|
woensdag 18 april 2007 18:23
|
nieuws
|
Jannie Regnerus wint VPRO Bob den Uylprijs 2007
'Het geluid van vallende sneeuw', verslag van een jaar in Japan
De jonge kunstenares Jannie Regnerus bracht in het kader van haar studie een jaar in Kyoto door, en maakte van die gelegenheid gebruik om uitgebreid door Japan te reizen. Ze schreef een onbevangen verslag, waarin individuele ervaringen en meer algemene observaties over Japan op een prettige manier hand in hand gaan.
De jury voor de Bob den Uyl Prijs 2007 bestond uit historicus Maarten van Rossem (voorzitter), chef buitenland van NRC Handelsblad Renée Postma, staatssecretaris van Europese Zaken Frans Timmermans en Volkskrant-recensent Hans Bouman. (Timmermans beëindigde zijn jurylidmaatschap na zijn aantreden als staatssecretaris.)
Het juryrapport, zoals uitgesproken door Maarten van Rossem op 20 april:
“Het gemiddelde niveau van de door de jury gelezen reisboeken was teleurstellend. Veel schrijvers van reisverslagen schijnen te denken dat wat zij onderweg als interessant, aangrijpend of ellendig hebben beleefd vanzelf ook als interessant, aangrijpend, of ellendig zal worden ervaren door de lezer. Simpele registratie kan dan volstaan. Dit is ongelukkigerwijze niet het geval. Veel van deze schrijvers zijn moedige, ja bewonderenswaardige reizigers, maar waardeloze schrijvers. Als de reiziger niet kan schrijven wordt de zesde blaar irritant of zelfs lachwekkend. De meeste schrijvende reizigers lijken ook nooit gehoord te hebben van het sleetse adagium dat zich in de beperking de meester toont. Net als in veel studentenscripties wordt alles vermeld, ook datgene wat volkomen overbodig is. Hoewel reizen voor geestelijk gezonde mensen alleen te verdragen valt met een zeker gevoel voor humor, ontbreekt dat nogal eens in de reisverslagen. Vele reizigers zijn ook op zoek naar essenties, of hun diepere ik; onachterhaalbare zaken die voor de lezer slaapverwekkend zijn. De jury heeft zich in de marge van haar beraad het hoofd gebroken over de vraag wat eigenlijk een reisboek is. Zijn bijvoorbeeld de boeken die de correspondenten van Nederlandse kranten over hun vaak jarenlang verblijf in het buitenland schrijven wel reisboeken? Zou daar niet een aparte prijs voor in het leven geroepen moeten worden: de ‘Mijn Zonderlinge Tweede Vaderland-prijs’? De jury heeft daar dit jaar niet moeilijk over gedaan, vandaar dat zo’n correspondentenboek op de shortlist terecht is gekomen, maar dringt toch aan op een helderder omschrijving van het reisboek dan nu voorhanden is. Het jury-overleg leidde onverwacht snel tot consensus. In mijn herinnering had de tot drie leden gereduceerde jury minder dan vijf minuten nodig voor de keuze van de vier boeken voor de shortlist en minder dan een minuut voor de keuze van de prijswinnaar.
Hoe zag de shortlist eruit?
Abdelkader Benali ‘Berichten uit een belegerde stad’ (Arbeiderspers)
Soms heb je als schrijver ‘geluk’ – maar in dit geval staat dat laatste woord nadrukkelijk tussen aanhalingstekens. In het begin van de zomer van 2006 ging Abdelkader Benali naar Beiroet, met twee duidelijke doelen: hij wilde een boek schrijven en hij wilde Arabisch leren. Enkele weken na zijn aankomst mondde het con?ict tussen Israël en de Hezbollah uit in een complete oorlog, waarin het uit de burgeroorlog herrezen Libanon in korte tijd werd teruggebombardeerd naar een toestand van wanorde en hulpeloosheid. In Berichten uit een belegerde stad vertelt Abdelkader Benali het verhaal achter de nieuwsverslaggeving in de kranten en op de televisie. Hij is niet blind voor het grote drama, maar beschrijft ook het kleine leed en het prozaïsche ongemak: het ergert hem grenzeloos dat hij bij gebrek aan water niet onder de douche kan. Zijn observaties zijn zowel scherp als ontnuchte¬rend. Bovendien is zijn verhaal lovenswaardig beknopt.
Jannie Regnerus ‘Het geluid van vallende sneeuw. Herinnering aan Japan’ (Wereldbibliotheek)
De jonge kunstenares Jannie Regnerus bracht met een beurs een jaar in Kitakyushu door, een schrale, oerlelijke provinciestad zonder enig vertier. Met 'Het geluid van vallende sneeuw' schreef ze een onbevangen verslag van haar ervaringen, waarin individuele belevenissen en meer algemene observaties over Japan op een prettige manier hand in hand gaan. Ze bezoekt een ceremonie waar afgedankte fototoestellen ritueel worden verbrand, zuivert haar geweten door het drinken van maanwater op het maanfeest, leert luisteren naar het onhoorbare geluid van vallende sneeuw en ervaart de nationale gekte als de kersenbloesem ontluikt. Regnerus betoont zich in dit boek iemand die uitstekend kan kijken en luisteren, die zonder expliciete oordelen in haar beschrijvingen te verwerken toch een heldere, persoonlijke toon weet te treffen. Ook zij schreef een dun boek.
