HOOFDSTUK I
NAAM EN ZETEL
Artikel 1.
1. De vereniging heet OMROEPVERENIGING VPRO en is gevestigd te Hilversum.
2. De vereniging is opgericht als Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep op negen-entwintig mei negentienhonderd zesentwintig en is voortgezet voor onbepaal-de tijd.
DOEL EN MIDDELEN
Artikel 2.
1. De vereniging heeft ten doel het maken en het verspreiden van radio-, televisie- en andere programma’s voor (massa)communicatie vanuit een door de algemene ledenvergadering aan te geven identiteitsbeschrijving.
2. De vereniging tracht dit doel onder meer te bereiken door het uitoefenen van een bedrijf gericht op:
a. het maken van radio-, televisie- en andere programma’s voor massacommunicatie;
b. het uitgeven van een programmablad, tevens verenigingsperiodiek voor de leden-abonnees;
c. het houden van bijeenkomsten en het verzorgen van andere vormen van communicatie met de leden en met het publiek;
en verder met alle andere wettige middelen.
VERTEGENWOORDIGING
Artikel 3.
De vereniging wordt vertegenwoordigd door de directie.
Indien de directie uit drie of meer leden bestaat wordt de vereniging tevens vertegenwoordigd door twee leden van de directie.
ORGANEN
Artikel 4.
De vereniging kent de volgende organen:
a. de algemene ledenvergadering;
b. de raad van toezicht;
c. de directie;
d. de verkiezingscommissie.
HOOFDSTUK II
LEDEN
ONDERSCHEIDEN SOORTEN LEDEN
Artikel 5.
1. Leden van de vereniging kunnen zijn natuurlijke personen die het doel van de vereniging onderschrijven.
2. De leden worden onderscheiden in:
a. leden die tevens geabonneerd zijn op het programmablad van de vereniging; zij worden leden-abonnees genoemd en zijn onderverdeeld in jaar-, halfjaar- en kwartaalabonnees;
b. andere leden; zij worden leden-contribuanten genoemd.
3. De directie doet een register aanhouden, waarin de namen en adressen van alle leden zijn opgenomen.
TOELATING ALS LID
Artikel 6.
1. Aanmelding als lid geschiedt bij de directie.
2. De directie beslist omtrent de toelating.
3. Bij toelating wordt het lid ingeschreven in het ledenregister.
4. Afwijzing van een aanmelding geschiedt schriftelijk met vermelding van reden, binnen drie maanden, door de directie. De afgewezene heeft tot een maand nadat hij daarvan kennis heeft kunnen nemen de gelegenheid om tegen de afwijzing in beroep te gaan bij de algemene ledenvergadering. De schriftelijke afwijzing bevat een verwijzing naar deze beroepsmogelijkheid. Op het beroep wordt beslist door de eerstvolgende algemene ledenvergadering die alsnog tot toelating kan besluiten.
UITOEFENING LIDMAATSCHAPSRECHTEN
Artikel 7.
1. Het lidmaatschap wordt uitgeoefend door het lid zelf.
2. Een lid kan zich niet laten vertegenwoordigen.
3. Geschorste leden kunnen hun lidmaatschapsrechten niet uitoefenen, met dien verstande dat zij in de algemene ledenvergadering waarin hun beroep wordt behandeld aanwezig mogen zijn en over hun beroep het woord mogen voeren.
EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP
Artikel 8.
1. Het lidmaatschap eindigt:
a. door de dood van het lid;
b. door opzegging door het lid;
c. door opzegging namens de vereniging. Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten voor het lidmaatschap bij de statuten gesteld te voldoen, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren;
d. door ontzetting. Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
2. Opzegging namens de vereniging alsmede ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door de directie.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging of ontzetting kan slechts schriftelijk geschieden tegen het einde van een kalenderkwartaal voor wat betreft kwartaalabonnees, tegen het einde van een kalenderhalfjaar voor wat betreft halfjaarabonnees of tegen het einde van een twaalfmaandsperiode voor de overige leden en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken. Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet ge-vergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een opzegging in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaat-schap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum, waartegen was opgezegd.
5. Een lid kan voorts zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen één maand, nadat hem een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, bekend geworden is of is medegedeeld; het besluit is alsdan op hem niet van toepassing.
Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is medegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of splitsing.
6. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de algemene ledenvergadering.
Hij wordt daartoe binnen twee weken schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld. Over het beroep wordt beslist in de eerstvolgende jaarvergadering. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
HOOFDSTUK III
DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
BEVOEGDHEDEN
Artikel 9.
1. Aan de algemene ledenvergadering komen in de vereniging alle bevoegdhe¬den toe die niet door de wet of de statuten aan de directie, de raad van toezicht of een an¬der or¬gaan zijn opgedragen.
