altijd een tosti

hugo hoes

Na bezoeken aan onder meer de SP, Veluwse boeren, Volendammers en mariniers begeeft de hokjesman zich voor Puur VPRO is... in het VPRO-gebouw onder VPRO’ers.

'Eerst een broodje,’ zegt de hokjesman, ‘doe ik mijn strik nog even af en gaan we daarna aan het werk.’ Het is een ijskoude (vegetarische) maandag en we zitten in de volle kantine van het VPRO-restaurant tussen lunchende collega’s en medewerkers van de Vara en NTR. De komst van de hokjesman gonsde al vroeg door het gebouw, en er moest een mededeling op intranet aan te pas komen om de daarmee gepaard gaande onrust te bezweren. ‘Gewoon doorwerken en niet bang zijn,’ was het advies. Strikloos legt de hokjesman tussen de happen door zijn werkwijze uit, daarbij en passant de geschiedenis van de VPRO docerend. ‘Wat is een VPRO’er? Die vraag moet je eerst voor jezelf beantwoorden en daarna ga je kijken of dat klopt.’ Hij huppelt hardop door de VPRO-geschiedenis en legt daarbij de nadruk op een coup van programmamakers die afkomstig waren van het Avro-jongerenprogramma Minjon. ‘Niet speciaal linkse of rechtse, maar liberale types. Wars van God, vrijzinnig. Die zich niet laten ringeloren en vinden dat autoriteit eerst verworven moet worden. Een plek waar men op zijn merites beoordeeld wordt. Een meritocratische club. Schrijf dat maar op.’ Hardop nadenkend gaat hij door. ‘Ze houden van mensen die iets zinnigs te zeggen hebben, slim zijn en geestig. Vrijzinnig en geestig.’ En creatief? ‘Dat spreek voor zich.’
Het verplichte vegetarische maandagmenu kan hem niet bekoren. ‘Dat is haast socialistisch en zeker niet vrijzinnig. Zo van: niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Past hier niet.’ Iedereen in de kantine eet van zijn dienblad. ‘Kan echt niet. Als je dat bij de studentenvereniging doet ben je de grootse knor aller tijden.’ De hokjesman is duidelijk niet van de straat, al voegt hij er direct aan toe dat hij geen corpslid was. Hij constateert dat de vrouwen van de VPRO-stam steeds mooier worden en de gemiddelde leeftijd lager. Voor die eerste constatering heeft hij geen verklaring, wel voor die tweede. ‘Allemaal flex-contracten. Jonge mensen zijn goedkoper.’

japanners

Tijd om de strik te knopen en aan het werk te gaan. Eerst een kijkje in de keuken. VPRO’ers blijken lekkerbekjes. Gek op biologische en dure liflafjes. ‘Olijfolie, forel, carpaccio. Hebben ze in hun Italiaanse huisje geproefd, en thuis gekokkereld. Daarna willen ze dat hier ook.’ Maar ook altijd een tosti, zegt de caissière. De hokjesman: ‘Hollandser kan het niet. Vroeger in een café kon je dat eten of een hardgekookt ei. Tosti. Schrijf maar op. Best lekker trouwens, een hard ei.’ Door het gebouw lopend valt op dat bij degenen die een eigen kamer hebben, zelden de naam en functie staan. ‘Weet je niet wie hij is en wat hij doet. Misschien is hij wel heel belangrijk.’ Aan verschillende stamleden wordt gevraagd of ze zich VPRO’er voelen of zijn. Een duidelijk ‘ja’, hoor je zelden. Meestal klinkt er iets over verwantschap. ‘Het lijken net antroposofen. Daar kreeg ik ook altijd die reactie.’ De personeelsafdeling is natuurlijk de plek om te horen hoe je bij de stam kunt komen, en dus wat iemand tot een VPRO’er maakt. Eitje, maar zo simpel is het niet. Want sollicitatiegesprekken vinden op afdelingsniveau plaats. Volgens de hokjesman gaat dat vaak via netwerken. ‘Daarom is het hier ook zo wit.’ Of medewerkers vrijzinnig en geestig zijn wordt niet gecontroleerd. Ondertussen heeft de hokjesman off the record vernomen dat er inderdaad ook stamleden zijn die geen gevoel voor humor hebben. ‘Zonder humor geen zelfrelativering. Is belangrijk hoor! Kom, we moeten verder.’ De kernwaarden van de VPRO, tegenwoordig ook wel het dna genoemd, zijn vastgelegd in de missie en die wordt in elke vacature vermeld. Nieuwkomers zijn dus op
de hoogte. Als het goed is. Het schokkende nieuws dat soms zeven interne oproepen nodig zijn om medewerkers te bewegen hun auto van ‘laden en lossen’ of een invalideparkeerplaats weg te halen, maakt geen indruk. Aso’s, denkt de verslaggever. ‘Eigenzinnig,’ roept de hokjesman opgewekt. Als hij hoort dat het niet meer alleen om Citroëns en Volvo’s gaat, maar ook om Japanners, is hij verbaasd. ‘Japanners bij de VPRO! Dat bestond vroeger niet.’

