Aflevering Nr. 9 
 
Het bos ruikt naar shampoo. Een programma over de synthese tussen schijn en wezen.
Uitgebreidere informatie over de Bonanza-aflevering van dinsdag 24 april 2001
Het leven als schouwtoneel
De humanist en renaissance filosoof Desiderius Erasmus over schijn en werkelijkheid.
Geef uw mening
In de aankomende uitzending worden een aantal beweringen gedaan die nogal discutabel zijn. U kunt op deze beweringen reageren.
Jean Baudrillard over 'hyperrealiteit'
De Franse filosoof Jean Baudrillard hield zich eind jaren '70 al bezig met de macht van de massamedia. Door het mediatiseren van de werkelijkheid wordt het reeele een allegorie van de dood. Lees een fragment uit zijn boek 'Symbolic Exhange and Death'.
Ging het te snel? Was het te visueel. Lees het interview met Koert van Mensvoort nog eens rustig na.
"Als kind had ik altijd het idee dat de mensen die ik op tv zag ook echt in die tv zaten. Ik vroeg me dan ook af waar ze bleven als ik de tv uitzette. Ik heb nog steeds wel het idee dat het de tv pijn doet wanneer ik hem uitzet."
Kennismaatschappij?
De stelling dat kennis macht is, werd rond 1600 geformuleerd door de filosoof en staatsman Francis Bacon. Hij toont zich ook bewust van de menselijke beperkingen tot ware kennis. Bacon benoemt vier soorten idolen die de menselijke geest belagen.
Toelichting bij de term 'Presence'
Opkomende technologieen als virtual reality, simulation rides, video conferencing en thuisbioscoop worden ontworpen met het doel de gebruiker een illusie te verschaffen van een niet gemedieerde ervaring. Deze perceptie noemt men presence. Traditionele med
HET BOS RUIKT NAAR SHAMPOO
dinsdag 24 april 2001
terug naar de aflevering
Het leven als schouwtoneel
De humanist en renaissance filosoof Desiderius Erasmus over schijn en werkelijkheid.
Twee factoren belemmeren ons, inzicht te krijgen in het wezen der dingen.
Het zijn: de twijfel, die de geest in nevelen hult, en de schroom, die de geleerde, beducht voor de risico's, doet terugdeinzen voor daden van initiatief. Van beide bevrijdt de zotheid hem op voortreffelijke wijze. Weinigen beseffen hoeveel voordelen het met zich meebrengt om nooit te twijfelen en om alles aan te druven.
Wil men wijsheid echter opvatten in de zin van het vermogen over alles een juist oordeel te vellen, dan moet ge eens horen, hoever zij, die zich op hun wijsheid beroemen, in werkelijkheid daarvan afstaan. In de eerste plaats staat het vast, zoals Alcibiades in Plato's Symposiom heeft betoogd, dat alle dingen twee kanten hebben, die volkomen ongelijk zijn, zodat wat ogenschijnlijk dood is, van binnen bekeken, leeft en omgekeerd. Zo lijkt het schone vaak lelijk te zijn, het overvloedige schaars, het beruchte beroemd, het geleerde dom, het sterke zwak, het edelmoedige laag, blijheid droefenis, het succes tegenslage, de vriend een vijand, het heilzame schadelijk, kortom: men zal ervaren, dat niet alles goud is, wat er blinkt.
 
Vindt iemand dezen eenheid der tegendelen te filosofisch, dan zal ik het hem in rond Hollands uitleggen. Ieder zal toegeven, dat een Koning rijk en machtig is. Toch kan het voorkomen, dat hij verstoken is van alle geestesgaven of dat niets hem genoeg is. Dan is hij toch straatarm! Of: hij is verslaafd aan zijn hartstochten. Is hij dan niet minder dan een slaaf? Op dezelfde manier kan men ook over andere tegedelen filosoferen. Doch laat dit ene voorbeeld U voldoende zijn. 'Maar wat wilt ge daar eigenlijk mee?' denkt ge wellicht.
 
Luistert, wat ik bedoel. Stel, dat een toeschouwer eens op het toneel sprong
en de acteurs hun maskers trachte af te rukken, om zodoende aan het publiek
hun ware, natuurlijke gezichten te toenen. Zou hij niet heel het stuk bederven en waard zij om als een gevaarlijke krankzinnige uit het theater te worden gegooid? Want op het toneel zou zich plotseling een nieuwe stand van zaken voordoen: de vrouw van daareven blijkt een man te zijn, de jongeling een grijsaard; wie kort tevoeren nog koning was, is nu een spitsboef en onder het masker van een godheid blijkt zich een nietig mens te verbergen. En toch betekent het wegnemen van het bedrog een volkomen bedorven spel, omdat juist fictie en bedrog de ogen der toeschouwers het meeste boeien. Wat is de wereld trouwens anders dan een groot schouwtoneel, waarin ieder onder het masker van een ander optreedt en zijn aangenomen rol speelt,
totdat de grote Regisseur hem van het toneel laat verdwijne. Vaak geeft Deze aan een en dezelfde persoon rollen van verschillend karakter te spelen, zodat hij, die zo even optrad als een koning in vol ornaat, straks als een bedelaar in lompen verschijnt. Weliswaar is alles maar schijn, doch 's mensen leven is nu eenmaal slechts een spel, een afschaduwing van de werkelijkheid.
 
Fragment uit 'Lof der Zotheid'; vert. uit het Latijn door A. Dirkzwager Czn. en A.C. Nielson. Brussel enz., Manteau, 1978.