le canard enchaîné

ilse van der velden ,

De enige krant waar Franse politici bang voor zijn, doet het opvallend goed en zag zijn oplage stijgen. Hoe doen ze dat? In Parijs op zoek naar het geheim van Le Canard EnchaÎné. ‘Het belangrijkste is de waarheid.’

25 juni 2014

Elke dinsdagavond om zes uur ziet het zwart van de mensen in de rue Saint
Honoré in Parijs, wanneer het nieuwe nummer uitkomt van Le Canard Enchaîné (letterlijk: de geketende eend). Geen ster, geen merk, geen parfum, maar een papieren krant – u leest het goed. Parijse politici en machthebbers kunnen niet wachten tot hij woensdag in de kiosk ligt en sturen hun voetvolk om aan de poort vast een exemplaar te halen. Ter plekke wordt er gebeld met het thuisfront: niks over u deze week, patron. Of wel natuurlijk – en dan is Leiden in last. Want de lijst van ministers en staatssecretarissen die in de loop der jaren moesten aftreden wegens onthullingen van deze krant is lang.
Acht pagina’s, zonder foto’s en in maar twee kleuren, rood en zwart – meer is het niet. Op de redactie bladdert de verf, de bureaustoelen zijn versleten en overal zwerven slordige stapels dossiers, maar dit is heilige grond. Hier wordt wekelijks geschiedenis geschreven. Politieke blunders, gesjoemel met declaraties, subsidies die in eigen zak verdwijnen: de Canard, behalve ‘eend’ ook ‘journalistieke uitglijer’ in het Frans, krijgt het boven tafel. De arrestatie van Sarkozy dinsdag 1 juli jl., de eerste (oud-)president ooit die deze eer te beurt valt, hoort daar overigens niet toe, dat nieuws lag op straat. Wel opende de Canard er de volgende dag mee. Waarschijnlijk was de redactie al op de hoogte. Le Canard Enchaîné geldt als zeer goed geïnformeerd: ‘Als twee man ’s middags een vergadering heeft met Hollande is dat hier een uur later bekend,’ zegt redacteur Sorj Chalandon. In de Canard spreekt men in plaats van Hollande liever van pépère, het saaie opaatje, en Sarkozy is Petit Nicolas, naar de beroemde gelijknamige kinderboekenreeks. Er wordt zo veel mogelijk de draak gestoken met politici. Het motto van dit weekblad, opgericht tijdens de Eerste Wereldoorlog om tegenwicht te bieden aan de oorlogspropaganda en censuur, is ‘om alle slechtheid van de wereld lachend te onthullen.’

'er gaat hier bijna nooit iemand weg, dus er wordt ook bijna nooit iemand aangenomen. Er gaat hier veel vertrouwelijke informatie rond, één onbesuisde actie en onze reputatie is aan diggelen'

