Test je klimaatkennis

Elmar Veerman ,

Van de rechter moet Nederland in 2020 een kwart minder CO2 produceren, zoals afgesproken. Hoe veel is dat eigenlijk, en hoe veel zijn we al opgewarmd? Test of je de klimaatcijfers een beetje op een rijtje hebt.

Hieronder volgt een uitleg bij de antwoorden. Dus maak eerst de test voor je omlaag scrollt!

Kijktip: VPRO Tegenlicht over de Klimaatzaak
uitgezonden zondag 20 september om 21.05 uur op NPO 2

Hoe maakten anderen 'm?

Na 500 deelnemers is de stand ongeveer zo:

Iets meer dan de helft schat de opwarming van de aarde goed in, de rest zit vooral te hoog. Bijna evenveel mensen weten dat Nederland ongeveer 1,6 graden is opgewarmd sinds 1900, maar daar gokt het merendeel van de rest te laag. Wat niet zo gek is, want de laagste optie daar leek veel op het juiste antwoord op vraag 1. De stijging van het CO2-gehalte hadden vier op de tien deelnemers goed voor ogen. De rest gokte te laag, want het hoogste antwoord was goed.

De vraag over methaan werd maar een op de vijf keer goed beantwoord. Nog dramatischer was het bij vraag 5, over de verantwoordelijkheid van de mens. 41 van de 487 deelnemers had deze vraag goed. Toegegeven, 110 procent is een antwoord dat je niet verwacht. Van de broeikasgasproductie van de gemiddelde Nederlander had bijna de helft een juist beeld. Een derde van de deelnemers wist dat de zee drie miljoen jaar geleden 12 tot 30 meter hoger stond dan nu - de rest is dus waarschijnlijk ook veel te optimistisch over de toekomst van het zeepeil.

De vraag die veruit het best gemaakt is, is waardoor opwarming voor nog meer opwarming zorgt. Daarna volgde weer een heel moeilijke: slechts 9 procent goede antwoorden op de vraag hoe veel ijs er van de polen verdwenen is sinds 2002. Grote getallen zijn nu eenmaal lastig te bevatten. Hoe lang kunnen we zo doorleven voor we de tweegradengrens doorbreken, volgens het IPCC? Een derde had het antwoord op die vraag goed (20 jaar), een derde zat te laag (10 jaar) en een derde zat te hoog (30 of 40 jaar). Hieronder volgt inhoudelijke uitleg over de antwoorden. Nuttig voor bijna iedereen, want slechts twee deelnemers hadden alles goed!

Antwoord 1

B is juist: in 2014 was de aarde gemiddeld 0,7 graden Celsius warmer dan het gemiddelde van 1900-2000.  Let wel: de aarde is sinds de mens begon het klimaat te veranderen dus meer opgewarmd dan die 0,7 graden, want het gemiddelde van de twintigste eeuw lag al zo’n 0,3 graden hoger dan dat van de eeuwen daarvoor. Dit jaar wordt vrijwel zeker warmer dan 2014, en voor 2016 is de verwachting dat het nog warmer wordt, omdat de oceanen veel opgeslagen warmte aan de lucht zullen afgeven. 

antwoord 2

Antwoord B is juist: Nederland is ongeveer 1,6 graden opgewarmd sinds het jaar 1900, zegt het KNMI, twee keer zo snel als het wereldgemiddelde. Opmerkelijk: de opwarming van Nederland lijkt voor een groot deel plotseling gebeurd te zijn, aan het eind van de jaren tachtig van de vorige eeuw.

antwoord 3

Antwoord C is juist: er zit zo'n 43 procent meer CO2 in de lucht dan in het jaar 1800. Toen zat er namelijk ongeveer 0,028 procent CO2 in de lucht, nu is dat 0,040 procent. Het lijkt allebei weinig, maar het is dus wel 1,43 keer zo veel als het van nature was, en het leidt tot flinke opwarming.

antwoord 4

Bron van methaan

Antwoord C is juist. Methaan (CH4) is een zeer sterk broeikasgas dat vrijkomt uit rijstvelden, moerassen, koeieningewanden en aardgasbronnen. Eenmaal in de lucht breekt het gelukkig vanzelf af tot CO2; het duurt ongeveer 12 jaar voordat de helft van dit gas is afgebroken. In honderd jaar is het dus vrijwel verdwenen. Maar omdat er de laatste jaren steeds sneller nieuw methaan bijkomt, blijft de concentratie toch stijgen. Methaan is verantwoordelijk voor ruim een kwart van de opwarming die mensen hebben veroorzaakt.

