|
Ging het te snel? Was het te visueel. Lees het interview met Koert van Mensvoort nog eens rustig na.
"Als kind had ik altijd het idee dat de mensen die ik op tv zag ook echt in die tv zaten. Ik vroeg me dan ook af waar ze bleven als ik de tv uitzette. Ik heb nog steeds wel het idee dat het de tv pijn doet wanneer ik hem uitzet."
Laten we het eens hebben over het idee, dat een realiteit niet meer genoeg is. Ja, maar eerst moet je de basis bekijken. We moeten het eerst hebben over "Plaats". Je hebt een lengte, een breedte en een hoogte en daarin ergens is dan de plaats waar je bent. Zo was het vroeger, laten we zeggen 10.000 jaar geleden. Maar tegenwoordig zijn die dingen afgedaan of tenminste gemuteerd. Hoezo? Fysiek is het nog goed te volgen. Ik heb een lichaam en waar mijn lichaam zich bevindt, dat is waar ik ben. Maar als ik tv zit te kijken en ik zit in een spannende film te kijken, zit ik eigenlijk in die film. Zo is het ook als mijn telefoon gaat: fysiek blijf ik hier zitten, maar sociaal verplaats ik me met de snelheid van het licht naar mijn gesprekspartner. En verder, alle fastfoodrestaurants zien er toch hetzelfde uit ook al zijn ze op verschillende fysieke lokaties. Maar waar ben ik? Hetzelfde geldt trouwens voor alle vliegvelden, buitenwijken, binnensteden. En straks ook natuurgebieden. Het idee van plaats is vervormd? Eigenlijk proberen we de realiteit te verdubbelen. Mensen hebben altijd representaties gemaakt. Dat is begonnen bij de grotschilderingen en zo gegaan via schilderen met perspectief, langs drukpers, fotografie, televisie in de virtuele interactieve realiteitsmachine grot. Biologisch echter, zijn we niet veranderd. We zijn nog steeds die stinkende dieren van tienduizend jaar geleden. Ook al weten we dingen. En dit is verwarrend? Toen honderd jaar geleden de gebroeders Lumiere hun film, 'l'arrive du train" vertoonden, toen renden te mensen de bioscoop uit bij het zien van de naderende trein. Logisch eigenlijk ook, want als een trein op je af komt dan maak je dat je wegkomt. Tegenwoordig blijven we zitten omdat we weten dat een medium dit kan. We hebben onze media schema's geupdate. Fysiologisch zijn we nog steeds geneigd weg te rennen, maar cognitief weten we dat dat dus niet hoeft. En telkens als die techniek weer met wat nieuws komt zijn we even genept, maar we houden het aardig vol. Ondertussen ontstaat er wel een steeds grotere kloof tussen menselijke fysiek en cognitieve kennis. Er ontstaat een kloof tussen wat we weten dat kan en wat eigenlijk natuurlijk is. Je wijst op de problemen van data overload. De snelheid waarmee data op ons afkomt is natuurlijk dramatisch toegenomen, maar de snelheid van ervaren is, ondanks pogingen en probeersels, gewoon gelijk gebleven. Meer willen ervaren in minder tijd kan ook niet omdat de ervaring deel is van onze fysiek. Een tijd terug had ik bonkende hoofdpijn in het rechtdeel van mijn voorhoofd. Ik ging naar mijn dokter en die zei toen dat ik RSI had. Je hebt RSI in je hoofd zei mijn dokter. Informatie veroorzaakt verandering, al het andere is data. Het is ook niet zo dat alle data dus ook informatief is. Dat was misschien in de middeleeuwen zo. Toen was ook een geleerde degene die het meeste boeken uit z'n hoofd kende. Dat model is afgedaan, en het is zelf zo iemand mij feiten presenteert, data presenteert, die niet de potentie heeft een bepaalde verandering bij mij teweeg te brengen, zoals bijvoorbeeld het weerbericht terwijl ik toch niet naar buiten ga. Of de tijd terwijl ik zelf al weet hoe laat het is dan is dat ook niet informatief, maar gewoon onbeschoft. De dingen die je weet sluiten op een gegeven moment ook niet meer goed aan bij je fysiek. Het is belangrijk dat dingen aan blijven sluiten bij een bepaalde fysieke kwaliteit die je gewoon hebt. Een fysieke kwaliteit? De definitie van presence is: "The perceptual illusion of nonmediation." Je bent