Opnamen van concerten door respectievelijk Het Reizend Muziekgezelschap (op 20 november 1998, in het Concertgebouw) en The Barton Workshop (op 10 november in de Beurs van Berlage). Romantische en postromantische muziek dus, gevolgd door Nederlands modern werk.
Op het programma van het concert door Het Reizend Muziekgezelschap stonden werken van Mendelssohn, Dvorak en Alexander Comitas (pseudoniem van de Nederlandse neoromantische componist Ed de Boer).
Het Reizend Muziekgezelschap van violist Christiaan Bor opende zijn programma op 20 november in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw met Mendelssohns Pianosextet in D groot, opus 110.
Mendelssohn schreef dat stuk toen hij vijftien jaar oud was en al was hij een wonderkind, het zal duidelijk zijn dat hij op die leeftijd nog niet aan zijn opus 110 toe was. Het sextet heeft dat hoge opusnummer omdat het pas na Mendelssohns vroege dood in 1847 - hij was toen 37 jaar oud - werd uitgegeven. Mendelssohn zelf vond het werk niet goed genoeg voor uitgave, maar als je dood bent, kun je goedwillende vrienden en omzet ruikende uitgevers niet tegenhouden.
In dit sextet - eigenlijk een uitgekleed pianoconcert met de strijkers in de rol van het orkest - treedt vooral de invloed van Karl Maria von Weber op de voorgrond. Mendelssohn verwerkte die invloed overigens wel al heel sprankelend op een niveau dat nauwelijks voor zijn voorbeeld onderdoet. Het Reizend Muziekgezelschap speelt het werk met pianist Staffan Scheja.
Een première beleeft het Sextet voor strijkers, opus 33 van Alexander Comitas. Alexander Comitas is eigenlijk de Nederlandse componist Ed de Boer en zijn sextet heeft meer met Mendelssohn dan met Boulez te maken. Een jaar of twee drie geleden zette Ed de Boer zich in een stevig oplopende discussie binnen het Genootschap van Nederlandse Componist ook nadrukkelijk af tegen het volgens hem te dwingende - uit politiek esthetische overwegingen voortkomende - primaat van de meer vernieuwende componisten binnen dat genootschap. In de keuze van zijn pseudoniem is dat terug te vinden.
De naam Alexander verwijst naar de Nederlandse pianist en componist Alexander - Sas - Bunge (overleden in 1980) die volgens hem als componist buiten de boot viel door de stijl waarin hij werkte. De naam Comitas verwijst naar een Armeense musicoloog en componist door wiens werk De Boer in contact kwam met Armeense en Georgische volksmuziek waarmee hij een sterke verwantschap ontwikkelde.
Een citaat uit Sas Bunge's muziek vormde de basis voor het adagio van De Boers sextet en in het laatste deel zitten Armeense motieven. De eerste twee delen hebben een autobiografische inhoud. Het eerste deel houdt verband met De Boers middelbare schooltijd en hij omschrijft het tweede deel als een "Muzikaal zelfportret van mij als student".
Het Reizend Muziekgezelschap besluit het concert met Antonin Dvoraks populaire Pianotrio in e, opus 90. Dat is het bekende Dumky trio waarin de componist een even originele als direct aansprekende fusie van Slavische volksmuziek en virtuoos geschreven hoogromantiek bereikte.
Uitgangspunt voor elk van de zes deeltjes is een traditionele Slavische "dumka", een lied of dans met een verhalend ballade-achtig karakter. Dvorak maakte een rapsodische - maar toch met dwingend vormgevoel in elkaar gezette - aaneenschakeling van slepende weemoed, diep doorvoelde melancholie en ruige niets ontziende dansen. Er zit wel iets van Liszts losjes op de Hongaarse zigeunermuziek gebaseerde rapsodieën in dit trio, maar Dvorak maakte met vergelijkbaar materiaal veel beter gestructureerde, minder wijdlopige, en vooral minder ordinaire muziek. Het Dumky trio is een meesterwerk dat ook in de uitvoering door het Reizend Muziekgezelschap meeslepend van het podium af spatte.
In het tweede gedeelte van het Avondconcert: werken van Jos Kunst en Jan Vriend uitgevoerd door de Barton Workshop. We maakten deze opnamen in de Amsterdamse Beurs van Berlage op 10 november, de dag dat Jan Vriend - die de Barton Workshop dirigeerde - 60 jaar werd.
Jan Vriend en Jos Kunst bepaalden zo'n twintig, dertig jaar geleden het gezicht van het Asko Ensemble, dat door Vriend in 1965 werd opgericht. Onder zijn aanvoering richtte het zich vooral op de ruige muziek van Edgard Varèse en Iannis Xenakis, de leermeester van Vriend.
Vriend en Kunst kozen voor een dissonante, met behulp van mathematische procestheorieën gestructureerde muziek die afweek van de moeilijk te volgen klankweefsels van de seriële componisten die in die dagen actueel waren. In wat Kunst en Vriend componeerden bleef veel meer bewaard van de ouderwetse Beethoveniaanse ontwikkelingstechnieken. Al klonk het allemaal vaak hard, genadeloos dissonant en compromisloos, er werd eigenlijk net als in een sonate altijd een verhaal verteld. Vooral die ruige avant garde-klank brak Vriend en Kunst in de loop van de jaren zeventig op. Het klimaat van de Nederlandse Nieuwe Muziekscene veranderde en beiden raakten geïsoleerd.
Vriend verbrak de banden met het Asko en vestigde zich in Engeland. Jos Kunst hield teleurgesteld zelfs helemaal op met componeren. Hij pakte pas eind jaren tachtig de draad weer op, maar omdat hij niet meer aan het sociale muziekcircuit wilde deelnemen, is dat late werk nauwelijks bekend. Jos Kunst overleed in 1996.
Onder leiding van Jan Vriend bracht de Barton Workshop de postume première van het laatste werk dat Jos Kunst, in 1995, voltooide.
In dit Concertino voor piano, blazers en slagwerk sloeg Kunst interessante nieuwe wegen in die door zijn onverwachte overlijden werden gestopt. Naast dissonantie is er ook plaats voor tonale doorgaande lijnen en een heel eigen variant van de vrij zwevende harmonieën van Debussy. Al klinkt deze muziek milder dan wat Kunst eerder maakte, het ideaal van een nieuwe verhalende muziek die toch ook iets van de klank en de geest van de oude avant garde bewaart, is er wel degelijk nog in terug te horen.
Symbiosus is een stuk dat Jan Vriend in 1993 voltooide.
Net als in het geval van Jos Kunsts laatste werken, is ook in de recentere muziek van Jan Vriend de toon niet meer zo compromisloos als aan het begin van zijn carrière. Ook bij hem is nog wel degelijk veel bewaard van de dissonante oerkracht muziek die hij vanuit het werk van componisten als Varèse en Xenakis ontwikkelde, maar ook Jan Vriends muziek is milder geworden. Aan het slot van Symbiosis zitten zelfs muziek die naar Katsatoerians Sabeldans lijkt te verwijzen.