huisdieren

Voordat de stam in het glazen huis van MVRDV trok, zat men verspreid over villa’s en waren er veel huisdieren. Die levende have is na de verhuizing zo goed als verdwenen, al schijnt er nog ergens een VPRO-huishond te zijn. ‘Die moeten we hebben. Kom.’ De laatste hond blijkt echter overleden. Met enig misprijzen beziet de hokjesman de kleding van mannelijke stamleden en als hij verneemt dat in de zomer soms slippers en korte broeken worden gedragen, trekt hij een vies gezicht. Een stamlid, dat wel erg snel en makkelijk zijn benen op het bureau legt, vertelt dat hij een week na zijn toetreding, bij een externe bijeenkomst, al werd gewezen op ‘typisch VPRO-gedrag.’ Echte VPRO’ers bestaan dus wel. ‘Schreeuwerig.’ Racefietsen lijken in de plaats van honden te zijn gekomen, want je ziet ze overal. Al zijn er drie douches, toch staan op sommige zomerse dagen fietsende stamleden met een handdoekje op hun beurt wachten. Het lijkt alsof dit intieme nieuws zelfs de hokjesman te ver gaat, want hij onthoudt zich van commentaar. Een afvallig stamlid laat weten dat het vroeger beter was en de VPRO nu allemaal hokjes (!) heeft.

leuk en lastig

Een man die hardop concludeert dat het helemaal niets gaat worden met Anouk op het songfestival blijkt het stamhoofd. De deur van zijn kleine kamer staat open. ‘Hoog en op een hoek. Altijd goed,’ constateert de hokjesman goedkeurend, terwijl hij een gevonden strandbal richting stamhoofd gooit. De bal ontwijkend bevestigt deze dat er nog wel wat extra ruimte voor humor is. Hij vindt het jammer dat bijna alle humor is uitbesteed of wordt overgelaten aan cabaretiers. Humor is elders niet vanzelfsprekend meer en loopt terug. Zijn stamleden beschikken over meerdere vaardigheden en hebben een bipolair karakter. ‘Aan de ene kant het creatieve inclusief het autistische, anderzijds het emotionele en opvliegende. Weet jij ook. Dat maakt het leuk en lastig om leiding te geven,’ zegt de directeur. Pas als de hokjesman met hem op de foto is geweest, mag de onderzoeker vertrekken. ‘Had-ie het nu over mij?’ vraagt hij zich vertwijfeld af als we richting de uitgang lopen. Daar eten we de drop van de receptionistes op, terwijl zij ons vertellen waaraan ze VPRO’ers herkennen: ‘Die VPRO’ers zijn intelligent, ook wel aardig, maar je komt er niet zo snel tussen. Ze zijn nogal... uh... eigenzinnig.’ Met pretoogjes gebaart de hokjesman ‘wat zei ik?’ en na een ferme handdruk verdwijnt hij door de draaideur de wijde wereld in. Dag hokjesman.