|
zondag 24 april 2005 23:59
|
verslag
|
Vrouwenkiesrecht
In 1919 werd het vrouwenkiesrecht aangenomen. Tot op heden de grootste bestuurlijke vernieuwing in Nederland. Opvallend is de overeenkomst in argumenten die destijds gebruikt werden met argumenten die vandaag de dag bij andere bestuurlijke vernieuwingen worden genoemd. Lees de tekst van het debat op uw gemak nog eens na.
Voorzitter (JJG baron van Voorst tot Voorst) - gespeeld door Schelto Patijn:
"Aan de orde is de behandeling van het voorstel van wet tot wijziging der Kieswet, luidende
1. in artikel 1 der Kieswet vervalt het woord “mannelijke”.
2. in artikel 9 der Kieswet vervalt het woord “mannelijke”.
3. in artikel 54 der Kieswet wordt voor het woord “mannen” gelezen “personen.”
Dit wetsvoorstel zal worden verdedigd door den heer Marchant, die krachtens het bepaalde in artikel 117 der Grondwet daartoe door de Tweede Kamer der Staten-Generaal is aangewezen. Het woord is aan de heer Verheijen."
Jhr. Mr. FXA Verheijen (RKSP) - gespeeld door Sjaak van der Tak:
"Mijnheer de voorzitter, alvorens ik een kort woord in het midden breng tot motiveering van mijn stem tegen dit wetsvoorstel, wensch ik een woord van welkom te richten tot den stoeren strijder voor het vrouwenkiesrecht. Ik wensch hem toe, dat indien de overwinning de zijne mag worden, hij den palm dier overwinning mag ontvangen uit de fijne vrouwenhand. Indien wij in Parijs woonden, zou ik zeggen: qu’il sera l’enfant chéri des dames!
Mijnheer de voorzitter! Het is de vraag of op dit oogenblik het Staatsbelang medebrengt, dat men een nieuwe vloedgolf kan krijgen van ongeschoolde kiezers.
Wij hebben ongelukkigerwijs te maken met voor negen tienden ongeschoolde kiezeressen, die zich geen rekenschap geven van de kracht van haar stem, wat een bron kan zijn van allerlei ellende, ook in het huisgezin.
Een vrouw en een man moeten niets geheim hebben voor elkaar, dit is op zichzelf reeds ondeugdelijk, maar gesteld dat zij het niet eens zijn: dan is dat wel een bron van ellende. En zijn zij het wel eens, waartoe dient dan de stem? Dan is de stem tot haar recht gekomen door het feit dat die man die stem kan uitbrengen.
Ik wensch toch even voor te lezen een entrefilet uit het Handelsblad van 30 mei, avondblad, vertaald uit de Temps, een artikeltje geschreven naar aanleiding van het voorstel in Frankrijk tot uitbreiding van het kiesrecht.
“Thans nu één steen uit den muur gerukt, de ineenstorting van het geheele gebouw kan veroorzaken; thans, nu men zorgvuldig elke daad moet overwegen en aan voortdurende voorzichtigheid een juiste kennis van zaken en menschen moet paren, nu zou het waanzin zijn, het aantal onwetenden te vermeerderen, die tot taak hebben de levensbelangen van Frankrijk te verzorgen. Het ware het noodlot verzoeken!”
Mijnheer de Voorzitter, het is alsof het voor ons geschreven is. Ik geloof dat het belang van het land hier zoodanig op de voorgrond treedt, dat ik mijn stem toch niet aan dit voorstel kan geven. En nu komt er een sprankje ijdelheid bij. Ik zou niet graag willen dat de vrouwen in het algemeen, waarvoor ik zeer groote bewondering heb, speciaal wat betreft haar deugden als vrouw, moeder, opvoedster der jeugd, huisvrouw, zouden denken dat ik als een versteende mummie hier niet zou gunnen wat ik gaarne zou gunnen, was het niet dat het belang van het land m.i. daartegen opkomt, en ook, naar ik geloof, het belang van een groot gedeelte der vrouwen zelf."
