|
Kennismaatschappij?
De stelling dat kennis macht is, werd rond 1600 geformuleerd door de filosoof en staatsman Francis Bacon. Hij toont zich ook bewust van de menselijke beperkingen tot ware kennis. Bacon benoemt vier soorten idolen die de menselijke geest belagen.
Er zijn vier soorten idolen die de menselijke geest belagen. Om wille van de uiteenzetting heb ik daar namen aan gegeven: de eerste heten de idolen van de stam, de tweede de idolen van de grot, de derde de idolen van de markt, de vierde de idolen van het theater. Het verkrijgen van begrippen en axioma's door ware inductie is ongetwijfeld het juiste middel om de idolen te weren en te verdrijven; niettemin is het aanwijzen van de idolen uiterst nuttig. De idolenleer verhoudt zich immers tot de interpretatie van de natuur als de leer van de weerleggingen der sofisten tot de gewone logica. De idolen van de stam berusten op de menselijke aard zelf en op de stam of het geslacht der mensen. Want ten onrechte wordt beweerd dat de menselijke zintuigen de maat der dingen zijn; het is zelfs omgekeerd: alle waarnemingen, zowel die van de zintuigen als van de geest, zijn overeenkomstig de mens en niet overeenkomstig het heelal. En het menselijk verstand is als een onbetrouwbare spiegel voor de stralen van de dingen: het mengt zijn eigen natuur met de natuur buiten zich, en verdraait en kleurt die. De idolen van de grot zijn de idolen van de individuele mens. Iedereen heeft immers, naast de dwalingen van de menselijke aard in het algemeen, een soort individuele grot of hol, waardoor het licht van de natuur wordt gebroken en vervormd - of dat nu komt door zijn aard, die ieder afzonderlijk eigen is, of door zijn opvoeding en zijn omgang met anderen, of door de boeken die hij heeft gelezen en het gezag van degenen die hij eert en bewondert, of door de verschillen in indrukken, naar gelang die zich voordoen in een gemoed dat bevangen en in beslag genomen is, dan wel in een evenwichtig en kalm gemoed, of dergelijke meer; zodat de menselijke geest, al naar gelang die in afzonderlijke mensen anders in elkaar steekt, ontegenzeglijk een wisselvallig ding is, zeer verward en min of meer aan het toeval overgeleverd. Vandaar de mooie uitspraak van Heraclitus, dat de mensen kennis zoeken in hun eigen wereldje, in plaats van in de grote, gemeenschappelijke wereld. [5] Er zijn ook idolen die zogezegd uit de onderlinge omgang en de samenleving van de menselijke soort voortkomen, en die ik, op grond van het verkeer en de gemeenschap van de mensen, de idolen van de markt noem. Mensen gaan immers door middel van woorden verbintenissen met elkaar aan; maar het toekennen van woorden gebeurt naar het bevattingsvermogen van het volk. En zo wordt het verstand op wonderlijke manieren belaagd door een slechte, onzinnige toekenning van woorden. De zaak gaat er evenmin ook maar iets op vooruit met de definities en verklaringen waarmee geleerden zich in sommige gevallen plegen te beschermen en te vrijwaren: woorden doen het verstand ontegenzeglijk geweld aan, stichten alom verwarring en brengen de mensen tot ontelbare zinloze controverses en verzinsels. Tenslotte zijn er idolen die in de geesten der mensen komen vanuit verschillende filosofische leerstellingen, alsmede uit verkeerde voorschriften voor bewijsvoering. Deze noem ik de idolen van het theater, aangezien ik van mening ben dat er met alle filosofische stelsels die ingang hebben gevonden of zijn uitgedacht, even zovele verhalen zijn voortgebracht en opgevoerd waarmee fictieve toneelwerelden tot stand komen. En dan spreek ik niet alleen van de nu gangbare stelsels, maar ook van de oude filosofieën en sekten, daar zich vele andere soortgelijke verhalen laten maken en samenstellen, omdat de oorzaken van volstrekt uiteenlopende fouten niettemin min of meer gemeenschappelijk zijn. Ook betreft mijn zienswijze niet alleen maar de omvattende wijsgerige stelsels, maar ook de uitgangspunten en axioma's van vele wetenschappen, die zich door overlevering, goedgelovigheid en nonchalance een positie hebben verworven. Deze afzonderlijke soorten idolen moeten nu evenwel uitvoeriger en nauwkeuriger aan bod komen, opdat het menselijk verstand daarvoor op zijn hoede is. Francis Bacon, Novum organum : aforismen over de interpretatie van de natuur en over het rijk van de mens. Vertaald uit: The works of Francis Bacon, ed. James Spedding, Robert Leslie Ellis, Douglas Denon Heath, vol. 1 (London: Longman, 1858. Herdruk Stuttgart-Bad Canstatt: Frommann / Holzboog, 1963)
|