'er schuilt een activist in me'

Jonathan Maas

De documentaire De Turkse boot van de jonge Nederlandse filmmaker Chris Belloni gaat op 10 juni 2013 in internationale première op het Tel-Aviv Lesbian Gay Bisexual (LGBT) Transgender International Film Festival in Israël. Dit filmfestival is het best bezochte homogerelateerde evenement dat jaarlijks plaatsvindt in Israël.

In De Turkse boot worden de Turks-Nederlandse homoseksuele activisten Döne Fil en Serdar Manavoglu gevolgd in hun streven naar erkenning en acceptatie binnen de Turkse gemeenschap. Döne en Serdar laten zien dat homoseksualiteit binnen de Turkse gemeenschap erg gevoelig ligt en dat er een sterk taboe op rust. In de film wordt zichtbaar dat enkele deelnemers aan de botenparade zijn bedreigd vanwege het openlijk uitdragen van hun Turkse en homoseksuele identiteit. 

makers van morgen

De VPRO sprak Chris Belloni naar aanleiding van zijn eerste film, over Marokkaanse homo's: I am gay and muslim.

‘Ik wilde commotie in Nederland maar kreeg die in het buitenland. In Kirgizië moest ik het land uit, op de vlucht. Mijn film werd er verboden. I am gay and muslim was vorig jaar geprogrammeerd als slotfilm op het internationale film festival van Bisjkek en ik zou de hele week aanwezig zijn. Ik ontving al snel een bedreiging, afzender onbekend. Als de film zou worden vertoond, zou er wat gebeuren. Want de film werd gezien als opruiende en destabiliserende homopropaganda. Ergens ben ik blij met die reuring. Film is voor mij een middel om een grote groep mensen te bereiken en debat aan te zwengelen over thema’s die ik belangrijk vind. Zoals homoseksualiteit in etnische kring. Geert Wilders framet homoseksualiteit hier als een goede en westerse verworvenheid en waarde. Moslims zijn slecht want die willen homo’s van hoge gebouwen gooien. Dat er ook homoseksuele moslims bestaan, past niet in zijn kader. Terwijl ik ze uit mijn eigen netwerk ken.’

 ‘Het verhaal van die jongens wilde ik tonen. Kon helaas niet, want de Nederlandse moslimhomo’s willen niet op camera, ze schuwen de openbaarheid. Sommigen zijn bang voor de sociale omgeving; ouders en familie. Anderen besluiten op een eigen manier invulling te geven aan hun seksuele en religieuze identiteit: het Nederlandse model van coming-out past hen niet, ze emanciperen op hun eigen manier. Vaak kennen ze hierdoor een halve coming out. Een broertje, zusje of moeder weet er dan van, de rest niet. Toen ben ik moslimhomo’s in Marokko gaan zoeken. Want het spanningsveld tussen religie en seksualiteit intrigeert me mateloos. Hoe ga je om met iets als homoseksualiteit, wanneer dat haaks staat op je religieuze denkbeelden?'

tomeloos enthousiasme

‘Via internet en oproepen op homosites legde ik contact met wat jongens in Marokko. Toen ben ik op het vliegtuig gestapt. Vier keer naar Marokko gereisd zonder camera, om vertrouwen te wekken. Tijdens het eerste contact zeiden de jongens: no way dat ik aan je film meewerk. Uiteindelijk heb ik op de zesde en zevende reis samen met een cameraman vijf jongens, kunnen filmen; een deel herkenbaar, de anderen niet. De film en mijn reizen zijn gefinancierd door organisaties en stichtingen die ik uit fondsenboeken uit de bibliotheek haalde. Alle stichtingen die zich bezig hielden met seksualiteit en/of religie schreef ik aan. Ik heb geen filmacademie gedaan en ik denk soms dat dit een voordeel is. Bij afgestudeerden merk je soms dat ze niet aan een film beginnen wanneer ze de financiering niet rond hebben of wanneer ze geen crew hebben. Ik ben als een no-no met tomeloze enthousiasme begonnen, blind voor alle obstakels die ik op mijn weg zou vinden.’