Misschien heb je andere getallen gehoord: methaan zou een 25 keer zo sterke broeikaswerking hebben als CO2. Dat klopt, als je het effect over een hele eeuw bedoelt. Over 20 jaar gerekend is het effect ongeveer 78 keer dat van CO2. En het onmiddellijke effect is dus nog veel groter.

antwoord 5

Het klinkt raar, maar D is het juiste antwoord: we hebben naar schatting van de klimaatwetenschap ongeveer 110 procent van de huidige opwarming veroorzaakt. Lees hier hoe dat zit. De heel korte versie: zonder onze broeikasgassen was het waarschijnlijk ietsje afgekoeld. En er komt nog iets bij wat niet in dit getal zit: een deel van de opwarming die we nu al hebben veroorzaakt, komt pas in de toekomst tot uiting. Luchtvervuiling veroorzaakt trouwens ook verkoeling. Als die smog zou wegvallen, stijgt de temperatuur daarom nog meer. Dus eigenlijk is die 110 procent een te rooskleurig getal.

antwoord 6

C is het juiste antwoord. Met z’n allen zijn we verantwoordelijk voor zo’n 200 miljoen ton CO2-equivalent. Dat komt neer op 12 ton CO2 per persoon, wat een volume van ruim 6600 kubieke meter inneemt – tweeënhalf keer wat er in een Olympisch zwembad van 50 meter lang past. Alleen is dat niet het hele antwoord. De CO2-uitstoot van vliegreizen en scheepvaart is hier niet bij inbegrepen, want geen enkel land neemt daarvoor de verantwoordelijkheid.

antwoord 7

Helaas, D is juist: de zee stond 12 tot 30 meter hoger dan nu. Het Plioceen, een tijdperk dat 3 miljoen jaar geleden eindigde, was de laatste keer dat de lucht de 400 ppm CO2 haalde. Aan de Noordpool lag toen geen ijs omdat het zo’n 18 graden warmer was dan nu en ook aan de Zuidpool was veel minder ijs. De gemiddelde aardtemperatuur lag ongeveer twee graden boven de huidige. Vanwaar het verschil, bij dezelfde concentratie CO2? Het kost veel tijd om de oceanen op te warmen na een stijging in CO2-gehalte. Dat hebben we dus nog tegoed.

antwoord 8

D klopt. Een verdubbeling van de CO2-concentratie zelf zou maar iets meer dan een graad wereldwijde opwarming veroorzaken, maar daarmee is de kous niet af. Warmere lucht bevat meer waterdamp, en dat is net als CO2 en gas dat warmtestraling tegenhoudt die vanaf de aarde het heelal in probeert te komen. Sneeuw en ijs verdwijnen, waardoor veel meer zonlicht wordt omgezet in warmte - in een stuk open zee is dat 94 procent, terwijl het bij ijs met sneeuw erop maar 10 procent is. Opwarming zorgt ook voor het smelten van permafrost, bevroren grond die vaak tjokvol organisch materiaal zit. Dat gaat dan rotten, of het vliegt in brand. In beide gevallen levert dat veel CO2 op. Maar die koolstof kan ook als methaan ontwijken, wat nog veel meer opwarming veroorzaakt.

antwoord 9

Antwoord D: Van Groenland en Antarctica verdween sinds 2002 zo`n 5.000.000.000.000.000 kilo ijs, oftewel 5 biljoen ton. Groenland verloor in die periode ongeveer 287 miljard ton ijs per jaar en Antarctica 134 miljard ton, laat NASA hier zien. De snelheid waarmee het ijs verdwijnt, neemt over de jaren toe aan beide polen, al schommelt het soms behoorlijk. Vorig jaar bleef de ijsmassa van Groenland bijvoorbeeld stabiel.

antwoord 10

B is het goede antwoord: volgens het IPCC is bij de huidige snelheid van CO2-uitstoot in 2035 de grens van twee graden opwarming bereikt. Het is erg onwaarschijnlijk dat die grens niet overschreden wordt, zeker als je de voorspellingen van oliegigant BP serieus neemt: die verwacht tot 2035 een sterke groei van het gebruik van kolen, olie en vooral gas. Maar het lijkt er sterk op dat het bedrijf de opkomst van wind- en zonne-energie en elektrische auto's zwaar onderschat.

Nog meer interessante kost rond klimaatverandering vind je in het VPRO klimaatdossier.