Ik was zelf goed bevriend met ontwerper Addy van de Krommenacker, die de prachtigste designkleding lanceerde. Addy ging me helemaal stylen, ik kon op mijn allermooist voor de dag komen. Mensen gingen er echt voor zitten als ik de showtrap afkwam: wat heeft ze nu weer aan? Kledingzaken gingen er zelfs op inkopen, er ontstond een soort subcultuur naast Wedden, dat…? Heel bijzonder dat ik dat heb meegemaakt.

Dat soort grote shows wordt nu niet meer gemaakt, zeker niet bij de publieke omroep. De allure van toen is verdwenen, het amusement is platvloerser geworden. Ik heb in mijn plakboeken nog de kijkcijfers van Wedden, dat…? Daar kun je je nu niets meer bij voorstellen, maar op sommige avonden keek meer dan vijftig procent van de bevolking. Het was stil op straat. Van dat soort marktaandelen kunnen ze nu alleen nog maar dromen. Er is zeker potentie om bij de publieke omroep een grote zaterdagavondshow te maken. Nog steeds zijn er mensen, jong en oud, die houden van programma’s met enige allure, daar ben ik van overtuigd.’

‘Theater met een camera erbij’

‘Meneer Kaktus’ Peter Jan Rens (65) maakte eind jaren tachtig bij de Vara zijn debuut als spelshowpresentator, met Labyrinth en Doet-ie ’t of doet-ie het niet? Daarna presenteerde hij nog onder meer Geef nooit op en 5 tegen 5. Volgens hem zou de publieke omroep dat soort programma’s nog steeds kunnen maken.

‘Als theatermaker zag ik al die grote shows voorbij komen van mensen als Ted de Braak, Rudi Carell en Willem Ruis. Voor mij was het theater met een camera erbij. Dat zou ik ook wel willen, dacht ik. Met mijn wervingsactie voor de speelfilm Maria zat ik een paar keer bij Sonja, en toen heb ik dat ook gezegd, met een soort naïeve bravoure: als je nou een keer ziek bent, wil ik je wel vervangen. Kort daarna heeft Willem van Kooten me voorgesteld aan John de Mol. Jullie gaan samen shows maken, zei hij er lachend bij. En zo is het gegaan.

Het eerste dat we samen bedachten, was Doet-ie het. Het was spannend om op straat te lopen en mensen te verleiden tot iets wat ze anders niet zo snel zouden doen. Ga je nú mee wat drinken op de Place Pigalle in Parijs? Of een avondje stappen in New York? Ik ben de hele wereld over gegaan. Veel mensen hebben plezier aan die uitzendingen beleefd, en voor mij voelde het als een privilege om dat te doen. Dat gevoel had ik later zeker ook bij Geef nooit op. Samen met een kind maakte ik een speelfilmpje van zeven minuten over een wens die we in vervulling lieten gaan. We hebben dolfijnen bezocht in Israël, zijn naar Zuid-Amerika gevlogen voor het carnaval in Rio… We kregen zoveel leuke reacties, dat zie ik nu nog op YouTube. Ik denk dat het programma heel veel kinderen heeft geïnspireerd. Alles was mogelijk.

Natuurlijk haalt de publieke omroep niet meer de kijkcijfers van toen. Ik zie echter nog steeds goed scorende, en sterke formats als Heel Holland bakt en Boer zoekt vrouw. Grote spelshows worden de laatste jaren niet meer echt gemaakt, het is ontzettend duur om het goed te doen. RTL zou The Voice nooit kunnen betalen als het niet aan het buitenland verkocht was. De publieke omroep heeft nog steeds een te grote overhead, er zitten te veel mensen die niet direct betrokken zijn bij het maken van programma’s. Met het geld dat wordt binnengehaald uit Ster-inkomsten, product placement en niet te vergeten van de belastingbetaler moet het toch mogelijk zijn om weer een geweldige zaterdagavondshow te maken? Iemand als Arjen Lubach zou dat zeker kunnen.’