2. De algemene ledenvergadering heeft in elk geval de bevoegdheid tot:
a. het vaststellen van een beschrijving van de identiteit van de vereniging, in verband met het in artikel 2 lid 1 bepaalde.
Een besluit daartoe, alsmede een wijziging daarvan kan slechts genomen wor¬den met eenzelfde meerderheid en volgens dezelfde procedure als die welke is voorgeschreven voor een besluit tot statutenwijziging;
b. het benoemen, schorsen en ontslaan van leden van de raad van toezicht;
c. het goedkeuren van meerjarenbeleidsplannen en meerjarenbegrotings¬plan-nen, als bedoeld in artikel 29;
d. het goedkeuren van de jaarverslagen als bedoeld in artikel 27;
e. het benoemen van de leden van de verkiezingscommissie als bedoeld in ar¬ti-kel 23;
f. het wijzigen van de statuten;
g. het ontbinden van de vereniging;
h. het bespreken van het jaarbeleidsplan en de begroting;
een en ander op de wij¬ze en onder de voorwaarden als in deze statuten om-schreven.
TOEGANG EN STEMRECHT IN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 10.
1. De algemene ledenvergaderingen zijn openbaar. De voorzitter van de vergade-ring kan aan niet-leden de toegang ontzeggen.
2. Ieder lid van de vereniging dat niet geschorst is, heeft één stem.
3. Ieder lid dat ter vergadering zijn lidmaatschapsrechten wil uitoefenen is ver-plicht de presentielijst te tekenen. Door ondertekening van de presentielijst staat zijn aanwezigheid vast. De presentielijst is bepalend voor het aantal aan¬we-zigen in verband met de rechtsgeldigheid van te nemen besluiten.
BIJEENROEPING VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING, AGENDA
Artikel 11.
1. De algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen door de directie. De oproep zal aan ieder lid op het in het ledenregister opgenomen adres worden toe¬gestuurd door middel van de VPRO-gids dan wel een speciale uitgave van de vereniging, onverminderd het bepaalde in lid 2 b van dit artikel.
2. De algemene ledenvergaderingen worden bijeengeroepen:
a. op een termijn van twee maanden of
b. op een termijn van één maand indien het gevallen betreft waarvan het spoed¬eisend belang naar het oordeel van de directie zulks vergt, in welk ge-val de oproep desgewenst kan geschieden door een advertentie in twee lan-delijke dagbladen.
3. De directie stelt de agenda vast die bij de oproep wordt vermeld, on¬vermin¬derd het bepaalde omtrent statutenwijziging of ontbinding. De directie is ver¬plicht tot het opnemen van agendapunten indien tenminste vijftig (50) leden van de vere¬niging uiterlijk twee weken voor de datum waarop de vergadering wordt ge¬houden, daarom schrif¬telijk verzoe¬ken.
4. Leden zullen de vergaderstukken op aanvraag ontvangen. Deze zijn vier we¬ken voor de algemene ledenvergadering voor aanvragers beschikbaar.
5. De directie is op schriftelijk verzoek van tenminste vijftig (50) leden verplicht tot het bijeen¬roe¬pen van een algemene ledenvergadering op een termijn van niet langer dan één maand.
Indien aan het verzoek binnen één maand geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan door oproep overeenkomstig het in deze statuten bepaalde of bij advertentie in tenminste twee landelijke dagbladen.
Wanneer het onderwerp (de onderwerpen), waarvoor de algemene leden¬ver¬ga-dering wordt bijeengeroepen, behoort tot de beslissingsbevoegdheid van de al-ge¬mene ledenvergadering, worden binnen één maand na de algemene le¬den-vergadering, de kosten van een advertentie van een/vierde pagina in twee lan-delijke dagbladen vergoed aan de verzoekers tenzij in de algemene leden¬ver-gadering daarover anders is beslist.
VOORZITTERSCHAP, NOTULEN
Artikel 12.
1. De algemene ledenvergaderingen worden geleid door de voorzitter van de raad van toezicht van de ver¬eniging of zijn plaatsvervanger, dan wel door een door de raad van toezicht aan te wij¬zen andere persoon.
2. Indien de algemene ledenvergadering wordt opgeroepen op grond van het in ar¬tikel 11 lid 5 tweede volzin bepaalde, beslist de algemene ledenvergadering over het voorzitterschap van die vergadering.
3. Van het verhandelde in elke vergadering worden door een door de directie daar¬toe aangewezen persoon notulen gemaakt die door de voorzitter en de no-tulist worden vastgesteld en ondertekend. De notulen worden op de eerst¬vol-gende algemene ledenvergadering ter goedkeuring voorgelegd.
