Het woord ‘onderdompeling’ associeer ik vooral met water

Geert-Jan Bogaerts ,

Dinsdag 18 oktober vond de tweede VPRO Medialab Meet Up plaats. Dit keer was Cinekid for Professionals de locatie en co-curator en immersive stories het onderwerp. Geert-Jan Bogaerts, hoofd van de afdeling Digitaal bij de VPRO, legde zijn oor te luister en besloot de Meet Up met zijn visie op het 'onderdompelen in verhalen'.

Onderdompeling in media

Het woord ‘onderdompeling’ associeer ik vooral met water. Koel, verfrissend, op een warme dag, of juist stomend heet in een bad als het buiten vriest. Water waarin je je helemaal kunt laten wegdrijven. Water dat je je eigen zintuigen doet vergeten en je waarneming reduceert tot alleen maar het gevoel op je huid.

Maar in de mediawereld wordt met onderdompeling iets heel anders bedoeld. Daar komt geen water aan te pas – en worden je zintuigen juist tot het uiterste geprikkeld. Wat onderdompeling in de media gemeen heeft met het water: je gaat er volledig in op. Wie wel eens een avond op de bank heeft doorgebracht met een goed boek of een spannende film, weet precies wat ik bedoel. Je vergeet de tijd en je honger en je dorst maar bent volledig ondergedompeld in het verhaal. 

Of dat lukt of niet, is afhankelijk van je eigen overgave aan het verhaal, maar natuurlijk ook van de gedrevenheid van de schrijver of filmmaker. De revolutionaire verandering die zich deze tijd in de mediawereld afspeelt, is dat er nu ook puur technische middelen zijn om zo’n onderdompeling te realiseren. Daarover spraken mediamakers met elkaar op het festival Cinekid for Professionals, tijdens de tweede VPRO Medialab Meet Up op 18 oktober jongstleden.

Elk medium heeft zijn eigen taal nodig

Het vinden van die taal is een klus. De eerste VR-films plaatsten je in een achtbaan. Dat biedt best een leuke ervaring, maar uiteindelijk willen de meeste programmamakers meer dan een ervaring bieden; ze willen een verhaal vertellen. En als één ding duidelijk werd, tijdens deze Meet Up, is dat iedereen nog aan het zoeken is naar vorm en inhoud.

Dat de technische middelen er zijn, betekent nog niet dat er meteen goede verhalen worden gemaakt. Het is zoals in de begintijd van de film. De allereerste verhalende films waren theaterregistraties; de filmmakers van toen hadden nog niet door dat film echt een ander medium is dat een eigen taal vereist. Het duurde decennia voordat een meesterwerk als Citizen Kane tot stand kon komen, zei de Britse ontwerper Ersin han Ersin.

Zo werkt het nu ook met deze nieuwe middelen als Virtual Reality (VR) en Augmented Reality (AR). Bij beide technieken krijg je een bijzondere bril en koptelefoon opgezet die je je omgeving doet vergeten en jou middenin het decor plaatst. Het verschil is dat AR een projectie geeft die bovenop de werkelijkheid wordt gelegd; je werkelijke omgeving blijft ook gewoon zichtbaar. VR vervangt die werkelijkheid volledig.

Naast beeld, ook veel aandacht voor audio

En in samenhang daarmee: de middelen (VR en AR) zijn zo hoogtechnologisch geworden dat de grote creatieve successen niet meer geboekt zullen worden door de creatieve eenlingen die jarenlang op hun zolderkamer zitten te zwoegen. Het worden echte teamprestaties, waaraan ontwerpers, programmeurs, filmmakers, scriptschrijvers en decorbouwers hun bijdrage leveren.


Mooi om te merken tijdens de Meet Up was de nadruk die de programmamakers legden op het geluidsontwerp. De eerste VR-ervaringen waren sterk visueel gericht, maar voor de werkelijke beleving is geluid minstens zo belangrijk. Wat weer mooi aansluit bij de manier waarop wij bij de VPRO onze eerste AR-productie (komende week in première) opbouwen: de HoloLens experience tijdens de Dutch Design Week. Het verhaal is bedacht en uitgevoerd door makers van hoorspelen en radiodrama. En pas later is daar het beeld bij gekomen.