hoofdredacteur horeau

Louis-Marie Horeau

Sigarettenrook
Dat laatste gaat ze prima af. Want terwijl de rest van de Franse pers naar adem hapt en kampt met sterk dalende oplages, gaat het dit bijtertje voor de wind. In het Franse medialandschap is de positie van Le Canard Enchaîné volstrekt uniek. De verkochte oplage is de afgelopen jaren gestegen en hangt nu op 600.000 exemplaren. Ieder jaar wordt met winst afgesloten. In 2012 bedroeg deze 4,81 miljoen euro, 7,6 procent meer dan het jaar ervoor. Met 110 miljoen euro in kas, deels historisch gegroeid kapitaal, deels in vastgoed, waaronder het eigen pand en sinds kort ook dat ernaast ter uitbreiding van de redactie, is de financiële situatie kerngezond. En dat helemaal zonder advertenties. Hoe doen ze dat? ‘Klaarblijkelijk interesseren ze zich in Nederland voor Le Canard,’ zegt hoofdredacteur Louis-Marie Horeau droogjes bij het kennismaken. We krijgen een uitgebreide rondleiding. Rokerige, rommelige hokken zien we, vol stapels dossiers en kapotte tapijttegels. Maar gemoedelijk. En overal geweldige spotprenten aan de muur uit het eigen blad. We herkennen De Gaulle, Giscard d’Estaing, Mitterand, Hollande: de een staat er nog onnozeler op dan de ander. Het stemt opgewekt. En dat is men hier ook.
De digitale revolutie lijkt grotendeels aan deze redactie voorbij gegaan. Sommige bureaus hebben geen computer en er zijn redacteuren, wordt ons ingefluisterd, die niet weten hoe dat werkt. Er zijn er zelfs zonder mobiele telefoon. Flarden sigarettenrook hangen boven grijze hoofden: worden er wel eens jonge journalisten aangenomen? Horeau: ‘Er gaat hier bijna nooit iemand weg, dus er wordt ook bijna nooit iemand aangenomen. Er gaat hier veel vertrouwelijke informatie rond, één onbesuisde actie en onze reputatie is aan diggelen. Dan kom je al gauw uit bij ervaren journalisten.’

We schudden oud-hoofdredacteur Claude Angéli de hand, 83 nu. Drie jaar geleden volgde Horeau hem op, die hier toen ook al dertig jaar werkte. In 1970 onthulde Angéli dat president Giscard d’Estaing diamanten aannam van de Centraal-Afrikaanse dictator Bokassa ter waarde van enkele miljoenen. Angéli, fit ogend in zijn  jeans, glimlacht fijntjes. Hij komt nog dagelijks naar de redactie en schrijft hier wekelijks zijn buitenlandrubriek.  

De redactieburelen. Sommige journalisten werken zonder computer

De werkplek van oud-hoofdredacteur Claude Angéli

 Vaste rituelen
De cultuur op de redactie van Le Canard Enchaîné is er een van oude getrouwen, ongeschreven wetten en vaste rituelen. ‘Maandag om half zes als de kopij binnen is, hebben we wijn en kaas. Altijd dezelfde kaas. Dinsdagmiddag op de drukkerij als het nieuwe nummer af is, pastis, whisky en charcuterie. Tijdens vergaderingen heeft iedereen zijn vaste stoel,’ zegt Sorj Chalandon. Hij werkt hier pas vijf jaar en geldt daarom als het jonkie, ook al is hij 62. Die routine heeft zo zijn functie, zegt hij. ‘De wereld om ons heen mag dan kolken, hier verandert niets. Dat is geruststellend. Het schept ruimte voor je gedachten en de rust om te schrijven.
‘Wat hier telt, is wat hier gebeurt. Het gaat om Le Canard. De belangrijkste eigenschap van de Canard-journalist is dan ook nederigheid, bescheidenheid.’ Chalandons verhaal is bijzonder. Hiervoor werkte hij dertig jaar bij Libération, waarvan twintig jaar als oorlogsverslaggever; zijn berichtgeving over de ira is bekroond met de Franse Pulitzerprijs. Toen zijn chef bij Libération werd wegbezuinigd, stapte hij ook op, uit solidariteit. ‘Ik moest hier helemaal opnieuw beginnen. Ik was 59. Natuurlijk was dat moeilijk. Maar het is geweldig om hier te werken. Laat ik het zo zeggen: als ik bij Libération een minister belde was, hij er nooit. Bel ik namens Le Canard Enchaîné, dan is hij er áltijd.’
Typerend noemt hij ook de gezonde argwaan van deze luis in de pels ten opzichte van prijzen en accolades. Chalandon is behalve journalist ook een gelauwerd romancier en heeft zowel de Prix Médicis als de Prix Goncourt op zijn naam staan. ‘Dat vinden ze hier maar niks. Pas is me een lintje aangeboden in de Ordre des Arts et des Lettres. Heb ik geweigerd. Dat betekent hier ontslag op staande voet! Dat begrijp ik, ja. Wat als ik word geridderd en de minister van Cultuur de hand schud en met hem op de foto ga, en diezelfde minister pleegt de volgende dag fraude? Waar blijf ik dan, als journalist?’ 