Voorzitter:
"De heer Van den Berg."
Mr. LWCh van den Berg (ARP) - gespeeld door Doekle Terpstra:
"Mijnheer de voorzitter! Ofschoon ik behoor tot de leden dezer Kamer, die in ons Voorlopig Verslag verklaarden weinig te gevoelen voor de invoering van het vrouwenkiesrecht zou ik tegen het onderwerpelijke wetsvoorstel niet stemmen, wanneer daarin niet een mijns inziens ernstige fout begaan werd, een fout waar ik onmogelijk overheen kan stappen. Ik bedoel met die fout het actieve kiesrecht der gehuwde vrouwen.
Ik zie namelijk een ontwrichting van het huwelijk in het stelsel, de getrouwde vrouwen bevoegd te verklaren, om zonder bijstand van haar man in het openbaar aan politiek te gaan doen in den vorm van het uitoefenen van het stemrecht.
Het spreekwoord zegt dat twee koetsiers op één bok den wagen doen kantelen, en dit geldt ook van een gezin zonder eenhoofdig gezag. De vrouw kan grooten invloed hebben, maar de man blijft degeen die tenslotte verantwoordelijk is en beslist. Dit leert ons de Heilige Schrift niet alleen, maar het ligt zoo in de natuur der dingen dat men van ouds het beginsel bij alle volken aantreft, die op eenige beschaving aanspraak maken.
De voorsteller schijnt geen nota te hebben genomen dat er tweeërlei soorten vrouwen zijn, ongehuwden en gehuwden, waarvan de laatsten in een totaal anderen rechtstoestand verkeeren dan de eersten. Gehuwde vrouwen kunnen allicht bezwaar hebben om in een vol stembureau haar stem te gaan uitbrengen, ten overstaan van een dikwijls weinig kiesch publiek. Een voorziening ten deze zou toch wel passend zijn geweest. En dergelijken gebreken van technischen aard zijn er meer in de regeling van het nieuwe vrouwenkiesrecht.
Wanneer een referendum kon worden uitgelokt bij de Nederlandsche vrouwen, zou het wetsvoorstel, thans aan de orde, naar alle waarschijnlijkheid worden afgestemd. Althans in mijn gemeente en haar omgeving heeft de groote meerderheid der vrouwen wel wat anders en nuttigers te doen dan zich met politieke verkiezingen bezig te houden."
Voorzitter:
"Baron Van der Feltz"
Mr. GW baron van der Feltz (VDB) - gespeeld door Hans van Baalen:
"Mijnheer de Voorzitter. Sedert lang heb ik mij geschaard onder de voorstanders van het algemeen vrouwenkiesrecht.
In de publieke opinie van de geheele wereld is een aanmerkelijke opschuiving waar te nemen en wel in die richting, dat de bezwaren tegen actief vrouwenkiesrecht meer en meer ingekrompen en hier en daar zelfs geheel zijn verdwenen Vraagt men nu waaraan die snelle omkering in de publieke opinie over de geheele wereld is toe te schrijven, dan meen ik dat de laatste aarzeling overwonnen is geworden door de revolutionnaire kracht van den 4½ jaar volgehouden wereldoorlog die zich sterk doet gevoelen. Tot staving van deze uitspraak wensch ik een aanhaling te doen uit een artikel van de hand van mevrouw G. Kapteyn-Muyskens, opgenomen in een boekje bevattende losse artikelen over het vrouwenkiesrecht. Op blz. 49 lees ik:
“Meer dan ooit zijn heden ten dage veiligheidskleppen nodig voor de hartstochtelijke verontwaardiging, die de oorlog heeft opgeroepen. Algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen is een dergelijk ventiel, dat niet meer gesloten mag blijven. Stilstand staat op dit oogenblik gelijk aan terugdeinzing.”