aanwezig, als je de illusie hebt dat er zich geen medium tussen jou en het onderwerp bevindt. Je hebt bijvoorbeeld presence wanneer je naar een televisieserie zit te kijken en je vergeet eigenlijk de kamer waar je in zit, of de bioscoopstoel en je zit echt in die film. Gevangen in de virtuele wereld van het computerspel? Het woord virtueel is natuurlijk helemaal verpest. Er is ook een verschil tussen het Nederlandse woord virtueel wat betekent imaginair en het Engelse woord virtual wat eigenlijk zoiets betekent als: almost:, virtually real. En daar zit ook een onderscheid wat nooit recht wordt gedaan. Teveel in virtuele werelden zitten, zou ik ook als negatief oppakken maar ik zal die wereld niet virtueel noemen. Vaak is de fysieke wereld ook heel virtueel. Dat heb je wanneer je soms bij je tante op de koffie zit en iedereen zit daar een koekje te roeren in de thee en jij zit daar en je hebt het gevoel dat je daar niet bij bent als kind. Dan is dat eigenlijk een hele virtuele wereld. Je hebt daar ook een hele slechte presence in zo'n situatie omdat je daar eigenlijk niet aanwezig bent in die ruimte. Fysiek wel, maar er is ook geen contact. Maar de media vervormen de werkelijkheid. Een medium is wel een filter, maar dat is ons perceptuele systeem evengoed. Een eend leeft in een fundamenteel andere ervaringswerkelijk dan een havik of mens omdat z'n ogen aan de zijkant staan. Gaussian blur, roze bril, gehoorapparaat, LSD. Ondertussen is het trouwens wel belangrijk in de gaten te houden hoe die filters vervormen. Wist je dat onze ogen alle beelden op zijn kop aan onze hersenen aanbieden? Een baby ziet de wereld op zijn kop, maar leert dan dat het handiger is het om te draaien en vergeet dat alles eigenlijk op zijn kop stond. Het is wel belangrijk te beseffen dat ons perceptuele systeem er over het algemeen niet op uit is om ons voor de gek te houden, het is zo geëvolueerd omdat het succesvol was. Kunnen we met onze beperkte cognitieve vermogens deze complexe wereld nog wel bevatten? Ik denk dat we een soort snelschakers aan het zijn worden. Een collageachtige, losse manier van denken waarmee we wel hele complexe dingen begrijpen. Een gezellig dagje uit begint met het afwikkelen van een kloppend rationeel argument maar fouten maken in hun redenering, deze redeneerfouten hoeven echter niet tot foute beslissingen te leiden. Kopje koffie op het terras, krantje erbij en zo wat rondsnuffelen om dingen specifiek te maken. U kunt kiezen uit zowel nieuw als tweedehands feitenmateriaal. Ik heb eens deelgehad aan een experiment waarbij ik een uur lang in een volledig groene kamer werd geplaatst. In het begin vond ik het heel groen, maar nadat de deur dicht was werden de muren al gauw grijs. Het zou ook helemaal niet handig geweest zijn wanneer ik was blijven denken: "tjongejonge wat is het hier groen". Dat was niet informatief meer en dus paste ik me aan. Trouwens toen ik die kamer verliet zag alles rood want tegengesteld aan groen. Nou, zoiets is er ook met die media ontstaan, er is een perceptuele illusie van niet gemedieerdheid ontstaan. We zitten in de mediakamer en we hebben ons aangepast en gelukkig ook maar, want we gaan die mediakamer niet meer uit. Waar ben ik? Ben ik in het medium gezogen? Er bestaan geen mediarepresentaties meer, alleen maar echte dingen. Of je kunt ook zeggen dat er geen echte dingen meer bestaan, alleen maar mediarepresentaties. Dat maakt dan niet uit. Je ziet het verschil niet meer tussen werkelijk en representatie. Het is niet meer mogelijk ervaringen te hebben zonder te refereren aan mediaervaringen. Mediarepresentaties zijn eigenlijk echter geworden dan echte dingen. Ze zijn echter geworden dan de dingen die ze representeren. Veel mediaervaringen zijn ook meer bevredigend dan echte ervaringen. Mediarepresentaties zijn echter dan echt. Heb je daar voorbeelden van? Toen ik eens op het bountystrand op vakantie