Tekentafels van de cartoonisten

De binnenplaats van het redactiegebouw

Geen dienstauto’s
De toon van Le Canard Enchaîné wordt niet alleen in tekst gezet, maar vooral ook in de spotprenten. Elke pagina bevat vier of vijf tekeningen, van vaste tekenaars die net als de redacteuren vaak al tientallen jaren in dienst zijn. ‘De meesten zijn aartsindividualisten die we hier nooit zien, maar de belangrijkste, zoals Cabu, werken op de redactie. Dinsdagochtend om negen uur lezen ze alle artikelen, dinsdagmiddag maken ze drie, vier tekeningen.’ Hoe bepaalt de redactie wat kan en wat niet? ‘Puur op gevoel. Het moet bij ons passen qua toon.’
In de hoek ligt een stapel tekeningen; ‘Adieu Oekraïne,’ lezen we boven een stel vechtende kereltjes die allemaal dezelfde Russische muts dragen. ‘Maar we blijven toch nog wel Facebookvrienden?’ zegt er een.
Le Canard Enchaîné is een krant die mensen erbij kopen, naast hun vaste krant. Zeker zestig procent is losse verkoop. Is de verkoop niet gedaald door de crisis? ‘Nee, de Canard heeft zijn eigen conjunctuur,’ legt Horeau uit. ‘Onder links doen wij het altijd slechter dan onder rechts; links lacht nu eenmaal makkelijker om rechts dan om zichzelf.’ Onder Mitterand kelderde de oplage met twintig procent; in de eerste jaren van Sarkozy, waarin nogal veel werd geblunderd op ministerieel niveau, steeg hij met 32 procent en piekte met 700.000 exemplaren. Sinds Hollande aantrad, daalde de verkoop tot het huidige niveau van 600.000.
‘Ons geheim, als je het zo wilt noemen, is heel simpel: we zijn goedkoop om te maken en we doen geen gekke dingen. We drukken op goedkoop papier en we zijn klein, nog geen vijftig man inclusief alle administratief personeel. Veel kranten in Frankrijk leven op grote voet, wij niet. Wij hebben geen dienstauto’s zoals bijvoorbeeld Le Nouvel Observateur. Die hebben vijf directeuren met grote salarissen. Wij betalen onszelf een góed salaris uit, dat wel, maar dat is het dan ook.’ Advertenties staan er niet in. ‘Nooit gedaan, gaat ook niet gebeuren. En we accepteren nooit directe giften. Nog geen bioscoopkaartje laten we voor ons betalen. Wij zijn zeer gehecht aan onze onafhankelijkheid.’

als ik bij Libération een minister belde was, hij er nooit. Bel ik namens Le Canard Enchaîné, dan is hij er áltijd