4. Zij die de vergadering bijeenroepen kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken.
5. De vastgestelde notulen of het proces-verbaal worden ter beschikking gesteld van de leden die op die vergadering aanwezig waren; andere leden zullen deze op aanvraag ontvangen.
BESLUITVORMING VAN DE ALGEMENE LEDENVERGADERING
Artikel 13.
1. Het ter algemene ledenvergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de vergadering omtrent de uitslag van een stemming is beslissend. Het¬zelf¬de geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoeld oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, indien de oorspronkelijke stem¬ming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aan-we¬zige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming, welke hoofdelijk plaatsvindt, ver¬vallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voor zover de statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de algemene ledenvergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen en ongeldig uitgebrachte stemmen worden beschouwd als te zijn van onwaarde en worden bij het bepalen van de uitslag van een stemming niet meegeteld.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, vindt een herstemming plaats tussen de twee personen, die de meeste stemmen op zich hebben verenigd.
Indien twee personen samen op de eerste plaats zijn geëindigd beslist het lot wie van hen gekozen is.
Indien twee personen samen op de tweede plaats zijn geëindigd beslist het lot met wie van hen herstemming plaatsvindt.
6. Bij staking van stemmen over andere zaken dan bedoeld in lid 5 is het voorstel verworpen.
7. Stemmingen over personen geschieden schriftelijk, bij ongetekende, gesloten briefjes die slechts de naam van de gewenste kandidaat mogen bevatten. Alle overige stemmingen geschieden niet schriftelijk, tenzij de voorzitter een hoofdelijke of schriftelijke stemming gewenst acht of een meerderheid van de aanwezige leden zulks vóór de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.
8. Besluitvorming bij acclamatie is mogelijk, tenzij een meerderheid van de aanwezige leden stemming verlangt. Over personen is besluitvorming bij acclamatie mogelijk, tenzij één van de aanwezige leden schriftelijk stemming verlangt.
9. Over niet geagendeerde onderwerpen kan geen besluitvorming plaatsvinden.
DE JAARVERGADERING
Artikel 14.
1. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een al-gemene ledenvergadering -de jaarvergadering- gehouden. In de jaarver¬ga¬de-ring komen onder meer aan de orde:
a. de jaarrekening en het jaarverslag van de vereniging, met een toelichting en de goedkeurende verklaring van de accountant alsmede het jaarverslag van de raad van toe¬zicht;
b. voorziening in eventuele vacatures;
c. voorstellen van de directie of de leden, aangekondigd bij de op¬roep voor de vergadering;
d. het jaarbeleidsplan en de begroting;
e. decharge van de raad van toezicht voor het gedu¬ren¬de het betreffende vere-ni¬gings¬jaar gehouden toezicht.
2. Andere algemene ledenvergaderingen worden gehouden zo dikwijls de direc¬tie dit wenselijk oordeelt, alsmede in het geval van artikel 11 lid 5.
HOOFDSTUK IV
DIRECTIE
TAKEN VAN DE DIRECTIE
Artikel 15.
1. De directie is belast met het besturen van de vereniging.
De directie bepaalt het beleid en stuurt en coördineert alle processen die de resulta¬ten en de kwaliteit van de werkzaamheden van de vereniging dienen.
2. De directie is verantwoordelijk voor de financiële positie van de ver¬eniging en haar resultaten.
3. De directie verschaft de raad van toezicht gevraagd en ongevraagd tijdig alle in-for¬ma¬tie die de raad van toezicht nodig heeft om zijn taak optimaal te kun¬nen vervullen en informeert de raad van toezicht vooraf omtrent in publicitair en/of financieel opzicht gevoelige procedures en acties.
4. Leden van de directie kunnen - behoudens ontheffing door de raad van toe-zicht - geen directielid of bestuurslid zijn of het lidmaatschap van een toe¬zicht-houdend of adviserend orgaan bekleden van een instelling met een zelfde of een gelijksoortig doel als de vereniging.
5. Elk lid van de directie doet aan de voorzitter van de raad van toezicht opgave van al zijn nevenfuncties, waaronder - maar niet beperkt tot - bestuursfuncties, commissariaten en adviseurschappen.
Tevens wordt er opgave gedaan of er zakelijke banden bestaan tussen de vereniging en een andere rechtspersoon of onderneming waarmee een lid van de di-rectie persoonlijk - direct of indirect - is betrokken.
6. Ingeval van belet of ontstentenis van alle leden van de directie wordt het be-stuur waargenomen door de raad van toezicht, onverminderd diens be¬voegd-heid daartoe een of meer personen tijdelijk met de dagelijkse leiding te belas-ten.
BENOEMING, SCHORSING EN ONTSLAG
Artikel 16.
1. De directie bestaat uit één of meer personen.
De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van de directie en heeft bij een meer¬hoofdige directie het recht een lid van de directie te benoemen tot presi-dent-directeur.
