|
Beschavingslezing door Henk Schiffmacher
Tekst: Margriet de Moor
Stormvloedkering
‘Maakt u zich u niks wijs! Beschaving is een talent van de handen, dat ziet u toch! Komt u van de kant van, laten we zeggen, Zierikzee, rijdt u over de dijk langs de zeearm, dan ziet u hem witgrijs, serpentinevormig, op zijn 66 pijlers van voorgespannen beton in de monding staan. Staan? Kléven zal ik bedoelen, en met de lage zon uit het westen: lichtgevend als een glimworm, maar dan wel eentje die met zijn ruggegraat achtentwintighonderd meter water overspant: links de Oosterschelde, rechts de Noordzee, bereid om groots in actie te komen. Jawel, heeft u gelijk in. De zandbodem hier was fouter dan fout voor de ondermat, het zeegrind, de breuksteen, de grindwiepenmat en vervolgens de bovenmat die u zich onder de 17000 ton zware pijlers moet indenken. Zoiets kun je alleen met de grootste verbeeldingskracht oplossen, dus kwamen wij – allicht - op een schip. Het diepteverdichtingsschip Mytilus was inderdaad vasthoudend, taai als een mossel. Toegerust met vier trilnaalden die hij tegelijk de grond in wist te drijven, gaf hij de onderliggende bodemstroken er geweldig van langs. Hij hield drie jaar vol. Tóén kon je zonder een spier van je gezicht te vertrekken, zo kalmpjes ging de afrolling, het werkschip Cardium met zijn verstelbare zuigkoppen en de voormalige asfalter Jan Heijmans samen de mat in de golven zien neerlaten en werd het tijd voor de grootste zeewaardige bok ter wereld. Zou je denken ja, die pijlers die daar op transport stonden te wachten, diep onder zeespiegel en toch, in door dijken omringde bouwdokken, op droge bodem. Hoe verplaats je het onverplaatsbare? Goed, iedereen weet: wat je handen al eens hebben uitgeprobeerd, dat kan je hoofd daarna fluitend gaan narekenen, kloppen doet het altijd. We staken de dijken door. Daarop verloren de kolossen, de te water geraakte koningspiramiden, onmiddellijk 9000 ton aan gewicht en lieten zich gedwee afvaren naar de sluitgaten waar u ze nu, ondergrout en afgeballast, de kering zo mooi overeind ziet houden. Natuurlijk. Windkracht 10, 11, áánhoudende zware tot zeer zware storm vanuit het noordwesten: dan gebeurt het. Als de Noordzee komt opzetten, als er golven tot 16 meter hoog in de maak zijn en de waterstand boven N.A.P. het alarmpeil nadert, dan zal de kering – er normaal op gericht de cultuur van dit land te beschermen, de hangmosselcultuur die een getijverschil van 3 meter verlangt -, ja dán zal de kering ons allemaal, zonder onderscheid des persoons, van de rampspoed afgrendelen door zijn stalen schuiven, zijn waterkerende beplating, door middel van hydraulische, dubbel werkende cilinders met een snelheid van drie millimeter per seconde te laten zakken. Kwestie van een uur.’
|