Mijnheer de Voorzitter, deze gedachtengang wordt door mij onderschreven. De wereld heeft moeten ervaren dat onder het bestuur van regeeringen en parlementen, uitsluitend gekozen door mannen, een oorlog is uitgebroken die 4½ jaar is volgehouden, die de grootste rampen over de wereld heeft gebracht, die het leven en het geluk van millioenen mensen heeft vernietigd. Waar de mannelijke kunst zoo schitterend heeft gefaald, is er m.i. thans alle aanleiding om het nu met vrouwelijk verstand, intuïtie, doorzicht en gevoel te beproeven. Hier komt nu nog bij dat in die 4½ jaar van oorlog de vrouwen in nieuwe banen zijn getreden, omdat zij er geroepen werden, om de door de afwezigheid der mannen bestaande leemten aan te vullen. De vrouwen hebben gedurende deze laatste jaren getoond, ook buiten den engen kring van het huisgezin, onbaatzuchtige medewerkers van de mannen te willen zijn.
Mijnheer de Voorzitter! Zeker zal het niemand in deze vergadering twijfelachtig zijn of ik zal met grote instemming mijn stem aan het thans in behandeling zijnde wetsontwerp geven."
Voorzitter:
"Baron De Vos van Steenwijk."
Mr. WL baron de Vos van Steenwijk (CHU) - gespeeld door Hilbrand Nawijn:
"Mijnheer de voorzitter! Met een enkel woord wensch ik de stem te motiveeren, welke ik ten aanzien van het aanhangig wetsontwerp voornemens ben uit te brengen.
Sedert lange jaren tegenstander zoowel van het actief als van het passief vrouwenkiesrecht is mijne meening op dat stuk ongewijzigd gebleven.
Toch zal ik mijne stem aan het wetsontwerp schenken. Allerminst op grond van de door sommigen uitgesproken verwachting dat, gelet op den in het gemeen bij de vrouw sterk aanwezigen godsdienstzin, gezagstrouw en ordelievendheid, het actief vrouwenkiesrecht onze partij profijtelijk zal blijken. Ik ben niet bereid tot een, naar mijne overtuiging, schadelijken maatregel mee te werken, ten einde een partijvoordeel te behalen. Zoodanige overweging acht ik inferieur. Wat mij er toe heeft gebracht mijne stem aan de voordracht te schenken is het antwoord dat ik mij zelf heb gegeven op de vraag of ik onder de tegenwoordige omstandigheden en maatschappelijke verhoudingen de verantwoordelijkheid van verwerping zou willen dragen. Na ernstige overweging ben ik tot eene ontkennende beantwoording dier vraag gekomen. Politieke eerlijkheid gebiedt mij mijne stem aan het wetsontwerp te geven, ook al weet ik, dat het zonder die hier niet zou stranden en al zouden mijne bezwaren er mij toe moeten leiden tegen te stemmen. Door dit laatste te doen zoude ik in mijne lijn blijven, consequent handelen, le beau rôle spelen. Maar, Mijnheer de Voorzitter, politiek eerlijk zou het mijnerzijds, meen ik, niet zijn."
Voorzitter:
"De heer Van der Hoeven"
Mr. A. van der Hoeven (CHU) - gespeeld door Coskun Cörüz:
"Mijnheer de Voorzitter! Over dit wetsontwerp wil ik gaarne mijn vreugde uiten. Ik aanvaard het als een verbetering. Nu het algemeen mannenkiesrecht is aanvaard, acht ik mede de aanvaarding van het algemeen vrouwenkiesrecht geboden, omdat ik van meening ben dat een toevoeging van de vrouwen aan het korps, dit korps beter zal maken. Tegen deze uitbreiding worden bezwaren aangevoerd die voor mij niet van heel groot gewicht zijn. De vrouw – zo redeneert men – behoort vóór alles in haar huis. Ik zou het niet graag ontkennen. Ik wil zelfs wel zeggen dat in dezen gedachtengang het vrouwenkiesrecht ook voor mij een onsympathiek tintje heeft. Ik stel de huisvrouw heel wat hoger dan de kiesrechtvrouw. Maar behoeft de huisvrouw nu onder te gaan in de kiesrechtvrouw? M.i. allerminst. Tegenwoordig wordt slechts ééns in de vier jaren gestemd. Corporeele inspanning kost dus de uitoefening van het kiesrecht weinig of niets. Intellectueele natuurlijk wel maar ook deze overdrijve men niet. Indien de vrouw zich abonneert op het aan onze partij gelieerde dagblad De Nederlander, deze telken avond doorleest en dan luistert naar het advies van dit blad, dan kan zij het m.i. er al zeer goed afbrengen.