2. De leden van de directie worden benoemd door de raad van toezicht voor on¬be-paalde tijd of voor een bepaalde tijd, in welk geval de duur van de be¬noe¬ming bij het benoemingsbesluit wordt vastgesteld.
3. Alvorens tot benoeming van een lid van de directie over te gaan stelt de raad van toezicht een schets op van het profiel waaraan de te benoemen kandidaat dient te voldoen.
4. Een lid van de directie kan door de raad van toezicht worden ge¬schorst of ont-sla¬gen:
a. indien het lid niet naar behoren functioneert;
b. indien zich naar het oordeel van de raad van toezicht een onverenigdheid van hoedanigheden voordoet en het lid van de directie na daartoe te zijn ge-maand, hierin geen verandering brengt en voorts
c. in alle gevallen wegens gedragingen waardoor de goede naam of de belan-gen van de vereniging worden geschaad.
Het lid over wiens schorsing of ontslag wordt beraadslaagd, moet in de desbe-tref¬fende vergadering de gelegenheid worden geboden om te worden gehoord en heeft het recht zich te verdedigen of te verantwoorden.
Een schorsing - waartoe kan worden besloten met een gewone meerder¬heid van stemmen - die niet binnen drie maanden door een besluit tot ver¬len¬ging van de schorsing of ontslag wordt gevolgd, eindigt door het verloop van die ter¬mijn.
TEGENSTRIJDIG BELANG
Artikel 17.
1. In alle gevallen van een tegenstrijdig belang tussen de vereniging en een of meer van de leden van de directie, wordt de vereniging vertegen¬woor¬digd door de raad van toezicht.
2. In geval van een tegenstrijdig belang bedoeld in het vorige lid van dit artikel, meldt het desbetreffende lid van de directie dit aan de directie, dat hiervan de raad van toezicht onverwijld op de hoogte brengt.
BEPERKINGEN BESTUURSBEVOEGDHEID
Artikel 18.
1. De directie is slechts na voorafgaande goedkeuring van de raad van toe¬zicht be-voegd te besluiten om overeenkomsten aan te gaan tot verkrijging, ver¬vreem-ding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van over¬een¬kom-sten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk mede¬schulde¬naar ver-bindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheid voor een schuld van een derde verbindt.
Zonder de in dit lid bedoelde goedkeuring ontbreekt de bevoegdheid tot verte-gen¬woordiging van de vereniging bij het aangaan van de hier bedoelde over-een¬kom¬sten.
2. Aan de goedkeuring van de raad van toezicht zijn, onverminderd het elders in de statuten bepaalde, de besluiten onderworpen van de directie om¬trent:
a. de duurzame rechtstreekse of middellijke samenwerking met andere rechts-personen, alsmede verbreking van zodanige samenwerking indien de¬ze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is;
b. de aanvraag van faillissement en van surseance van betaling van de ver¬e¬ni-ging;
c. het aangaan van geldleningen boven een door de raad van toezicht bepaal¬de limiet, daaronder niet begrepen het gebruikmaken van een reeds lopen¬de kredietfaciliteit;
d. het vaststellen van meerjarenbeleidsplannen en meerjarenbegrotingen;
e. het vaststellen van de jaarlijkse beleidsvoornemens en de jaarbegroting;
f. het vaststellen van het jaarverslag van de vereniging;
g. de vaststelling van de hoofdlijnen van de organisatorische inrichting van het be¬drijf.
HOOFDSTUK V
RAAD VAN TOEZICHT
SAMENSTELLING
Artikel 19.
1. De raad van toezicht bestaat uit een door de algemene ledenvergadering te be-palen aantal natuurlijke personen, tenminste vijf en ten hoogste negen, al¬len benoemd door de algemene ledenvergadering.
2. Indien het aantal leden van de raad van toezicht beneden vijf is gedaald blijft het een bevoegd orgaan vormen. In de eerstvolgende algemene leden¬vergade-ring zal in de open plaats(en) dienen te worden voorzien.
3. De voorzitter van de raad van toezicht wordt in functie benoemd. De raad van toezicht benoemt uit zijn midden een vice-voorzitter.
4. De voorzitter is meer in het bijzonder belast met het leidinggeven aan de ver¬ga-deringen van de raad van toezicht en van de algemene ledenvergaderin¬gen tenzij door de raad van toezicht een andere persoon daartoe is aangewezen.
De vice-voorzitter vervangt de voorzitter bij diens ontstentenis.
Artikel 20.
1. Bij de vervulling van vacatures in de raad van toezicht wordt gestreefd naar een evenwichtige samenstelling van de raad van toezicht zoals nader uitge¬werkt in de door de raad van toezicht daartoe op te stellen schets van het pro¬fiel waaraan de (her) te benoemen kandidaat dient te voldoen.
