|
Het leven als schouwtoneel
De humanist en renaissance filosoof Desiderius Erasmus over schijn en werkelijkheid.
Twee factoren belemmeren ons, inzicht te krijgen in het wezen der dingen. Het zijn: de twijfel, die de geest in nevelen hult, en de schroom, die de geleerde, beducht voor de risico's, doet terugdeinzen voor daden van initiatief. Van beide bevrijdt de zotheid hem op voortreffelijke wijze. Weinigen beseffen hoeveel voordelen het met zich meebrengt om nooit te twijfelen en om alles aan te druven. Wil men wijsheid echter opvatten in de zin van het vermogen over alles een juist oordeel te vellen, dan moet ge eens horen, hoever zij, die zich op hun wijsheid beroemen, in werkelijkheid daarvan afstaan. In de eerste plaats staat het vast, zoals Alcibiades in Plato's Symposiom heeft betoogd, dat alle dingen twee kanten hebben, die volkomen ongelijk zijn, zodat wat ogenschijnlijk dood is, van binnen bekeken, leeft en omgekeerd. Zo lijkt het schone vaak lelijk te zijn, het overvloedige schaars, het beruchte beroemd, het geleerde dom, het sterke zwak, het edelmoedige laag, blijheid droefenis, het succes tegenslage, de vriend een vijand, het heilzame schadelijk, kortom: men zal ervaren, dat niet alles goud is, wat er blinkt. Vindt iemand dezen eenheid der tegendelen te filosofisch, dan zal ik het hem in rond Hollands uitleggen. Ieder zal toegeven, dat een Koning rijk en machtig is. Toch kan het voorkomen, dat hij verstoken is van alle geestesgaven of dat niets hem genoeg is. Dan is hij toch straatarm! Of: hij is verslaafd aan zijn hartstochten. Is hij dan niet minder dan een slaaf? Op dezelfde manier kan men ook over andere tegedelen filosoferen. Doch laat dit ene voorbeeld U voldoende zijn. 'Maar wat wilt ge daar eigenlijk mee?' denkt ge wellicht. Luistert, wat ik bedoel. Stel, dat een toeschouwer eens op het toneel sprong en de acteurs hun maskers trachte af te rukken, om zodoende aan het publiek hun ware, natuurlijke gezichten te toenen. Zou hij niet heel het stuk bederven en waard zij om als een gevaarlijke krankzinnige uit het theater te worden gegooid? Want op het toneel zou zich plotseling een nieuwe stand van zaken voordoen: de vrouw van daareven blijkt een man te zijn, de jongeling een grijsaard; wie kort tevoeren nog koning was, is nu een spitsboef en onder het masker van een godheid blijkt zich een nietig mens te verbergen. En toch betekent het wegnemen van het bedrog een volkomen bedorven spel, omdat juist fictie en bedrog de ogen der toeschouwers het meeste boeien. Wat is de wereld trouwens anders dan een groot schouwtoneel, waarin ieder onder het masker van een ander optreedt en zijn aangenomen rol speelt, totdat de grote Regisseur hem van het toneel laat verdwijne. Vaak geeft Deze aan een en dezelfde persoon rollen van verschillend karakter te spelen, zodat hij, die zo even optrad als een koning in vol ornaat, straks als een bedelaar in lompen verschijnt. Weliswaar is alles maar schijn, doch 's mensen leven is nu eenmaal slechts een spel, een afschaduwing van de werkelijkheid. Fragment uit 'Lof der Zotheid'; vert. uit het Latijn door A. Dirkzwager Czn. en A.C. Nielson. Brussel enz., Manteau, 1978.
|