was. Het was een carebian strand. Ik heb daar twee weken gezeten met het gevoel dat ik in een bountyreclame zat. Ik had er misschien niet naartoe moeten gaan. In wezen is dat strand dus gemedieerd geworden. Dat strand is niet meer een strand puur natuur. Dat strand is een medium geworden en dat associeer je met wat je in het medium gezien hebt, met die bounty reclame. Ik heb vaak wel het idee dat bepaalde vakanties die mensen maken naar stranden of steden of andere clichematige plekken die je eigenlijk al heel goed hebt ervaren in een medium. Dat dat eigenlijk iets zinloos is. En aan de andere kant begrijp ik het wel, want al ga je naar Parijs om daar de Eiffeltoren te zien dan is dat ook een soort van controle en je maakt daar dan ook even een fotootje van dat je daar zelf die Eiffeltoren hebt gezien. Het is een soort herevaluatie van wat je al kent. Ik was eens in London en ik zag daar de BigBen. Je ervaart het als een soort oude neef van je die je lang niet gezien hebt. En dan kom je hem weer eens tegen. Als je in de situatie bent die je in de werkelijkheid niet niet zo vaak mee maakt, maar wel vaak in het medium ziet. Bijvoorbeeld het verbreken van een relatie, dat gebeurt dagelijks in soaps, maar hopelijk niet zo vaak in je echte leven. Als het je dan overkomt dan is het handig dat je al een vocabulaire van strategiëen hebt opgedaan in die media, zodat je daar dan zelf naar kunt handelen op dat moment. Ik vind daar echt niet zo veel mis meer, je kunt nog denken dat iemand die soap schrijft en manipuleert, maar zelfs dát is al voorbij want de soaps zijn ook al weer afgedaan en we hebben nu dus de realitysoaps waarbij de mensen echt samen in een doos gaan zitten en daar ga je dan als kijker naar zitten kijken. En zo heb je dus, een soort beeld van iemand in een medium die eigenlijk een soort buurman van je wordt en die ook zo'n hoe te handelen manier voor je neerlegt.Vroeger was het misschien echt je buurman of was het iemand in het dorp waar je van leerde hoe bepaalde dingen opgelost moesten worden of hoe je dingen aan moest pakken. Acteur in onze eigen soap. Dus we zijn niet autenthiek meer? Ik denk niet dat er nog zoiets bestaat als authentiek gevoel. Wie heeft er nou nog intieme gevoelens die je niet al eens op een drie bij zeven scherm in een popcorn kauwende bioscoopzaal hebt zien uitspreken. Ik gok niemand. Maar dat is een vreselijke ontwikkeling? De ontwikkeling is daar en ik moet bekennen toen ik voor het eerst realiseerde dacht ik ook: "Help wat gebeurt er." Wanneer je het van buiten af bekijkt denk je we worden een soort acteurs en we zijn niet authentiek meer, maar als je daar wat langer naar kijkt dan is dat een prima ontwikkeling want je begrijpt elkaar heel goed en je hebt een soort collectief geheugen wat toch heel rijk is. Iedere keer wanneer je een bepaald gevoel hebt of een bepaalde intieme ervaring dan kun je die ook heel snel plaatsen omdat je en enorme bibliotheek van filmische referenties klaar hebt staan. Daardoor is die authenticiteit wel wat naar de achtergrond gedrongen, maar tegelijkertijd kun je ook heel snel een bepaalde diepgang bereiken. Die overgang van dat werkelijk geloven in echte dingen en daar heel serieus over zijn naar, dat bewustzijn dat dingen mediaal zijn en dat dat onderscheid tussen echt en nep. Dat het niet handig is om dat constant te maken, omdat dat niet meer opgaat. Die overgang is wel lastig denk ik. Ik vond hem zelf wel lastig. Alleen als je er eenmaal doorheen bent dan worden dingen ook wel duidelijker in de wereld. Makkelijker. Een stads kindje dat altijd haar haren wast met denneshampoo en dan een keer met haar vader in het bos wandelt en zegt: "Pappa het bos ruikt naar shampoo." Mensen die nog dat bos als een bos zagen die gruwelen daarvan en die klagen over commercialisering. Maar hoe was het vroeger? Vroeger rook het bos naar bos. Was dat dan zo interessant?
|
Schotel
|