Hans Steketee Eiland tussen de oren. 'Het Verenigd Koninkrijk achter de schermen' (Prometheus/NRC Handelsblad)
Eind tussen de oren is de weerslag van zeven jaar correspondentschap en een levenslange fascinatie. Het is tevens een boek dat getuigt van een respectabele belezenheid en een brede feitenkennis, die de lezer van John Cleese naar Julian Barnes en van George Orwell naar Simon Schama leidt. Steketee’s analyse van het Britse volk en de Britse maatschappij voert langs aardige weetjes (het enige straatje in Londen waar het verkeer rechts houdt), maar impliceert ook een grondige analyse van multicultureel Groot-Brittannië. Het recept van het nieuwe nationale gerecht (chicken tikka massala) maakt er evenzeer deel van uit als een beschouwing van de ‘special relationship’ met de Verenigde Staten. Het boek wordt regelmatig onderbroken door lichtvoetige maar leerzame minihoofdstukjes over de Engelse taal en de plaatselijke zeden en gewoonten. Want het is ‘Darby’ en niet ‘Durby’ (Derby), ‘Grennitsj’ en niet ‘Grienwitsj’ (Greenwich), ‘Tems’ en niet ‘Teems’ (Thames) en wie meent dat tea verwijst naar het drinken van een kopje thee is in for a surprise. Gelukkig legt Steketee uit wat het wél is – strikt afhankelijk van welke sociale klasse aan het woord is, uiteraard.
Betsy Udink ‘Allah & Eva’ (Augustus)
Van 2002 tot 2005 verbleef Betsy Udink in Pakistan. In 'Allah & Eva' doet zij op indringende en soms meeslepende wijze verslag van haar avonturen in dit land. Hoewel de islam, de vigerende godsdienst in Pakistan, volgens de mullahs als enige godsdienst ter wereld de vrouwen rechten heeft gegeven, blijkt er op zijn minst een gezonde dosis moed nodig om je er als vrouwelijk verslaggever te bewegen. Want het Pakistan uit haar boek is niet alleen een land waarin hindoes, sikhs, Parsi’s en christenen volkomen worden gemarginaliseerd, maar waarin ze ook honderden gevallen van eerwraak tegenkomt, die niet zelden het gevolg zijn van – veelal vermeende – gevallen van overspel door vrouwen. Van de eunuchen van Karachi tot de Punjaabse dorpsbewoners die hun schuld betalen door een nier af te staan, is Eva en Allah een aaneenschakeling van ontluisterende, angst¬aanjagende en soms ook bizar hilarische taferelen. Uit het slothoofdstuk blijkt dat het verblijf in Pakistan ook zijn prijs in de privé-sfeer had.
Zoals gezegd koos de jury uit deze vier voortref¬felijke boeken binnen een minuut, klaarblijkelijk volkomen intuïtief, de winnaar: ‘Het geluid van vallende sneeuw’.
Op de Rietveld Academie in Amsterdam zegt haar Japanse vriendin Etsuko tegen Jannie Regnerus dat zij in een vorig leven Japanse moet zijn geweest, omdat zij in haar werk oog heeft voor ‘de kleine dingen die de ziel beroeren’. In Japan gearriveerd is het ook Etsuko die haar duidelijk maakt dat Japanners in een bezielde wereld leven. Elk voorwerp, hoe oud en armzalig ook, heeft een ziel en overal huizen geesten en andere bovennatuurlijke krachten. Het shintoïsme, dat vergroeid is met het boeddhisme, be¬waart de orde in deze bezielde wereld met een praktisch eindeloze reeks van rituelen in alomtegenwoordige heiligdommen. Het is op het eerste gezicht wellicht vreemd om afgedankte camera’s ritueel te verbranden, maar nadat duidelijk is geworden waarom dat gebeurt, lijkt het een aantrekkelijke oplossing voor een probleem waarmee elk mens met enig gevoel wel eens heeft geworsteld. De ziel van voorwerpen die na langdurig gebruik achteloos worden weggeworpen, blijft rondspoken. Rituele verbranding geeft die ziel de gelegenheid om vreedzaam afscheid te nemen. Wie heeft niet wel eens licht geaarzeld als hij een trouw voorwerp wilde weggooien dat defect was geraakt. Trouw inderdaad; alleen een bezield voorwerp kan trouw zijn. De Japanners zijn neurotisch ordelijk en netjes, lijden aan een collectief slaaptekort en kunnen onwaarschijnlijk afzien. Die laatste twee eigenaardigheden leiden regelmatig tot vermakelijke situaties. Bij de minste gelegenheid vallen de Japanners in slaap. Als de buitenlandse kunstenaars in het Kunstklooster in Kitakyushu hun werk tonen, vallen hun Japanse collega’s onmiddellijk in slaap. Als Regnerus een ritje maakt met een Japanse familie vallen alle familieleden weer onmiddellijk in slaap. Haar vriendin Etsuko en kunstzuster Miyuki blijken te beschikken over een onwaarschijnlijk uithoudingsvermogen als het gaat om lichamelijke inspanningen. Miyuki stelt haar voor een dagje naar het strand te gaan. Tot haar ontzetting leidt dat tot een levensgevaarlijke ?etstocht van drie uur, waarbij Miyuki zonder op of om te kijken een moordend tempo aanhoudt. De zee klotst tenslotte loom en smerig tussen basaltblokken. Dan moeten ze weer terug. Die zonderlinge, uitputtende tocht wordt koel registrerend beschreven, wat een onweerstaanbaar geestige passage oplevert. Veel Japanners maken een enigszins vervreemde, eenzame indruk. Wie het werk van Haruki Murakami kent, zal daar bij het lezen van ‘Het geluid van vallende sneeuw’ regelmatig aan moeten denken. Aan het eind van het boek koopt Regnerus van haar laatste geld twee prenten van Hiroshige, de meester van regen, mist en sneeuw. Dat was eigenlijk al voldoende om haar de prijs toe te kennen.”