Ik kan begrijpen dat sommigen beschroomd zijn ook de getrouwde vrouw kiesrecht te geven, maar ik deel die bezwaren niet, op grond dat men toch niet aan het dienstmeisje wel, en aan de vrouw des huizes geen kiesrecht kan geven.
Alles samen genomen, Mijnheer de Voorzitter, begroet ik den geachten verdediger van dit wetsontwerp hier in de Senaat met sympathie en ik wensch hem hier succes. Mijn stem zal hij hebben."
Voorzitter:
"Het woord is aan den heer De Waal Malefijt."
JH de Waal Malefijt (ARP) - gespeeld door Bas de Gaay Fortman:
"Mijnheer de Voorzitter! Ik zie in het voorstel dat thans voor ons ligt, niet dan een phase in den grooten strijd die sedert de revolutie der 18de eeuw in de wereld is ontbrand en die niet zal rusten zoolang men de onjuistheid dier beginselen, waaruit de revolutie ontsproot, niet heeft erkend. Ik ben dan ook daarom beslist geen voorstander van het voorstel dat thans voor ons ligt. Waarom? Ik zal niet alles herhalen hetgeen voor en na reeds is gezegd. Ik wil slechts op enkele punten wijzen.
Invoering van het vrouwenkiesrecht brengt het groote gevaar met zich dat – terwijl inkrimping van het aantal politieke partijen ten onzent zeer gewenscht is – deze inkrimping niet alleen zal uitblijven, doch toeneming van het aantal partijen zoo goed als zeker is. Het parlementaire stelsel komt het best tot zijn recht bij het bestaan van twee partijen, zooals dit in Engeland lange tijd het geval was.
Ook uit maatschappelijk oogpunt acht ik het voorstel van de heeren Marchant c.s. bedenkelijk. Onze maatschappij wordt opgebouwd uit gezinnen. Hoe krachtiger en gezonder dat gezinsleven opbloeit, des te gezonder de maatschappij. Maar zal dat gezinsleeven waarin de vrouw zulk een belangrijke plaats beslaat worden bevorderd, wanneer de vrouw in strijd met haar wezen en aanleg gedwongen wordt zich te werpen in den politieken strijd? Niet enkel stemmen, neen, politieke vergaderingen afloopen, luisteren naar, straks deelnemen aan het politiek debat, dat daar wordt gevoerd, ligt in dat kiesrecht opgesloten. Zal het gezinsleven er beter op worden, wanneer wij de vrouw dwingen zich te werpen in den modderstroom, die in verkiezingsdagen ons goede land overspoelt, en die wij mannen, niet zonder innerlijken weerzin vaak, moeten doorwaden?
Het principe acht ik zoo verkeerd, dat ik mijn stem aan dit voorstel niet zal kunnen geven. "
Voorzitter:
"De heer Vliegen"
WH Vliegen (SDAP) - gespeeld door Klaas de Vries:
"Mijnheer de Voorzitter! Wanneer ik even de harten en nieren zou willen proeven van de groote meerderheid van deze Kamer, ben ik er zeker van dat die er niets voor gevoelt, maar er toch voor zal stemmen. Hij die dit het meest ronduit gezegd heeft, was de Heer de Vos van Steenwijk, die zegt: ik ben er vierkant tegen, ik wil er ook niet voor stemmen uit partijoverwegingen, maar ik durf de verwerping niet aan en dus stem ik ervoor. Dit standpunt, geloof ik, dat de meeste leden hier innemen.