Deze profielschets vermeldt dat slechts één voormalige directeur van de ver-eniging of andere beleidsbepalende functionaris deel mag uitmaken van de raad van toezicht.
De profielschets wordt in het jaarverslag van de raad van toezicht opgenomen.
2. Het lidmaatschap van de raad van toezicht is onverenigbaar met de functie van lid van de directie van de vereniging of werknemer van de vereni¬ging.
3. De leden van de raad van toezicht worden gekozen voor een periode van (ma¬xi-maal) vier jaren en zijn aansluitend aan hun aftreden voor maximaal één vol-gen¬de periode van (maximaal) vier jaren herbenoembaar.
Zij treden af volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van af-tre¬den.
4. Ieder lid van de raad van toezicht kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht wegens gedragingen waardoor de goede naam of belangen van de vereniging worden geschaad.
Een lid van de raad van toezicht over wiens schorsing wordt beraadslaagd moet in de vergadering de gelegenheid worden geboden om te worden ge¬hoord en heeft het recht zich te verdedigen en te verantwoorden.
De schorsing eindigt indien in de eerstvolgende algemene ledenvergadering niet tot ontslag is besloten.
TAKEN VAN DE RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 21.
1. De raad van toezicht is belast met het toezicht op de algemene gang van zaken in de vereniging, het toezicht op het door de directie gevoerde beheer en beleid en staat de directie met raad terzijde en voorziet de directie van advies.
Voorts is de raad van toezicht belast met de taken en bevoegdheden die hem bij deze statuten zijn toegekend.
2. De raad van toezicht benoemt en ontslaat de leden van de directie en stelt hun bezoldiging en verdere arbeidsvoorwaarden vast.
3. Een delegatie uit de raad van toezicht voert jaarlijks een functionerings- en be-oor¬delings¬ge¬sprek met alle leden van de directie. Van dit gesprek wordt een ver¬slag gemaakt, dat door de raad van toezicht wordt gearchiveerd en waar¬van in een vergadering van de raad van toezicht kort inhoudelijk mel¬ding wordt ge-maakt.
4. De raad van toezicht kan al dan niet uit zijn midden commissies instellen.
VERGADERINGEN VAN DE RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 22.
1. De raad van toezicht vergadert zo dikwijls als de voorzitter dan wel twee leden van de raad van toezicht dit nodig achten, doch in elk geval vier maal per jaar. Vergaderingen worden bijeengeroepen op een termijn van tenminste een week, behoudens indien spoedeisend belang een kortere termijn vergt. De bij¬een-roeping geschiedt door of namens de voorzitter.
Indien aan het verzoek van twee leden van de raad van toezicht niet binnen een week gevolg wordt gegeven door bijeenroeping van een vergadering van de raad van toezicht op een termijn van niet langer dan tien dagen, kunnen de ver-zoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan.
2. De leden van de directie wonen de vergaderingen van de raad van toe¬zicht bij en hebben het recht daarin het woord te voeren, tenzij de raad van toe¬zicht om hem moverende redenen te kennen geeft te willen vergaderen zon¬der de aan-we¬zig¬heid van de leden van de directie.
3. Besluitvorming door de raad van toezicht kan slechts geschieden in een ver¬ga-dering waartoe alle leden van de raad van toezicht zijn opgeroepen en waar¬in meer dan vijftig procent (50%) van het totaal aantal leden van de raad van toe-zicht aanwezig is en met volstrekte meerderheid van stemmen (meer dan de helft van de ter vergade¬ring uitgebrachte stemmen), tenzij deze statuten een grotere meerderheid voorschrijven.
4. De raad van toezicht kan een reglement van orde vaststellen.
5. De leden van de raad van toezicht zijn niet bevoegd zich door een gevolmach-tig¬de ter vergadering te doen vertegenwoordigen.
6. Van de vergaderingen van de raad van toezicht worden - door een door de voor-zitter daartoe aan te wijzen aanwezige - notulen opgemaakt, die op de vol¬gen¬de vergadering ter vaststelling worden voorgelegd. Van de notulen maakt een lijst van de genomen besluiten deel uit.
De notulen worden na vaststelling ondertekend door de voorzitter.
DE VERKIEZINGSCOMMISSIE
Artikel 23.
1. Er is een verkiezingscommissie die bestaat uit zeven leden van de vereniging.
2. De leden van de verkiezingscommissie worden voor een termijn van vier jaren be¬noemd door de algemene ledenvergadering, twee daarvan op voordracht van de directie, twee op voordracht van de raad van toe¬zicht en drie op voor¬dracht van de algemene ledenvergadering. Voor deze laat¬ste drie kandidaten kun¬nen vóór de behandeling van het agendapunt ter¬za¬ke tegenkandidaten ge¬steld worden door tenminste tien leden van de vere¬ni¬ging.
