|
Column: Schadevergoeding voor het leven
Ronald Plasterk
Deze week besliste de Haagse rechtbank in hoger beroep dat een schadeclaim moet worden toegewezen omdat het Leids Universitair Medisch Centrum verzuimt had om prenatale diagnostiek via een chromosoom-onderzoek uit te voeren. De ouders hadden daar tijdens de zwangerschap wel om gevraagd. De behandelaar had dat geweigerd, het meisje is geboren, ze is nu 9 jaar en is zeer gehandicapt, geestelijk zowel als lichamelijk.
Dit is voor Nederland een nieuw precedent. Iemand kan met succes schadevergoeding eisen omdat hij of zij bestaat. Wat moet je daar nu van vinden? Ik denk dat er twee zaken door elkaar heen lopen. Enerzijds heb je de ouders. Die hadden recht op een goede behandeling, en die is ze door het LUMC onthouden, want die chromosoomtest was prima uit te voeren geweest. Als gevolg van die fout hebben die ouders veel schade geleden. Dat is schade die de schuld is van het ziekenhuis, en ze hebben dus recht op vergoeding. Ik zie niet waarom de immateriële schade niet mee vergoed zou mogen worden, dat gebeurt bij andere zaken ook. Principieel anders ligt het bij de andere vergoeding, en dat is degene die de meeste aandacht krijgt: die aan het kind zelf. Het kind lijdt zo aan haar leven dat ze permanent schade heeft, en haar leven is de schuld van het LUMC, dus ze heeft recht op vergoeding, dat is de redenering. Door dat toe te kennen schept het Haagse hof in mijn ogen een zeer onwenselijk precedent. Want stel nu eens dat het omgekeerd had gelegen: het ziekenhuis had aangedrongen op onderzoek, de ouders hadden dat om religieuze of andere redenen geweigerd. En stel dat het kind in staat zou zijn om zelf te procederen. Dan zou in dat geval dus het kind niet het ziekenhuis maar de ouders verantwoordelijk kunnen stellen. Immers, hetzelfde leed, dezelfde schade, en nu ligt bij de ouders een verantwoordelijkheid voor het ontstaan daarvan. In feite zou elk kind met een erfelijke ziekte iemand verantwoordelijk kunnen stellen: het ziekenhuis, of de ouders, of beiden. En daarmee zou dan via de rechtbank gebeuren waar sommigen altijd bang voor waren: dan zou het recht op prenataal onderzoek verworden tot een plicht. Immers: als je als ouders zo’n onderzoek nalaat, dan heb je altijd kans dat je kind je later een peperdure rekening stuurt. Dus de conclusie moet zijn: de schadevergoeding aan die ouders is in orde, maar die aan het kind zelf is principieel totaal ongewenst. Het valt te hopen dat de Hoge Raad dit oordeel vernietigt
|