Men heeft verband gelegd tusschen de positie der vrouw in het huisgezin en het vrouwenkiesrecht. Men gaat daarbij uit van een onjuiste opvatting van het huisgezin als een onveranderlijk iets. De maatschappelijke omstandigheden hebben de taak van de vrouw reeds lang veranderd. De drang naar vrijheid en zelfstandigheid van de vrouw is oorzaak ook van den drang naar politieke rechten.
Men zegt dat het huiselijk leven van de vrouw door toekenning van het kiesrecht aan de vrouw zou worden geschaad, het zou ontbindend werken op het gezin. Eerder geloof ik dat het kalmeerend zal werken, omdat de vrouw de gedachte bij zich heeft: hij stemt niet in mijn richting, maar ik zal zorgen dat die stem geneutraliseerd wordt door de mijne.
Mijnheer de Voorzitter! Ook is bezwaar geopperd ten aanzien van de uithuizigheid van de vrouw. Daarin kan het natuurlijk niet zitten, want zo geweldig huiselijk zijn de vrouwen nu toch niet. Maar bovendien, zij gaan toch ook wel eens winkelen of naar een feestje of om een andere reeden uit, en dan zullen die drie keer in de vier jaar geen beteekenis hebben.
De vrees is echter dat de vrouwen zullen gaan deelnemen aan het politieke leeven, vergaderingen zullen gaan bijwonen, misschien als spreekster zullen gaan optreden. Maar dat is juist voor mij het heuglijke van deze zaak. Inderdaad, de vrouw moet gaan deelnemen aan het publieke leven, en dit zal er niet slechter door worden.
Nu is er een argument terloops besproken door heeren van rechts, die gezegd hebben: Och, wij zijn er voor ons niet bang voor: de vrouw is over het algemeen meer religieus van aanleg dan de man. Zij verwachten dat van de aanwezigheid van de vrouw in de politiek een conservatieve kracht zal uitgaan. Het spreekt vanzelf dat bij de groote massa van politiek-analfabetische vrouwen die groote, nu latente, kracht ongetwijfeld voor den dag zal komen. Maar ik verwacht dat die conservatieve kracht niet van langen duur zal zijn. Mochten de vrouwen voorlopig conservatief stemmen, laat dat dan voor den dag komen, zoodat het politieke leven ook in dat opzicht een juiste weerspiegeling worde van wat er in het maatschappelijk leven omgaat. Ik zal voor het wetsontwerp stemmen, en met liefde."
Voorzitter:
"De heer Marchant."
Mr. H.P. Marchant (VDB Tweede Kamer) - gespeeld door Boris van der Ham:
"Mijnheer de Voorzitter! Bij de verdediging van het voorstel dat hier ter tafel ligt, is het mij een behoefte te beginnen met een woord van dank te brengen aan hen, die het voorstel hebben aanbevolen.
Ik dank ook de bestrijders naar de wijze waarop zij dit deden. De hoofdzaken wil ik hier nog eens in het licht stellen.
Het kiesrecht moet aan de vrouw worden toegekend niet omdat man en vrouw gelijk zouden zijn, maar omdat de vrouw anders is dan de man, omdat de vrouw anders denkt en een anderen kijk heeft op zaken. Daarom is een Volksvertegenwoordiging niet juist samengesteld, wanneer zij berust uitsluitend op het kiesrecht van den man. Daarbij komt dat het onthouden van het kiesrecht aan de vrouw is een onrecht, niet omdat dit kiesrecht een natuurlijk recht zou zijn, maar omdat het onthouden daarvan door de vrouw als een onrecht wordt gevoeld.