3. De verkiezingscommissie heeft tot taak om met inachtneming van de profiel-schets personen te zoeken die geschikt geacht worden tot lid van de raad van toe¬zicht te worden benoemd en daaruit een be¬noemingsvoordracht op te ma-ken.
De verkiezingscommissie kan zich bij de werving en selectie laten bijstaan door deskundigen.
4. De wijze waarop de voordracht dient te worden opgesteld en de wijze van fi-nan¬ciering van de verkiezingscommissie, worden bij verkiezingsreglement ge-re¬geld, hetwelk door de algemene ledenvergadering wordt vastgesteld.
5. De verkiezingscommissie stelt voorts een reglement op waarin een rooster van aftreden voor de leden van de verkiezingscommissie is opgenomen.
VACATUREPROCEDURE
Artikel 24.
1. Indien er een vacature ontstaat in de raad van toezicht verzoekt de directie aan de verkiezingscommissie een voordracht te doen voor een nieuw te benoemen lid van de raad van toezicht aan de algemene ledenvergadering.
2. De directie deelt bij het verzoek aan de verkiezingscommissie mede in welke al-gemene ledenvergadering in de vacature dient te worden voorzien.
3. De verkiezingscommissie is bevoegd zelf personen te benaderen en hun te vra-gen of zij bereid zijn zich kandidaat te stellen.
4. De verkiezingscommissie doet aan de algemene ledenvergadering een voor-dracht die voor iedere vacature in de raad van toezicht één naam bevat.
5. De voordracht als bedoeld in lid 4 wordt aan de leden bekend gemaakt met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 lid 2.
Artikel 25.
1. Onverminderd het in artikel 24 bepaalde hebben tenminste vijftig (50) le¬den het recht om, in¬dien er een vacatu¬re in de raad van toezicht bestaat, daarvoor een kandidaat te stellen.
2. Indien leden op grond van het in lid 1 van dit artikel bepaalde een kandidaat wen¬sen te stellen zijn zij verplicht op te geven bij de directie:
- hun namen en adressen;
- de naam van de voorgestelde kandidaat;
- de naam van degene in wiens vacature de door hen voorgestelde kandidaat dient te worden benoemd; en
- de schriftelijke bereidstellingsverklaring van de kandidaat.
Een en ander binnen één maand nadat de verkiezingscommissie haar voor-dracht heeft bekend gemaakt.
3. Uiterlijk twee weken voor de algemene ledenvergadering waarin in een vaca¬tu¬re zal worden voorzien, zal/zullen de op grond van lid 1 van dit artikel voor¬ge-dragen kandidaat/kandidaten schriftelijk worden bekend gemaakt door de di-rectie aan de leden die de vergaderstukken voor de algemene le¬denverga¬de¬ring hebben aangevraagd.
EINDE VAN HET LIDMAATSCHAP VAN DE RAAD VAN TOEZICHT
Artikel 26.
Leden van de raad van toezicht kunnen te allen tijde worden ontslagen door de al-gemene ledenvergadering. Een voorstel daartoe moet worden gedaan door de raad van toezicht of door tenminste vijftig (50) leden en met redenen zijn om¬kleed; het voorstel moet de naam bevatten van de per¬soon op wie het ontslag be¬trek¬king heeft. Het voorstel wordt onverwijld door de directie aan de be¬trok¬ke¬ne(n) ter kennis gebracht en de betrokkene wordt, indien redelijkerwijs mo¬ge¬lijk, in de gelegenheid gesteld door de indieners van het voorstel te worden ge¬hoord op een termijn van tenminste vijf dagen, alles vóór agendering van de ver¬ga¬de¬ring waarin het voorstel aan de orde komt. De betrokkene wordt in elk geval in de ge¬legenheid gesteld te worden gehoord in de vergadering waarin omtrent het voor¬stel wordt beraadslaagd en/of besloten.
HOOFDSTUK VI
FINANCIËN
JAARVERSLAG
Artikel 27.
1. Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.
2. De directie is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging en van alles betreffende de werkzaamheden van de vereniging daaronder be¬gre¬pen al haar financiële transacties, ontvangsten en uitgaven en verslagen van beoordelingsgesprekken - op een zodanige wijze een administratie te voe¬ren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat daaruit te allen tijde de rechten en verplich¬tin-gen van de vereniging kunnen worden gekend.
3. Leden van de raad van toezicht hebben - voor zover van belang voor een juiste uit¬oefening van hun toezichthoudende taak - tijdens normale kantooruren toe-gang tot de administratie van de vereniging. De directie verstrekt des¬gevraagd door een lid van de raad van toezicht, gegevens uit de admini¬stra¬tie van de ver-eniging aan de raad van toezicht.