‘Mijn achtergrond is de politiek. Ik heb politicologie gestudeerd en heb een paar jaar als assistent van voormalig D66-kamerlid Fatma Koser Kaya gewerkt. Leuk, maar ik vond die wereld te langzaam en stroperig. Ik wilde het thema van moslimhomo’s bespreekbaar maken, maar als de politieke agenda er niet naar is, is het niet urgent genoeg. Toen ben ik voor een projectbureau gaan werken dat campagnes doet om politieke participatie onder jongeren te stimuleren. Tijdens debatten zetten we film in als medium en het was toen dat ik de kracht van beeld ontdekte. Ik ben meteen een cursus gaan volgen bij Frans Bromet en aan de slag gegaan met mijn eerste film.’

gay factory

 ‘De Marokkaanse cultuur is zeer complex, heb ik ervaren. Meisjes en jongens groeien zo gescheiden op dat de eerste seksuele ervaring negen van de tien keer met een seksegenoot is uit nabije kring; met een buurjongen of een neef. Marokko is in die zin een ‘gay factory’, zegt een van de homo’s in mijn film. Wat ik van de film heb geleerd, is dat we eigenlijk allemaal hetzelfde willen: gelukkig zijn en geaccepteerd worden. De manier waarop verschilt tussen Nederland en Marokko, het moet passen binnen de context waarin je leeft.

'In Nederland vinden we dat je openlijk homoseksueel moet kunnen zijn, veel Marokkaanse homo’s willen dat helemaal niet. Zo geven sommige jongens aan dat ze een ‘stilzwijgende tolerantie’ onder familieleden genieten, dat is prima voor hen. Ik had soms moeite met die verhalen. Ik ben zelf homo en kom uit een vrijzinnig nest. Ik denk dat zichtbaar gay zijn de beste oplossing is. Daarom wil ik deze verhalen tonen, ik wil de jongens helpen emanciperen. Er schuilt een activist in me.

'Sommige jongens hebben het zwaar en lopen met zelfmoordplannen rond. Het is er allemaal erg dubbel. Net als in Nederland. Ik kreeg hier geen Marokkaanse homo’s voor de camera, deels uit angst voor represailles. Maar als ik voor voorlichting met mijn film op scholen kom, vinden zelfs de straatschoffies die anti homo zijn het razend interessant. Ze vragen honderduit. Misschien omdat ze zich met mijn verhaal kunnen identificeren. Ik ben weliswaar niet Marokkaans, maar ze verwachten van mij vaak niet dat ik homo ben. De mensen die in elkaar worden geramd zijn vaak mannen van veertig jaar en daarboven, van het kaliber Geer & Goor. Dat is natuurlijk niet goed te keuren, maar tegen die vorm van openheid voelen die jongens blijkbaar weerstand.

homoboot

 Uiteindelijk zijn ook enkele Nederlandse moslimhomo’s na mijn film uit de kast gekomen. Het heeft wat teweeggebracht, er lijkt een beweging op gang te komen van homoseksuele moslims die wel nu wel in de openbaarheid treden. Dat doet me veel, want ik heb veel energie in deze film gestopt. Om rond te komen, werkte ik in de avonden als festival producer voor het Compagnietheater. In mijn vrije tijd was ik bezig met de film. Er was nauwelijks tijd voor privézaken, zoals voor tijd met mijn vriend. Helaas betekende dit het einde van mijn relatie van acht jaar.’

‘Ik weet niet of het in me zit om rustiger aan te doen. Ik werk nu aan mijn tweede film. Die gaat over de eerste Turkse homoboot tijdens de Gay Parade. Ik heb plannen voor een derde film en ondertussen werk ik als columnist en theaterrecensent. Ik ben niet van de carrièreplanning. Ik kan me ook goed voorstellen dat ik over tien jaar weer iets in de politiek doe, wanneer ik flink wat van de wereld en het leven heb gezien.’

‘Of die twee films over homoseksualiteit typisch het navelstaren van mijn generatie is? Ik geloof van niet, ik denk dat het niet anders kan dan dat je eerste film altijd heel dicht bij je zelf ligt. Als je jong bent zoals ik ben je nog niet goed in staat om dingen meta te duiden. Maar mijn derde film gaat waarschijnlijk over een lesbienne en haar zus die moslima werd. Dat is echt een nieuwe wereld voor me, iets dat ver van me af staat.’ Lachend: ‘Want ik om nou te zeggen dat ik veel met vrouwen heb…’