Ik zou te kort doen aan de belangrijkheid dezer beraadslagingen, indien ik onweersproken liet de verschillende bezwaren die er tegen zijn aangevoerd. Die bezwaren gelden voornamelijk de gehuwde vrouw en de dochters des huizes. Daardoor zou een ontbindend element komen in het gezinsleven. De heer Vliegen heeft er al opgewezen hoe onhoudbaar de tegenstelling is die de geachte spreker de heer Van der Hoeven heeft gemaakt tussen de kiesrechtvrouw en de huisvrouw. De heer Van der Hoeven hoeft zich niet ongerust te maken. Ook onder werking van het vrouwenkiesrecht zal die tegenstelling niet tot uiting komen. Niet het kiesrecht brengt de verdeeldheid in het gezin, maar het verschil van inzicht.
Er is verschillende malen voor de bestrijding van het toekennen van het kiesrecht aan getrouwde vrouwen en aan vrouwen uit hetzelfde gezin een beroep gedaan op de Schrift.
Mijnheer de Voorzitter, ik weet dat men bezwaar heeft tegen het verschil van inzicht tusschen den getrouwden man en de getrouwde vrouw, en dat men daarom alleen den man wil laten stemmen. Daarom wijs ik op den eersten brief van Paulus aan de Corinthiërs, hoofdstuk VII, vers. 12-14, waar ik lees:
“den overigen nu zeg ik, niet de Heer: Indien eenig broeder een ongeloovige vrouw heeft en dezelve tevreden is bij hem te wonen, dat hij ze niet verlate; en eene vrouw, die eenen ongeloovigen man heeft, en hij tevreden is bij haar te wonen, dat zij hem niet verlate. Want de ongeloovige man is geheiligd door de vrouw, en de ongeloovige vrouw is geheiligd door den man; anders toch waren uw kinderen onrein, maar nu zijn zij heilig.” Ziedaar de verhouding van man en vrouw zooals die in de Schrift is bedoeld.
De vrouwen, zegt men, begeeren niet in groote massa het kiesrecht. Een referendum onder de vrouwen zou het kiesrecht verwerpen. Dat beroep op een referendum, dat onze wet niet kent, acht ik revolutionnair en het verwondert mij dat het juist komt van den meer behoudenden kant.
De heer Van den Berg meent dat vrouwen niet in één stemlokaal kunnen verschijnen met de mannen. Dat bezwaar schijnt mij gezocht. Vrouwen verschijnen ook met mannen samen in een druk station, en ik heb nooit gehoord dat dit tot misstanden leidt. In elk geval zouden de burgemeesters het stemlokaal zoodanig kunnen inrichten dat mannen en vrouwen elkaar niet in den weg loopen. Men kan met groote letters op de eene deur zetten: “Mannen”en op de andere “Vrouwen”, dan kan ieder door zijn eigen gang naar de stembus gaan.
Wat ten slotte de gevolgen van dit voorstel betreft, daarmee hebben de voorstellers zich niet willen inlaten. Of het voordelig zal zijn voor de eene partij of voor de andere, is bij de voorstellers niet in overweging geweest. Zij hebben slechts gewild, dat aan de vrouw het recht zou worden gegeven om te stemmen, omdat dit recht haar niet onthouden mag worden en omdat de volksvertegenwoordiging daardoor in gehalte en in juistheid van afspiegeling van de geestesrichting in het volk zal winnen.
En dat is het wat aan de Nederlandsche wetgeving in den toekomst ten goede zal komen."
De voorzitter:
"Ik dank den heer Marchant namens de Kamer voor de gevoerde verdediging.
Gaan wij thans over tot de stemming.
Wie stemmen voor dit wetsvoorstel?"
Voorstemmers steken hand op.
"Wie stemmen tegen?"
Tegenstemmers steken hand op.
"Het voorstel is met 34 tegen 5 stemmen aangenomen."
"Dan zou thans aan de orde zijn het ontwerp van wet tot wijziging en aanvulling van de wet tot regeling der brievenposterij, maar aangezien de minister van Waterstaat heden uit de stad moest, stel ik voor dit ontwerp later te behandelen en nu over te gaan tot behandeling van het ontwerp van wet tot wijziging der Zegelwet 1917…."