Sorj Chalandon

Adresboekje
Terwijl de andere Franse kranten allemaal in handen zijn van een paar grote ondernemingen, is de Canard eigendom van de journalisten die er werken. ‘ Wij zijn allemaal mede-eigenaar, maar we laten ons de winst niet uitbetalen, we investeren alles in het bedrijf.’ En toch. Is het vol te houden om alleen een papieren krant te blijven? ‘In de toekomst zullen we wel iets moeten op digitaal gebied. Jongeren weten ons minder goed te vinden. Maar we gaan niet alles zomaar op een website gooien. Libération is bijna ten onder gegaan aan het verplaatsen van artikelen naar internet zonder betaling. Dat kostte ze veel geld én de lezers zegden de krant op dus ze verloren twee keer. Als wij met iets nieuws komen, is het voor de tablet. Daar zie ik wel mogelijkheden.’
Angéli had een beroemd klein zwart adresboekje. Horeau ook, zegt hij desgevraagd. Al mogen we het niet zien. Hoe komt zo’n boekje vol? Hoe gáát dat? ‘Bij gevoelige contacten is vertrouwen cruciaal en zoals u weet, komt dat te voet en gaat het te paard. Een goed netwerk opbouwen kost veel tijd; net zoals bij jagen op groot wild moet je omzichtig te werk gaan en lang op de loer liggen. In mijn geval: ik was twintig jaar rechtbankverslaggever en leerde zo veel rechters, advocaten en politici kennen. Ons netwerk is ons kostbaarste bezit. Het allerbelangrijkst is dat je je woord houdt. Altijd.’ Er wordt nooit betaald voor tips. Dat er toch zoveel informatie naar buiten lekt, heeft te maken met de sterk hiërarchische Franse cultuur die ja-knikkers kweekt; zonder medezeggenschap of inspraak rest hen vaak niets anders dan hun gal spuwen achter de rug van de baas om. Of afspreken in een schemerig hotel met een journalist.
Over Facebook, Twitter en mobieltjes met camera haalt hij de schouders op. ‘Meestal loopt het wel los. Ik spreek vaak af in grote hotels, daar is het anoniem en loop je weinig kans bekenden tegen te komen.’ En is Horeau niet bang dat zijn redactie wordt afgeluisterd? ‘Natuurlijk proberen ze ons af te luisteren. Ik doe daarom weinig over de telefoon. Ik spreek altijd af. En als het gesprek heel vertrouwelijk is, zet ik mijn telefoon helemaal uit zodat ik niet gelokaliseerd kan worden.’

Prikbord in de vergaderruimte

Gat in de muur waar de ‘loodgieters’ microfoons wilden plaatsen

Preuts
Dat het geen onzin is om voorzichtig te zijn, bewijst een groot gat in de muur op de derde etage. Aandenken aan loodgietergate uit 1973: een team ‘loodgieters’ werd op heterdaad betrapt toen ze namens de Franse inlichtingendienst afluisterapparatuur probeerden te installeren.
In 2001 is er op de redactie ingebroken en werd de computer gestolen van de toenmalige defensiespecialist van de krant, Brigitte Rossigneux, partner van Horeau. ‘Ze wilden weten wie haar contacten waren op het ministerie van Defensie.’ Uit voorzorg kocht Rossigneux iedere maand een nieuw prepaid mobieltje, het nummer ervan gaf ze alleen aan haar belangrijkste informanten.

‘Meestal gaat het goed. Al kan het raar lopen. Een rechter wilde ooit afspreken in een tentje ergens in het achttiende arrondissemeny, dat niemand volgens hem kende. Het ging om zeer gevoelige informatie die absoluut niet mocht uitlekken. En wie komt daar binnen: de procureur-generaal, die de rechter goed kende. Maar hij had die avond een jongedame aan de arm, die beslist niet zijn echtgenote was, wisten we. Dus dat liep goed af,’ zegt hij, met pretoogjes. Over het privéleven van politici is de Canard opvallend preuts. Een grote affaire zoals Dominique Strauss-Kahn haalde de kolommen wel, net als het nieuws over de nieuwe vriendin van Hollande. Maar ook Giscard d’Estaing, Mitterand én Petit Nicolas waren notoire vreemdgangers, en daarover schreef de Canard weinig. ‘Al heeft een Franse minister drie maîtresses en vier buitenechtelijke kinderen, we publiceren er niet over. Niet relevant. Maar hij moet niet gaan preken over de zegeningen van het huwelijk en dat soort flauwekul, want dan pakken we hem. In de jaren zeventig had je eens een reactionaire aartsbisschop die erg hamerde op de huwelijkse waarden. Maar hij stierf in de armen van een prostituee. Soms helpt de werkelijkheid een handje.’ 

papier hier