4. De in het vorige lid bedoelde administratie dient zodanig te zijn ingericht dat zij het inzicht in het beleid en de voortgang en de resultaten van het beleid, on¬der-steunt. De raad van toezicht kan de directie daartoe bindende aan¬wijzingen ge-geven.
5. De directie dient de in lid 1 van dit artikel bedoelde boeken en be¬schei¬den ge¬du-rende zeven jaren te bewaren.
6. De directie houdt aantekening bij van de door de organen van de ver¬e¬ni¬ging genomen besluiten. Tenzij de wet zich hiertegen verzet, verstrekt de directie des¬gevraagd door een lid van de raad van toezicht, een af¬schrift of uittreksel van deze aantekeningen aan de raad van toezicht.
7. De raad van toezicht benoemt een accountant die belast is met het on¬derzoek van de jaarstukken die door de directie zijn opgemaakt, en for¬muleert de op-dracht daartoe.
8. Binnen (maximaal) vijf maanden na afloop van het boekjaar dient de directie de jaarrekening en het jaarverslag ter goedkeuring aan de raad van toe¬zicht voor te leggen. De directie legt hierbij de verklaring van de re¬gister¬ac¬countant houdende bevindingen, alsmede de door de accountant op¬ge¬stelde mana¬ge-ment¬letter aan de raad van toezicht over. De in dit lid be¬doel¬de goed¬keu¬ring wordt niet verleend zolang de raad van toezicht niet met de in dit artikel be-doel¬de accountant over diens bevindingen van gedachten heeft ge¬wis¬seld.
9. De raad van toezicht maakt binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar van de vereniging een verslag op van zijn werkzaamheden in het afgelopen boek-jaar.
10.Het verslag van de raad van toezicht vermeldt onverminderd het elders in de¬ze statuten bepaalde, in ieder geval:
a. het aantal vergaderingen van de raad van toezicht;
b. het oordeel van de raad van toezicht over de algemene gang van zaken in de vereniging;
c. de naam, leeftijd, geslacht en overige relevante gegevens van elk van de le¬den van de raad van toezicht.
11.De raad van toezicht evalueert de behaalde resultaten op de onderscheiden¬lij¬ke beleidsterreinen aan de hand van de gestelde doelen en bijbehorende bud¬get-ten en legt zijn bevindingen ter zake neer in zijn jaarverslag.
FINANCIËLE BIJDRAGEN
Artikel 28.
1. De leden zijn gehouden tot het betalen van een periodieke bijdrage aan de vereniging, voor de leden-abonnees het abonnementsgeld genaamd en voor de leden-contribuanten de contributie genaamd. De directie stelt, on¬der goed¬keu-ring van de raad van toezicht, de hoogte van het abonnements¬geld en van de contributie vast, alsmede de tijdstippen en wijze van betaling.
2. Na tussentijdse beëindiging van het lidmaatschap blijft de periodieke bijdrage van het geheel verschuldigd, wat betreft de leden-contribuanten over de twaalfmaandsperiode, wat betreft de leden-abonnees over de lopende abon¬ne-ments¬periode.
3. De directie is bevoegd in bijzondere gevallen gehele of gedeeltelijke onthef¬fing van financiële verplichtingen te verlenen.
MEERJARENBELEIDSPLAN, MEERJARENBEGROTING
Artikel 29.
1. De directie stelt jaarlijks een meerjarenbeleidsplan vast waarin de hoofdlijnen van het beleid worden vastgesteld van:
- het programmabeleid;
- de plaats in het omroepbestel;
- het communicatiebeleid; en
- het financieel beleid.
Tevens bevat dat plan een begroting van de daarmee gemoeide kosten.
2. De directie legt het meerjarenbeleidsplan met meerjarenbegroting na goed¬keu-ring door de raad van toezicht ter goedkeuring voor aan de alge¬me¬ne le¬den-vergadering.
3. De algemene ledenvergadering keurt het meerjarenplan inclusief de meerja¬ren-be¬gro¬ting goed of af.
Bij afkeuring van het meerjarenplan stelt de algemene ledenvergadering vast op welke redelijke termijn een nieuw meerjarenplan ter goedkeuring wordt voor-gelegd aan de algemene ledenvergadering.
PROGRAMMABELEID
Artikel 30.
1. Tenminste eenmaal per jaar legt de directie aan de raad van toezicht haar voor-nemens voor met betrekking tot het programmabeleid voor het ko¬mend jaar.
2. De raad van toezicht toetst deze beleidsvoornemens aan het meerjarenbe¬leids-plan en aan de identiteitsbeschrijving als bedoeld in artikel 2 lid 1 en keurt ze al dan niet goed op basis van deze toetsing.
