|
dinsdag 19 april 2005 22:16
|
special
|
Vechtsport
De kunst van het knokken
Tijdens de Grote Avond van de Beschaving interviewt Wilfried de Jong K1 kampioen Ernesto Hoost en freefight kampioen Gilbert Yvel. Samen met sportsocioloog Maarten van Bottenburg analyseren ze onder andere de beheersing die nodig is voor deze harde vormen van vechtsport. Waar ze het niet over hebben is dat de vechters in Nederland amper bekend zijn en dat dat in Japan een heel ander verhaal is.
Zodra de boomlange Nederlandse K1-kampioen Ernesto Hoost in Japan op straat verschijnt wordt hij belaagd door fans en handtekeningenjagers. De doorgaans stoïcijnse Japanners lijken wel een gedaanteverwisseling te hebben ondergaan. Taxi’s remmen en vrouwen beginnen te gillen. De kranten in heel Zuid-oost-Azië staan dan al dagenlang vol met verhalen over de grote kanshebbers Hoost en diens landgenoot Peter Aerts.
De op handen zijnde K1-kampioenschappen zijn het meest prestigieuze kickbokstoernooi in Japan. Veertig miljoen Japanners volgen deze kampioenschappen semi-live op tv. Het concept ervoor werd negen jaar geleden bedacht door Mister Ishii. Om de afnemende belangstelling voor het kick- en Muay Thai-boksen in Japan tegen te gaan, kwam Ishii met het idee om alle met een `k' beginnende vechtsporten (karate, kickboksen, kung-fu, kempo en kendo) onder één noemer samen te brengen: Kee One. Deze mix tussen het thai- en kickboxen geldt wereldwijd als de ultieme uitdaging op het gebied van vechtsporten. Onder meer dankzij de live-registratie op de Japanse televisie en de inbreng van buitenlandse vechters zoals Hoost en diens landgenoot Peter ‘The Lumberjack’ Aerts werd de eerste editie meteen een doorslaand succes.
Negen van de twaalf K1-kampioenschappen sinds 1993 zijn gewonnen door Nederlanders. Eind vorig jaar won de Nederlander Remy Bonjasky (NL). Eerder wonnen Peter Aarts (drie keer) en Ernesto Hoost (vier keer). Nederlanders hebben, net als bij voetbal, wereldwijd een grote reputatie op het gebied van vechtsport. In vrijwel alle takken kunnen de toppers zich meten met de kampioenen uit Thailand, Australië, Zuid-Afrika of Rusland. Nederlandse vechttrainers worden tot de wereldtop gerekend. In Japan en veel andere landen hebben deze vechters en trainers een ware sterrenstatus.
Het contrast met Nederland is echter groot. Om niet te zeggen schrijnend. Hier kent slechts een handjevol insiders hen. Vechtsport kampt in ons land met een enorm imagoprobleem. Het bij ieder gala terugkerend beeld van van top tot teen getatoeëerde engerds, seksclubbazen en coffeeshophouders doopt het Nederlandse vechtsportwereldje in een wat louche sfeer. De meeste succesvolle Nederlandse vechters wijken dan ook uit naar het Verre Oosten in een poging om daar door te breken. Wat vaak nog lukt ook.
Vanwaar dit enorme verschil? Het clichébeeld is natuurlijk dat gewelddadige vechtsporten, strips en films in Japan als ontlading dienen voor de anders zo beheerste bevolking. Volgens de achterkant van de videohoes van ‘Eat your enemy’, de documentaire over vechtsport van Eline Flipse, is agressie namelijk een natuurlijk gegeven dat onze driften voor een groot deel bepaalt. Vechtsport is een manier is om deze agressie te kanaliseren.
In het Westen zijn we echter te geciviliseerd om te vechten. Vechtsport heeft een negatieve connotatie. Het zou geweld propeganderen en sublimeren. Wij hebben veel meer een traditie van geweld indammen. We strijden met woorden en zelfbeheersing heeft bij ons een heel andere betekenis. Het is veel beschaafder om je afzijdig te houden van geweld. Ook al is het in sport.
Japan daarentegen heeft een veel langere traditie van vechtsport. Martial arts worden daar al eeuwenlang beoefend en zitten diep verankerd in de nationale cultuur. Kinderen krijgen Judo en zwaardvechten als verplichte vakken op school en vechtsporten worden gezien als een uiterst beschaafde manier om met geweld om te gaan. Keihard trainen wordt gebruikt als een manier om verlichting te benaderen. In ‘Eat your enemy’ zegt een oosterse vechter: ‘Vechtkunst is iets cultureels. Het versterkt je lichaam en verlengt je leven. Knokken zijn barbaarse bewegingen’.
Of de bloederige K1 gevechten nou onder vechtkunst of knokken vallen blijft wat onduidelijk. Maar de vechter zelf zal dat waarschijnlijk een zorg zijn. Die vecht vaak toch alleen nog maar voor het geld. En als dat door een andere kijk op agressieve vechtsporten in Japan gemakkelijker daar te verdienen is dan in Nederland, stelt hij verder geen vragen. En vecht hij daar waar hij betaald wordt.