3. De directie is verantwoordelijk met de uitvoering van door de raad van toezicht goed¬ge¬keur¬de jaarlijkse beleidsvoornemens.
4. Tenminste eenmaal per jaar evalueert de raad van toezicht het in het afgelo¬pen jaar gevoerde programmabeleid.
HOOFDSTUK VII
DIVERSEN
VERGOEDINGEN
Artikel 31.
Volgens door de directie vast te stellen en door de algemene ledenver¬ga¬de¬ring goed te keuren normen kunnen leden van de raad van toezicht, com¬mis¬sie¬leden en gewone leden vergoeding ontvangen uit de midde¬len van de vere¬ni¬ging voor de in hun functie gemaakte kosten en/of voor hun aan¬we¬zigheid in ver¬gaderingen en/of voor de in hun functie verrichte werkzaam¬he¬den.
REGLEMENTEN
Artikel 32.
1. De algemene ledenvergadering stelt het Huishoudelijk Reglement vast en kan dit wijzigen en kan andere reglementen vaststellen en wijzigen.
2. Reglementen mogen geen bepalingen bevatten die in strijd zijn met deze sta¬tu-ten of met de wet.
3. De tekst van de statuten en van de reglementen van de vereniging wordt aan le-den op aanvraag toegezonden.
4. De raad van toezicht stelt op voorstel van de directie, indien er spra¬ke is van een meerhoofdige directie, een reglement vast voor de directie, waarin de in¬ter¬ne procedures binnen de directie worden vast¬gelegd.
HOOFDSTUK VIII
STATUTENWIJZIGING, ONTBINDING
STATUTENWIJZIGING
Artikel 33.
1. De directie en/of de raad van toezicht zijn bevoegd een voorstel tot statuten¬wij-zi¬ging of ontbinding te doen.
2. Een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de vereniging kan slechts worden genomen met een meerderheid van twee/derde van de uit-ge¬brachte stemmen in een algemene ledenvergadering waartoe is opge¬roe¬pen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten, dan wel ont¬bin¬ding van de vereniging wordt voorgesteld en waarin tenminste vijftig leden aan¬wezig zijn. Indien de desbetreffende vergadering wegens het aantal aan¬we¬zige leden geen rechtsgeldig besluit kan nemen, zal over hetzelfde onder¬werp rechtsgeldig kunnen worden besloten in een volgende vergadering onge¬acht het daar aanwezige aantal leden, mits die vergadering wordt gehouden niet eerder dan twee weken doch binnen drie maanden na de vergadering waar¬in niet kon worden besloten en mits besluitvorming plaatsvindt met de voor dat besluit vereiste meerderheid van stemmen.
3. Zij die de oproep tot de algemene ledenvergadering ter behandeling van een voor¬stel tot statutenwijziging of ontbinding hebben gedaan, moeten tenminste één maand vóór de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voor-ge¬dragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen, tot na afloop van de dag waarop de vergade¬ring wordt gehouden.
4. Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële ak-te is opgemaakt. Tot de ondertekening van die akte is ieder lid van de direc¬tie of van de raad van toezicht zelf¬stan¬dig bevoegd.
ONTBINDING
Artikel 34.
1. Na het besluit tot ontbinding van de vereniging is de directie met de ver¬ef¬fe¬ning belast.
2. Bij het besluit tot ontbinding besluit de algemene ledenvergadering tevens tot be¬stemming van een batig saldo welke bestemming in overeenstemming moet zijn met het doel van de vereniging.
3. Leden zijn nimmer aansprakelijk voor een eventueel nadelig saldo.
OVERGANGSBEPALINGEN
1. Met ingang van deze statutenwijziging is de raad van toezicht samengesteld uit de volgende personen, die voorheen bestuursleden van de vereniging wa¬ren:
Peter van Lieshout (voorzitter);
Victor Rutgers (vice-voorzitter);
Astrid Elburg;
Kick van der Pol;
Marielle Rompa;
Inge van der Vlies;
Jan Zoet;
Marco Derksen.
Voor de zittingstermijn van elk lid van de raad van toezicht als bedoeld in ar¬ti¬kel 20 lid 3 tellen de zittingsjaren als bestuurslid niet mee.
2. Met ingang van deze statutenwijziging vormen de heer P.J.R. Schrurs en me-vrouw M.H.M. Schoenmakers de directie.
De verschenen persoon is mij, notaris, bekend.
Deze akte is heden verleden te Amsterdam.
De inhoud van deze akte is aan de verschenen persoon zakelijk meegedeeld en toegelicht.
De verschenen persoon verklaarde geen volledige voorlezing te verlangen, van de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en daarmee in te stemmen.
Deze akte is vervolgens beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend door de verschenen persoon en mij, notaris.
+f(asis)/Loep_3_Ordners_in_cirkel.jpeg)